PlusExclusief

Het grote geheim achter de successen van Ajax: het vaste ritueel

null Beeld Lotte Dijkstra
Beeld Lotte Dijkstra

Ajax is voor de derde keer op rij kampioen geworden. Is dat te danken aan de spelers? Sommige supporters wagen dat te betwijfelen: zonder hun eigen rituelen was het nooit gelukt.

Thomas Sijtsma

Chris Lubbers kijkt nooit in zijn eentje een wedstrijd van Ajax. De opa van Guido de Bruijn dronk steevast een Franse cognac bij een duel, maar ook alleen dán. Sven de Koning hanteert een heel ritueel: iedere thuiswedstrijd op dezelfde plek met eenzelfde hoeveelheid biertjes, door hetzelfde toegangspoortje naar binnen en altijd op dezelfde stoel. Leon Boelens heeft thuis een mok staan waar hij altijd uit drinkt.

Het is bijgeloof. Deze supporters weten zeker dat deze riten werken, dat Ajax wint (en beter speelt) wanneer ze vasthouden aan deze gewoontes. Halsstarrig herhalen ze elke week hun patroon.

Ze zijn niet de enigen. Spelers zelf houden er ook de gekste rituelen op na. Van oud-Ajacied Andy van der Meijde is bekend dat hij op weg naar de wedstrijd een roofvogel moest zien om te weten of de partij gewonnen ging worden. In het huidige kampioenselftal houdt Dusan Tadic van een vaste voorbereiding. Hij ontkent bijgelovig te zijn, toch draagt hij elk duel een vast armbandje en schiet hij – als alle andere spelers voor de wedstrijd al naar de kleedkamer zijn – nog een paar ballen op doel.

‘Bijgeloof is een kind van de angst’

Toch staan zij voor wat betreft de ernst van hun bijgeloof in de schaduw van één voetballer: Johan Cruijff. Toen teamgenoot Gerrie Mühren voor de wedstrijd Ajax-PSV in 1970 zijn shirt met rugnummer 7 kwijt was, bood Cruijff hem ‘zijn’ nummer 9 aan. Zelf pakte hij het inmiddels legendarische 14 uit de tas en Ajax won met 1-0, dankzij een doelpunt van Mühren. De week erop wilde de middenvelder weer zijn vertrouwde shirt met rugnummer 7 pakken, toen Cruijff ingreep. “Wacht even, vorige week ging toch lekker?”

Cruijff zou met nummer 14 grote successen vieren bij Ajax en bij Oranje, misschien wel omdat hij vasthield aan nog een paar andere rituelen. Na het betreden van het veld sloeg hij altijd met een vriendschappelijk tikje keeper Gert Bals in zijn buik en hij spuugde vervolgens zijn kauwgom uit om die naar de andere speelhelft te trappen. In de finale van de Europa Cup 1 in 1969 vergat Cruijff dat: Ajax verloor.

Of dergelijke rituelen enige invloed hebben, valt natuurlijk ernstig te betwijfelen. Volgens Frederik II, koning van Pruisen in de 18de eeuw, deden alleen onzekere mensen een beroep op bijgeloof. “Het bijgeloof is een kind van de angst, van de zwakheid en de onwetendheid,” zei hij.

‘Alles wat ik heb geprobeerd, is al eens verkeerd gegaan’

Van Cruijff is bekend dat hij bij tijd en wijle een zenuwpees was. Paul van Lange, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Amsterdam, deed onderzoek naar bijgeloof en concludeerde dat twee factoren belangrijk zijn. Hoe onzekerder de uitkomst van de wedstrijd en hoe meer er op het spel staat, hoe groter de rol van bijgeloof.

Supporters herkennen dat. Amsterdammer Marcel Stephan, inmiddels 57 jaar, vraagt zich weleens af of hij niet te oud wordt om rond Ajaxwedstrijden strikt aan zijn bijgeloof vast te houden. “Mijn conclusie is dan elke keer dat ik dat nog niet ben.”

Stephan mag met recht een deskundige op het gebied van bijgeloof worden genoemd. “Alles wat ik heb geprobeerd, is de afgelopen decennia al eens verkeerd gegaan. Mijn basisregel is dat ik nooit een shirt van Ajax draag tijdens wedstrijden. In plaats daarvan probeer ik het tenue van de aartsvijand van de tegenstander te dragen.”

‘Die vriend brengt gewoon ongeluk’

In het seizoen 2018/2019 leek het alsof de shirtkeuze van Stephan invloed had op de uitslagen van Ajax. Zijn club reikte tot de halve finale van de Champions League. Tegen Real Madrid droeg hij de kleuren van FC Barcelona en tegen Juventus had hij het donkerrood van AS Roma om de schouders. Ajax kwam twee keer een ronde verder.

“Toen ging het fout. Tegen Tottenham Hotspur wilde ik een shirt van Arsenal dragen, maar dat had ik niet. Snel kocht ik eentje met ‘Bergkamp’ op de rug, maar Ajax werd uitgeschakeld. Misschien is de nieuwe regel dat ik geen shirts voor belangrijke duels mag aanschaffen.”

Ook Sophie Bruinzeel (18) werd aan het denken gezet door het pijnlijke verlies tegen Tottenham. Sindsdien verbiedt ze een goede vriend van haar vader de toegang tot haar ouderlijk huis tijdens wedstrijden van Ajax. Hij kijkt maar ergens anders. “Die vriend brengt gewoon ongeluk. Dat vermoeden had ik al een tijdje en door Tottenham werd dat bevestigd. Ik heb verder niks tegen hem, maar ik geef voor elk duel mijn vader de keuze: kijken met zijn vriend of met mij. Gelukkig kiest hij meestal voor zijn dochter. Mijn moeder vindt dat ik hier wat te extreem in ben.”

‘Naar het stadion om te genieten? Hoe dan?’

Bruinzeel, opgegroeid in een echt Ajaxhuishouden, is sowieso niet wars van vaststaande rituelen. Thuis op de bank drinkt ze altijd een blikje energiedrank. Soms slechts enkele slokken, maar het blikje moet er zijn. Haar vader is zo geïnstrueerd dat hij het bij elke wedstrijd in huis heeft. “Ik kan mezelf ook niet heel serieus nemen,” zegt de Diemense. “Hoe kan ik nou invloed uitoefenen? Toch gaat het elke keer fout als ik de regels breek.”

Erik Spierenburg (57), opgegroeid in Amsterdam, is net als Bruinzeel niet van plan ooit te stoppen met zijn bijgeloof. “Het is de essentie van het supporterschap, dat je denkt invloed te hebben op de uitslag. Sommige mensen roepen dat ze naar het stadion gaan om te genieten. Ik begrijp daar niets van. Hoe doen ze dat in hemelsnaam?”

Hij houdt er een opmerkelijk ritueel op na. Al veertig jaar heeft hij geen aftrap aan het begin van de wedstrijd of de tweede helft gezien. Spierenburg staart op dat moment op de tribune naar zijn voeten.

‘Ajax scoorde altijd als wij de trappen opliepen’

De oorsprong van dit bijgeloof hangt samen met de terugkeer van Johan Cruijff, begin jaren tachtig. Thuis tegen Haarlem stak Spierenburg bij de aftrap een sigaret op en miste daardoor het begin. “Het werd een schitterende wedstrijd. En met het niet kijken naar de aftrap heb ik niet het gevoel dat ik iets mis.”

Net als Spierenburg heeft Francis Asare (39), hoewel hij altijd aanwezig is bij thuiswedstrijden, al een decennium geen aftrap gezien. Sinds de kampioenschappen onder trainer Frank de Boer betreedt hij met zijn vrienden het stadion pas vijf minuten na het beginsignaal. “We drinken eerst buiten de Johan Cruijff Arena nog een biertje. Meestal komen we daarna onder applaus van ons vak naar binnen. Die kennen het ritueel inmiddels. En het werkt. Er is zelfs een periode geweest dat Ajax altijd scoorde als wij de trappen opliepen. Beweer dan maar eens dat bijgeloof onzin is.”

De laatste keer dat Asare en zijn vrienden wel op tijd de tribunes betraden, was tegen Tottenham Hotspur. Opnieuw die wedstrijd, een van de pijnlijkste uit de recente clubgeschiedenis. Asare leerde het meteen af op tijd te zijn.

En kijk naar de meester zelf: Johan Cruijff won drie keer de Europa Cup 1 met Ajax, in drie opeenvolgende jaren. Met nummer 14, met dat kauwgumpje; kom er dan maar eens mee dat bijgeloof niet bestaat. Toeval? Natuurlijk niet, gewoon logisch.

Special: Ajax kampioen 2021-2022

Dit artikel is onderdeel van onze special over het kampioenschap van Ajax. Lees de volledige special over Ajax. Deze speciale editie van Het Parool is alleen toegankelijk voor ingelogde abonnees, en is te lezen op mobiel, tablet en computer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden