Plus

Het podium lonkt voor doorbijter Kruijswijk

Zijn hele carrière staat hij in de schaduw van Bauke Mollema en Tom Dumoulin. Zijn bekendheid dankt Steven Kruijswijk vooral aan zijn crash in de sneeuwmuur die hem de zege in de Giro kostte. Maar hij is een topper. 

Steven Kruijswijk voor de start van de 19de etappe, die later werd gestaakt in verband met noodweer. Beeld ANP

In een plastic tas of een verhuisdoos misschien. Ergens bij Steven Kruijswijk in huis moet ie nog liggen: de aan flarden gescheurde roze trui waarmee hij op 27 mei 2016 in Risoul over de streep komt. Gefinisht alsof hij met hagel beschoten is. Zijn crash in de sneeuwmuur van de Colle dell’Agnello in de Giro is een van de meest gedenkwaardige uit de hedendaagse wielergeschiedenis.

In de jaren daarvoor staat Kruijswijk, met meer sproeten in zijn gezicht dan rode stippen op de bollentrui, in de schaduw van generatiegenoten als Bauke Mollema en Robert Gesink. Die twee zijn jarenlang de Nederlandse hoop in de Tour de France. Maar in de Giro van 2016 zien Nederland en de wielerwereld opeens dat niet Mollema of Gesink maar Kruijswijk een grote ronde kan winnen. In de laatste dagen is tussen zijn toenmalige woonplaats ’s Hertogenbosch en Nuenen, waar hij is geboren en opgroeide, een strijd gaande wiel hem mag huldigen.

Geen traan

Totdat hij in etappe 19, net na de top van de 2744 meter hoge Colle dell’Agnello, de controle over zijn fiets verliest en zich in de sneeuwwand boort. Fiets kapot, moraal gebroken. Nibali wint de etappe en staat twee dagen later in het roze op het podium in Turijn.

Eenmaal over de streep in Risoul laat Kruijswijk geen traan. Hij loopt nooit te koop met zijn emoties. Hij heeft ‘alles verkloot’ en ‘dat is kut’. Een wat droge constatering, voordat hij zijn kamer opzoekt in een door god verlaten wintersporthotel dat een paar kilometer boven de finish ligt. “Er ging van alles door mijn hoofd. Je hoopt dat het niet gebeurd is. Dat die uitslag straks gewoon wegvalt. Dat de dag opnieuw kan beginnen. Het was de zwaarste dag uit mijn wielercarrière.”

Kruijswijk ligt niet met een roze trui op zijn hotelkamer, maar op een brancard in een gedateerd ziekenhuis in Briançon. Zijn vrouw Sophie en hun pasgeboren zoontje Perre bieden troost. “Die kleine was wel gewoon heel vrolijk en krijgt er natuurlijk niks van mee. Het is fijn als ze erbij zijn op mooie momenten, als ik de roze trui pak. Maar het is ook fijn dat ze je steunen als het even helemaal niks is.”

Helemaal niks. Kruijswijk verliest die dag niet alleen de Giro, de val staat ook beetje symbool voor zijn palmares. Kruijswijk is misschien wel de beste wielrenner met de kortste erelijst. Nooit op het podium van een grote ronde. Alleen een etappe in de Ronde van Zwitserland en het klassement in de Arctic Race of Norway. Slechts een enkeling die het weet.

Tegelijkertijd tekent die val ook de definitieve geboorte van de ronderenner Kruiswijk. Iedereen, ook de concurrentie in deze Tour, weet dat hij die Giro gewonnen zou hebben als hij gewoon op zijn fiets was blijven zitten.

En dan was alles anders geweest. Dan was het Jan, Joop en Steven geweest. Al voordat het Jan, Joop en Tom werd. Kruijswijk heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij het moeilijk heeft gevonden dat Tom Dumoulin een jaar na zijn pijnlijke val wel de Giro op zijn naam wist te schrijven en zich zo met Jan Janssen en Joop Zoetemelk tot het illustere rijtje Nederlandse rondewinnaars wist te scharen. “Afgunst is niet het goede woord. Maar ik voel wel gezonde jaloezie.”

Bijtertje

Als kind voetbalt Kruijswijk bij RKSV in zijn ­geboorteplaats in Nuenen, waar vader Ed en moeder Marion met hun twee zonen en dochter wonen. Zijn vader is directeur van een grote onderneming die medische apparatuur maakt. Op het voetbalveld wordt de linksbenige met het rode haar een bijtertje genoemd. Maar in zijn tienerjaren verlegt zijn interesse zich meer en meer naar de fiets.

Als 15-jarige meldt Kruijswijk zich aan bij de wielerclub Trap met Lust uit Geldrop en na een paar maanden rijdt hij mee met de besten. Het maakt dat hij in 2007 bij de opleidingsploeg van Rabobank, dan de grootste wielerploeg van Nederland, terechtkomt. In 2009 wordt hij Nederlands kampioen bij de beloften en een jaar later wordt hij achttiende in de Giro, zijn eerste grote ronde.

De Kruijswijk in deze Tour is een verbeterde versie van die in de Giro van drie jaar geleden. Het besef dat hij een grote ronde kan winnen heeft van hem alleen maar een betere renner gemaakt. Zijn zelfvertrouwen was al groot, maar is alleen maar gestegen. Kruijswijk weet dat hij de beste wielrenners ter wereld kan verslaan als een wedstrijd drie weken duurt. Kruijswijk kan ze op een superdag de vernieling in rijden, ook al staat hij na gisteren nog altijd vierde. Hij kijkt uit naar de 33 kilometer lange klim naar Val Thorens, waar de Tour vanmiddag beslist zal worden in een etappe die ook is ingekort wegens modderstromen.

Onder de vleugels van zijn huidige trainer Merijn Zeeman wordt Kruijswijk nog elk jaar beter. Vorig jaar nog vijfde in de Tour en in de laatste bergetappe van de Vuelta valt hij net van het podium en eindigt als vierde. Zijn opmars is te danken aan specifiekere trainingen en meer hoogtestages. Hij verhuisde van Brabant naar Monaco om meer en het hele jaar door bergop te kunnen trainen. Hij eet tot op de gram nauwkeurig wat het minutieuze voedingsprogramma van de ploeg hem voorschrijft.

Met zijn ijzeren discipline op het gebied van trainen, rusten, verzorgen is hij een voorbeeld voor al zijn ploeggenoten. De afgelopen jaren is Kruijswijk in de wedstrijd en in de teambus onmiskenbaar uitgegroeid tot de leider van de ploeg. Soms een schouderklopje, maar hij kan evengoed keihard zijn.

Zo bepalend als Kruijswijk in zijn ploeg is, zo schuchter komt Kruijswijk over op de buitenwereld. Hij zit niet te wachten op overdreven veel aandacht en een bestaan als sportberoemdheid.

Fanclub ontbonden

Vandaar dat hij hoogstpersoonlijk zijn eigen fanclub liet ontbinden. “Ik zit er niet op te wachten om een avond in een café te gaan zitten en petje op, petje af te spelen.”

Kruijswijk laat niets meer aan het toeval over. Zo kent hij van deze Tour nagenoeg elke berg die in het parcours is opgenomen. Soms zijn al die inspanningen voor niets. De klim naar Tignes, de plek waar de Tour gisteren zou eindigen, reed Kruijswijk in de voorbereiding zeven keer op. Door noodweer kwam het peloton gisteren echter niet eens aan die slotklim toe.

Vandaag is er een nieuwe kans. Ook de 33 kilometer lange klim naar skioord Val Thorens heeft Kruijswijk verkend. En hoe sterk de Colombiaan Bernal ook oogt, als hij kans ziet, zal Kruijswijk proberen aan te vallen. Het is misschien wel zijn laatste mogelijkheid om ooit in de buurt van de gele trui te komen. Om morgen op de Champs Élyseés te poseren als topper in de Tour. En wie weet voegt Kruijswijk zich alsnog in dat illustere rijtje van Jan, Joop en Tom.

Lees ook Tourblog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden