PlusReportage

Herinneringen aan honderd jaar JOS Watergraafsmeer

JOS Watergraafsmeer bestaat vrijdag honderd jaar. Een bijzondere mijlpaal voor de club met ambitie maar ook met legendarische feesten. ‘Dit complex is verjaard, maar wel bloedjegezellig.’

Martin Eijlers (l) en Cor van Rossum zijn bijna altijd op de club te vinden.Beeld Ivo van der Bent

Een reprimande meteen aan het begin van het gesprek. “Het is JOS Watergraafsmeer, niet JOS,” zegt Cor van Rossum (75). “Moet je net Cor hebben,” zegt Martin Eijlers (70) met een knipoog. Terwijl de regen licht neerdaalt op de spelers die aan het trainen zijn, halen Van Rossum en Eijlers in de bestuurskamer herinneringen op aan honderd jaar JOS Watergraafsmeer.

Het is een club met weinig middelen waar ambitie en gezelligheid nauw samenhangen. Waar de leden tot uren na een wedstrijd blijven hangen en waar het Amsterdamse levenslied hoog in het vaandel staat. Eijlers: “Presteren, maar niet ten koste van alles.”

Gouden rand

Eijlers’ eigen voetbalvuur is na ruim veertig jaar nog altijd niet gedoofd. Twee keer per week staat hij op het veld met de veteranen van 35+. Samen met Van Rossum en andere leden van de oude garde volgt hij het eerste elftal naar alle windstreken. Sinds dit seizoen speelt het eerste elftal, onder leiding van Cor ten Bosch, weer in de hoofdklasse en boekt daar zulke goede resultaten dat promotie naar de derde divisie langzaam in zicht komt.

Het zou het jubileumjaar een gouden rand geven, hoewel er ook nadelen aan kleven. Er moet een grotere kleedkamer voor de scheidsrechter komen, er moeten suppoosten worden geregeld en in het eerste jaar moeten minimaal drie spelers een contract aangeboden krijgen. Eijlers: “Dat gaat een hoop centen kosten. Of we dat als club wel willen weet ik niet. Maar als voetballer wil je het hoogste bereiken, dus je gaat niet zeggen: laten we maar een keer verliezen.”

JOS Watergraafsmeer, een stabiele vereniging met een ledenaantal dat al jaren schommelt tussen de 500 en 550 leden, ontstond op 1 juli 1995 uit een samensmelting tussen J.O.S. (Jeugd Organisatie Sport) en Watergraafsmeer. Van Rossum was als voorzitter van Watergraafsmeer nauw betrokken bij de onderhandelingen. “Het was eigenlijk vrij simpel. We wisten dat zij daar op een dood spoor zaten en wij wilden hoger voetballen,” zegt hij. Op aandringen van J.O.S. werd hun oprichtingsdatum (7 februari 1920) gekozen als jubileumdatum en niet die van Watergraafsmeer. “Dat ik toen heb toegegeven, daar heb ik nog steeds spijt van.”

Na de fusie stopte Van Rossum na 26 jaar met het voorzitterschap en werd secretaris. Eijlers, een begenadigd aanvaller, regelde in het bestuur sponsorzaken. “Je ziet bij sommige fusies dat het losse clubjes blijven, maar bij ons ging het heel soepel.”

Aan de kantine, die veel weg heeft van een bruine kroeg, is de laatste decennia weinig veranderd. Eijlers: “Laten we eerlijk wezen. Als je dit vergelijkt met clubs waar we komen, dan is dit complex verjaard, maar wel bloedjegezellig.” De clubfeesten, met optredens van volkszangers en polonaises op de dansvloer, zijn berucht en beroemd in de Amsterdamse voetbalwereld. Zelfs Johan Cruijff is een keer op een feestje geweest, kan Van Rossum zich herinneren.

Hij loopt een rondje langs de wanden met oude teamfoto’s waarop mannen in lange broeken poseren met op de voorgrond een leren bal met veter. “Kreeg je die op je been liep je nog dagenlang met een blauwe plek rond.” Eén foto toont een jonge Rinus Michels die in 1960 zijn trainerscarrière begon bij J.O.S. Na vier jaar maakte hij de overstap naar Ajax, waarmee J.O.S. in de jaren zestig goede banden onderhield. Op 24 september 2014 troffen beide clubs elkaar in het Olympisch Stadion voor het bekertoernooi. Een absoluut hoogtepunt, daar zijn Van Rossum en Eijlers het over eens.

Vergeelde krantenknipsels

Over een triest dieptepunt hoeven de mannen ook niet lang na te denken. Een oorlogsmonument, met daarop namen van slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, bleek na de tijdelijke verhuizing van J.O.S. naar De Toekomst in 1976 opeens verdwenen. Eijlers: “Niemand weet wie het heeft gedaan en waar het is gebleven.” Het monument wordt genoemd J.O.S. Days, het nummer dat The Nits in 1988 over de club maakte. Het wordt nog steeds gedraaid voorafgaand aan de wedstrijden van het eerste elftal.

Van Rossum opent de deur van een kamer waar mappen vol oude nieuwsartikelen en clubbladen netjes liggen opgestapeld, klaar om te worden gedigitaliseerd. Hij laat een paar vergeelde krantenknipsels door zijn handen gaan.

“Het is jammer dat weinig mensen hier weten hoe het vroeger is gegaan,” zegt hij. “Nu lijkt het alsof J.O.S. de andere clubs heeft opgeslokt. Maar goed, uiteindelijk heeft het goed uitgepakt. Er zijn in Amsterdam niet veel clubs die kunnen zeggen dat ze op het hoogste amateurniveau spelen. JOS Watergraafsmeer wel.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden