Plus

Handbiker Jetze Plat: 'Niemand gaat harder dan ik'

Jetze Plat (27) is de snelste man op aarde in een handbike. Hij baalt er soms van dat zijn prestaties niet altijd als topsport worden gezien.

Jetze Plat. Beeld anp

Er is een wijsheid die Jetze Plat verkondigde tegen wie het maar horen wilde: houd het bij één sport. Anders gaat het ten koste van je niveau. Toch doet de paralympisch kampioen morgen een poging na de wereldtitel handbike in één jaar ook de wereldtitel triatlon te grijpen.

Niets in het leven van de geboren Amsterdammer was belangrijker dan sport. Tot drie jaar ­geleden. Nu gaat hij liever niet meer lang op trainingskamp en wil hij binnen een dag thuis in Vrouwenakker kunnen zijn. Hij relativeert. Een slechte training betekent niet meer vanzelfsprekend een baaldag.

Zijn moeder is ongeneeslijk ziek. Beenmergkanker. Plat praat er liever niet over, alleen met zijn vader, broer en twee zussen. Ook met zijn trainer Guido Vroemen bespreekt hij privé­zaken niet uitgebreid. Vroemen moet keihard voor hem kunnen zijn. Dan helpt het niet als de band te innig wordt.

Maar Vroemen kent zijn pupil te goed en voelt het toch wel als er iets speelt. "Ik merk het meteen als hem iets dwars zit. Dat is niet heel gek. Hij heeft fases waarin hij een stuk minder vrolijk is dan voorheen. Hij is na slecht nieuws ingetogen, maar in wedstrijden belemmert hem dat niet."

Onvoorspelbaar
Plat probeert niet te veel concessies te doen voor zijn moeder, zegt hij. "Dat klinkt hard, maar ze wil het zo. Ze wil niets liever dan mij op hoog ­niveau zien presteren. Ik maak haar doodongelukkig als ik mijn sportcarrière op een lager pitje zet."

Jetze Plat: 'Een mensenlichaam is niet gemaakt om met de armen te fietsen' Beeld ANP

De gezondheid van zijn moeder wisselt van week tot week. De ene week staat ze te tuinieren, een week later ligt ze er heel slecht bij in bed. Het is onvoorspelbaar. Plat: "De artsen weten niet hoe lang ze nog te leven heeft."

"Het kan nog twee jaar duren, maar ook nog tien jaar. Ik houd rond alle wedstrijden veel contact met mijn familie. Voor de Paralympische Spelen van 2016 maakten we een protocol voor 'code rood'. Wat moest ik doen als het heel slecht zou gaan? Ze wou dat ik dan in Rio de Janeiro zou blijven." Hij werd er paralympisch kampioen op de triatlon.

De jongen met de handbike
Ondanks de situatie van zijn moeder is Plat bezig aan een ijzersterk jaar. Hij veroverde dit jaar al meerdere wereldtitels in het handbiken en morgen wil hij zich in Australië kronen tot de beste paratriatleet ter wereld. De bron van dat succes ligt misschien wel in het Vondelpark.

Door de handicap in beide benen - zijn rechterbeen is na een aantal operaties in 2007 uiteindelijk helemaal geamputeerd en zijn linkerbovenbeen is te kort - kon Plat zich moeizaam voortbewegen. Zijn ouders zochten een oplossing om hun zoon de 2,5 kilometer naar school zelfstandig te laten afleggen. In het Vondelpark zagen ze op een dag een handbiker passeren. Plat kreeg er een op zijn vijfde.

"Vanaf dat moment was ik in Vrouwenakker 'de jongen met de handbike'. Iedereen wist van mijn handicap en daarom werd ik nooit ­gepest. In het begin was het lichamelijk zwaar, een mensenlichaam is niet gemaakt om met de armen te fietsen. Mijn moeder moest mij regelmatig een brug opduwen."

Ruim twintig jaar later heeft Plat de sterkste bovenarmen van heel Vrouwenakker, en ver daarbuiten. Sterker nog: de fysiologische waarden van de paralympische sporter zijn absurd. In zijn kolossale bovenarmen zit bijna net zo veel kracht als in de bovenbenen van een professionele wielrenner. Plat geniet dan ook met volle teugen als hij de zondagochtendwielrenners voorbijschiet langs de Amstel.

Kritisch oog
Door die bovenarmen heeft Plat een omvang­rijke erelijst met wereldtitels in het handbiken en op de triatlon en de paralympische triatlon­titel. Zelf is hij misschien wel het meest trots op zijn overwinning bij de Ironman van Hawaï. Daar finishte hij tussen de valide sporters als 26ste.

"Het niveau van de Paralympische Spelen ligt echt niet zo hoog," zegt Plat. "Er doen veel breedtesporters mee. Handbike en paralym­pische triatlon zijn kleine sporten, dus het zal altijd zo blijven. Gelukkig maar, want dan zijn er veel valide sporters. Maar het is wel de reden waarom ik de Ironman op Hawaï zo mooi vind. Daar start iedereen tegelijk. Daar voel ik me beter bij."

Hij kijkt ook met een kritisch oog naar de opzet van de Paralympische Spelen. "Voor elk onderdeel zijn er verschillende klassen, waardoor de kijkers het niet meer begrijpen. Dat is de reden waarom het ook nooit echte topsport wordt. Iemand van 1.50 meter komt toch ook niet in de NBA terecht? Je hebt dan pech gehad."

Illusie
"Ik ben voorstander van breedtesport, maar niet op zo'n groot toneel. Het aantal klassen voor verschillende handicaps moet per sport worden ingekrompen. Alleen dan worden de Paralympische Spelen meer als topsport gezien."

Het steekt hem ondertussen dat hij niet als volwaardig topsporter wordt gezien, terwijl hij wel zo leeft. Hij hoopt dat op een dag het handbiken op het olympische programma staat. "Ik weet dat die gedachte een illusie is, maar niemand ter wereld kan harder handbiken dan ik. Door handbiken olympisch te maken krijgt de sport een impuls en wordt die professioneler. Dat zou toch fantastisch zijn?"

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden