PlusAnalyse

Het gevaar in het wielrennen wordt nooit écht aangepakt

Een vreselijke valpartij was het, met vreselijke gevolgen die nog vreselijker hadden kunnen zijn. Maar de crash van Jakobsen staat, helaas, niet op zichzelf. Het is mede een gevolg van het gebrek aan aandacht voor de veiligheid in het wielrennen.

De horrorcrash in de Ronde van Polen.Beeld AFP


Dezelfde wedstrijd, dezelfde datum. Woensdag was het precies een jaar geleden dat Bjorg Lambrecht overleed in de Ronde van Polen. Het leek een freak accident. Hij verloor de controle over zijn fiets en viel met zijn borstkas tegen een betonnen buis langs de kant van de weg. Tweeëntwintig werd hij.

Maar hij was wel de zoveelste in korte tijd. Fatale crashes in koers, ongelukken tijdens trainingen, plotseling hartfalen: om de paar maanden is het raak. Een snelle telling op internet leert dat het er minimaal twintig in de afgelopen zes jaar zijn. Als het gebeurt, dan spreekt de hele (wieler)wereld z’n afschuw en steun aan de nabestaanden uit. Soms wordt er gewezen naar mogelijke verantwoordelijken of komen er oproepen om veiligheid serieuzer te nemen. Maar de cynische werkelijkheid is dat er in praktijk nauwelijks iets mee wordt gedaan.

Na de gedwongen coronapauze is het wielerseizoen nu een paar weken bezig. In die korte periode zijn al twee renners overleden. Het hart van de 20-jarige Niels De Vriendt begaf het tijdens een Vlaamse kermiskoers en vorige week overleed de 17-jarige Jan Riedman van de opleidingsploeg van Bora in Duitsland toen hij werd aangereden tijdens een trainingsrit. Eergisteren had het in de Ronde van Polen ook nóg erger kunnen aflopen. De val van Jakobsen is er eentje die voor altijd op je netvlies gegriefd blijft als je ‘m eenmaal hebt gezien.

Natuurlijk, Jakobsens val was te wijten aan de ontoelaatbare en onacceptabele manier waarop Dylan Groenewegen de deur dichtsmeet in de laatste hectometer van de sprint. Het is volkomen logisch en terecht dat hij uit de Ronde van Polen werd gegooid en waarschijnlijk een schorsing aan zijn broek krijgt. Gezien de ernst van Jakobsens verwondingen en de roep om een harde straf zal de UCI er niet voor terugdeinzen om Groenewegen lang buitenspel te zetten. Een strafrechtelijke vervolging, waartoe Deceuninck-Quick-Step-manager Patrick Lefevre opriep, lijkt onhaalbaar. Dan zou je talloze andere sprinters die vergelijkbare acties uithaalden ook kunnen (en misschien wel moeten) vervolgen.

De focus op Groenewegen is logisch, maar het leidt ook af van het onderliggende probleem. Dat van de veiligheid in het wielrennen. Ieder jaar klagen renners over de aankomst van de eerste etappe van de Ronde van Polen. Die wordt niet voor niets ‘the fastest sprint in procycling’ genoemd: de streep is getrokken in een afdaling. Daardoor loopt de snelheid op tot boven de tachtig kilometer per uur. Het verkleint de foutmarge aanzienlijk. Maar je kunt je ook afvragen hoe het in vredesnaam mogelijk is dat een pelotonssprint in de WorldTour wordt beveiligd door een paar simpele ijzeren dranghekken. Hoe kan het dat Jakobsen niet tégen de hekken viel, maar er dwars doorheen? Waarom is de minimumstandaard voor de beveiliging van een sprint zo laag? Wie keurt er goed dat die massasprint in een afdaling ligt? Waarom liggen er niet allang opblaasbare kussens langs de laatste honderden meters, zoals in het schaatsen?

In het verlengde daarvan liggen zoveel andere vragen over de veiligheid. Waarom heeft de UCI niet allang een onderzoek ingesteld naar al die renners en rensters met hartfalen? Hoe komt het dat de rennersvakbond slechts op papier bestaat? Waarom wordt er niet met álle betrokkenen (de renners, de ploegen, de organisatoren, de UCI) samen nagedacht over maatregelen en innovaties om wielrennen veiliger te maken? Een systeem met gele en rode kaarten om renners te sanctioneren, een safety car om de koers te neutraliseren bij grote valpartijen, een kleiner peloton, de radiocommunicatie alleen met de jury en niet met de ploegleiders, kleding die meer bescherming biedt dan lycra, een afvaardiging van de rennersvakbond die de parcoursen keurt voordat er op gereden wordt: er zijn zoveel maatregelen denkbaar, maar ze komen nooit ter tafel.

Groenewegen (rechts op de grond).Beeld AFP

Wielrennen is anno 2020 een van de meest onveilige, zoniet de onveiligste, sport die er is. Maar vrijwel iedereen lijkt dat te accepteren. Het is alsof het erbij hoort, de doden en gewonden. Alsof het altijd onvermijdelijk is. Het is het uitvloeisel van de misplaatste romantiek en heroïek van wielrenners die met bloedende gezichten en gebroken botten vragen om hun fiets.

Fans, journalisten, renners, de organisatie en de UCI: ze kunnen zich keer op keer verliezen in afzonderlijke incidenten. Ze leven mee met het slachtoffer en wijzen naar de eventuele dader. Maar zolang we met z’n allen het gebrek aan veiligheid in het wielrennen niet in een breder perspectief zien, is het een geschiedenis die zich zal blijven herhalen.

Cavendish na een val in de Tour van 2014.Beeld AFP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden