PlusInterview

Herman Ram: ‘Ik kan begrip hebben voor dopingzondaars, zeker als ze toegeven’

Herman Ram was de afgelopen vijftien jaar de Nederlandse ‘mister doping’. Aan de vooravond van zijn pensioen verhaalt hij over sympathie voor valsspelers, luie journalisten en boze Ajaxfans op de mail.

Herman Ram zwaait af als voorzitter van de Dopingautoriteit: 'Zolang MH17 niet wordt opgelost, moet je mij niet vragen het dopingprobleem op te lossen.' Beeld ANP
Herman Ram zwaait af als voorzitter van de Dopingautoriteit: 'Zolang MH17 niet wordt opgelost, moet je mij niet vragen het dopingprobleem op te lossen.'Beeld ANP

Vanochtend hing er weer één aan de lijn, een Belg in dit geval. Of Herman Ram had gezien hoe hard die ene wielrenner uit Slovenië had gefietst in de Tour de France, en wat de voorzitter van de Dopingautoriteit daar voor gedachten bij had. “Die journalist had van renners gehoord dat ze nog nooit zo goed waren geweest, maar er toch volledig af waren gereden. En dat kon toch niet goed zijn.” Ram zuchtte diep, vertelde de verslaggever dat hij in zijn archief moest duiken voor het antwoord op precies dezelfde vraag, vorig jaar rond deze tijd. “Het is een traditie om rond de Tour de France vanuit de onderbuik stemming te creëren. Hoort erbij kennelijk, maar die onzin negeer ik.”

Ram (64) is een man van de feiten. De belangrijkste voorwaarde om het vijftien jaar vol te houden als voorzitter van de Dopingautoriteit. Per 1 september gaat hij met pensioen. Mocht zich tijdens de Olympische Spelen in Tokio een markant dopinggeval voordoen, dan legt hij als expert nog één keer op radio of tv uit hoe het zit. Ram is hét gezicht geworden van doping in Nederland, die altijd opneemt als hij gebeld wordt. “Avonden, weekeinden, vakanties. Daar had mijn vrouw wel een mening over.”

De Dopingautoriteit streeft naar dopingvrije sport in Nederland en controleert zo’n 250 topsporters op reguliere basis. Er wordt samengewerkt met bonden en autoriteiten uit andere landen, beleid gemaakt en voorlichting gegeven. In het kantoor in Capelle aan den IJssel werken 22 mensen, daarnaast zijn er ongeveer vijftien freelance controleurs.

Kunt u eigenlijk nog onbevangen naar sport kijken, of denkt u bij bepaalde prestaties ook wel eens: dit klopt niet?
Herman Ram: “Alleen als ik meer kennis heb dan de kijker. Soms weet je iets, of heel veel, van een sporter of een ploeg. Dan kijk je anders, of nog liever helemaal niet.”

Ik moet bekennen dat ik wel eens vraagtekens zet als ik iets buitengewoons denk te zien.
“De reden waarom sport zo boeiend is, is juist de grilligheid. Dat er zoiets bestaat als de vorm van de dag en andere ongrijpbare dingen. Ik zie op maandagochtend best mailtjes voorbijkomen van collega’s die zeggen: misschien moeten we Jan of Piet eens extra in de gaten houden. Dat is gezond en dat doen we ook.”

Wat was er vijftien jaar lang zo leuk aan uw baan?
“Het is een razend interessant vak. Het raakt de psychologische, juridische, wetenschappelijke en medische kant, en dat in een sportomgeving. Een dopingzaak is nooit zwart-wit, er moet vaak diep worden gegraven. Het prikkelde me intellectueel.”

U draagt de geuzentitel ‘dopingjager’. Terecht?
“Nee, die is aan me geplakt. Maar soms ben ik het wel. Bij een zaak met een duidelijk bewuste gebruiker, die alles doet om de dans te ontspringen en keihard liegt, dan heb ik beet en laat ik niet meer los. Er zitten echt verwerpelijke mensen tussen, die bijvoorbeeld anderen of minderjarigen erin meesleuren. Maar ik ben betrokken geweest bij ruim 250 afgeronde zaken en als tien procent van de gevallen mijn antipathie heeft opgewekt, is het veel.”

In welke gevallen voelt u mee met een dopingovertreder?
“Volgens onze schatting gebeurt 65 tot 70 procent van de dopingzaken bewust. Dus is een derde van de gevallen onbewust. Dat wil niet zeggen dat er geen overtreding is of een sanctie volgt, maar dan kan ik meevoelen. Maar dat kan ook bij die eerste groep. Bijvoorbeeld een sporter die er alles voor heeft gedaan om de top te halen, onder grote druk van zijn omgeving. Ineens is er een zware blessure en dreigt dat nieuwe contract er niet te komen. In die situatie gaan mensen door de knieën, daar kan ik begrip voor hebben, zeker als het wordt toegegeven. Of iemand die zijn hele identiteit dankt aan de sport en aan het einde van zijn carrière denkt: besta ik eigenlijk wel zonder? Die kan de neiging hebben zijn loopbaan nog wat te verlengen, zogezegd. Neemt niet weg dat een sporter die niet kan aantonen hoe een stof in zijn lichaam is gekomen, altijd een enorm probleem heeft.”

Er speelden in die vijftien jaar twee grote mondiale zaken: het wielrennen en Rusland. Bent u tevreden over de afwikkeling?
“In het wielrennen wel. Daar wist 99 procent van de mensen in de anti-dopingwereld allang dat het fout zat, het moest alleen worden bewezen. Na de zaak-Lance Armstrong werd het probleem erkend in de hele wielrennerij. De Internationale Wielerunie UCI berekende dat er al 40 miljoen euro uit de sport was weggevloeid vanwege dopingproblematiek. De sport realiseerde zich dat het einde nabij was. Daardoor was de samenwerking fenomenaal. We zijn niet klaar, het moet goed bewaakt worden, maar ik zie het wielrennen niet snel terugkeren naar de situatie van twintig jaar geleden.”

“Rusland is niet opgelost. Dat is veel te zacht aangepakt, omdat Rusland veel te veel macht heeft in de sportwereld. In autoritaire staten gaan sport en politiek samen. Zolang MH17 niet wordt opgelost, moet je mij niet vragen het dopingprobleem op te lossen.”

Bent u optimistisch over de toekomst?
“We zijn echt veel verder dan vijftien jaar geleden. In de praktijk was er toen helemaal geen mondiaal geharmoniseerd systeem. Nu kan ik een Chinese collega in een paar minuten exact uitleggen wat er speelt, we spreken dezelfde taal. En hoewel ik het niet altijd met ze eens ben, hebben we veel steun van het Internationaal Olympisch Comité, dat beseft dat sport geassocieerd moet worden met fair play. Als dat wegvalt, betekent dat het einde van het olympisme. Tegelijkertijd zijn we op een punt gekomen dat het systeem het niet mogelijk maakt te weten wat er in Irkoetsk of de provincie in China gebeurt, en op andere punten juist doorschiet.”

Kunt u een voorbeeld geven?
“Wij denken dat de dopingproblematiek in het hockey wel meevalt. We kennen die sport, hebben er jarenlange ervaring mee. Maar vanuit de internationale federatie is Nederland een vooraanstaand hockeyland. De wereldkampioen moet natuurlijk wel goed gecontroleerd worden. We worden dus gedwongen meer te controleren in het hockey, terwijl wij die controles liever elders zouden inzetten. Als elke nationale inbreng eruit wordt gefilterd, is onze kennis van de Nederlandse sport niets meer waard.”

Denkt u dat sporters de coronatijd, met minder wedstrijden en controles, hebben aangegrepen om uit de verboden pot te snoepen, met de Olympische Spelen in aantocht?
“Het zou naïef zijn als ik zou denken dat niemand zo heeft gedacht. Er zijn alleen geen concrete aanwijzingen voor. Wat vervelender is: wij hebben de laatste anderhalf jaar geen internationale bijeenkomsten gehad. Veel waardevolle informatie in ons vak wordt niet gedeeld per mail of telefoon, maar op een conferentie, bij de koffie of het bier. We zijn een stuk van onze voelhoorns kwijtgeraakt.”

Een ander probleem van deze tijd: bedreigingen. Hebben er boze sporters of fans aan de deur gestaan?
“Vóór mijn tijd wel, toen er iets speelde met een Feyenoorder. Maar in die vijftien jaar heb ik maar twee notities laten maken bij de politie. Natuurlijk krijg ik e-mails van mensen die vinden dat het anders moet met Ajaxkeeper André Onana. Die antwoord ik allemaal keurig. En er zijn ook sporters die dwars liggen bij controles, bijvoorbeeld door een potje kapot te maken. Maar dat zijn incidenten.”

Wat was de beste smoes die u van een sporter hoorde?
“Er was een atleet die aanvoerde dat zijn voedsel vervuild was. Die kon over een periode van weken zeer gedetailleerd en met foto’s aangeven wat hij had gegeten. Nou, ik weet amper wat ik gisteren heb gegeten en ik heb er zeker geen foto’s van. Dan denk je: dit kan toch niet? Maar het kán een atleet zijn die nu eenmaal zijn hele leven deelt op Instagram. Ik ben erg voorzichtig geworden met het verwerpen van smoezen, ook door zaken rond clenbuterol in vlees en cocaïne in thee. Daarin begonnen we met frisse achterdocht, maar stelden we uiteindelijk geen enkele schuld of nalatigheid vast.”

Sorry, cocaïne in de thee?
“Het ging om een minderjarige die positief testte en zei: ik heb het niet gedaan. Tja, bijna niemand zegt: klopt, ik heb vorig weekend gesnoven. Maar hij was vasthoudend en overtuigend. Weken later kreeg ik bericht van zijn tante, die suggereerde dat het wel eens in de thee kon hebben gezeten. Ze heeft de thee opgestuurd, hij staat hier in de vitrine, Hoja de Coca. We konden haar postbestelling van de thee uit Zuid-Amerika reconstrueren, hebben die geanalyseerd en de jongen werd vrijgesproken. Dat kan één keer: vanaf nu weet iedere sporter dat je geen Zuid-Amerikaanse thee moet drinken waar Hoja de Coca op staat.”

“Een andere grappige zaak, ook cocaïne. Een sporter, heel innemende jongen, moest voor de tuchtcommissie komen. Hij had meer getuigen meegenomen dan er in de zaal pasten en hield een geweldig verhaal over hoe het in zijn lichaam terecht was gekomen. Ik wist honderd procent zeker dat-ie loog, maar ik had ook lol. Het was zo duidelijk dat hij een loopje nam met de tuchtcommissie, dat zelfs de commissie het misschien wel wist. Hij kreeg een sanctie, maar een heel lichte.”

U weet vast veel smeuïge zaken en anekdotes die de media nooit hebben gehaald.
“Geheimhouding is hier cruciaal. Ik kan journalisten bij een zaak alleen in algemene zin wat uitleggen. Hoewel ik denk dat de media het hier beter doen dan in veel andere landen, vind ik journalisten ook vaak lui. Als een sporter beweert dat hij verschrikkelijk vals behandeld is, vraag hem dan naar alle stukken.”

De keren dat ik dat vroeg, was die daartoe niet bereid.
“Precies. Maar als je de onschuld speelt, waarom leg je dan het dossier niet over? Er is ook altijd een bepaald sentiment bij een slachtoffer, waar irrationele dingen meespelen. Komt hij of zij goed over, heeft ie een leuk bekkie of vlotte babbel? Vrouwen worden sowieso sympathieker gevonden, mannen met een krullenbol komen ook een stuk verder. Soms hebben we er veel last van dat sporters helemaal losgaan in de krant. Maar ik kan er niks aan doen en heb een dikke huid ontwikkeld.”

Vanaf september zal de telefoon minder vaak gaan. Gaat u dit werk missen?
“Ik denk het niet. Straks heb ik meer tijd voor reizen, cultuur, wandelen, een cursus. Ik heb dertig jaar eindverantwoordelijke functies gehad. Hartstikke mooi, maar na dertig jaarrekeningen en dertig jaarverslagen is het wel goed zo.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden