Koen Bijen strijdt met Mario Garín om de bal tijdens de wedstrijd in de Pro League tussen Nederland en Spanje, op 25 juni in Den Bosch.

PlusInterview

Grote wilskracht, klein postuur: hockeyer Koen Bijen is klaar voor zijn WK-debuut in India

Koen Bijen strijdt met Mario Garín om de bal tijdens de wedstrijd in de Pro League tussen Nederland en Spanje, op 25 juni in Den Bosch.Beeld Getty Images

Zowel als jeugdvoetballer bij Excelsior als later in het hockey werd Koen Bijen (1,73 meter) te klein bevonden voor de top. Hij wilde het niet horen en zette door. Vanaf zaterdag speelt de aanvaller het WK in India.

Rik Spekenbrink

Toen Koen Bijen vorige week in het vliegtuig stapte richting het WK hockey, wist hij ongeveer hoe de ontvangst in Bhubaneswar eruit zou gaan zien. Chaotisch, vooral. Met cameraploegen die elkaar verdringen om shots van de internationals te maken en fans die schreeuwen om foto’s en handtekeningen. In het hockeygekke India is een hockeyer niets minder dan een held. Onder politiebegeleiding moest het Nederlands elftal op het vliegveld naar de bus worden gebracht. In het hotel werden spelers en stafleden overladen met welkomstcadeautjes. “We leven daar een kleine maand als een voetballer,” wist de aanvaller vooraf.

In een gesprek met Bijen (24) gaat het veel over voetbal. Logisch, tot zijn twaalfde had hij de hoop en droom om het in die sport te gaan maken. Hij speelde in de jeugd bij Excelsior Rotterdam. Als rechtsbuiten of rechtshalf stond hij altijd in de basis. “Maar in de zomer van 2010 werd ik ineens weggestuurd. Ze vonden me te klein en fysiek niet sterk genoeg. Ik zei: Lionel Messi en Wesley Sneijder zijn ook niet echt groot, toch? Nee, maar dat was ik niet, hoorde ik. Nee, dat klopt, maar klein zijn kan ook een kracht zijn. Ze waren het bij Excelsior onderling ook niet eens. Ik was er best kapot van en dacht: als het zo moet in het voetbal, ga ik wat anders doen.”

Geen kantine, maar een ‘clubhuis’

Twee maanden later stond hij op een hockeyveld, in de C1 van HDM. Overgehaald door zijn moeder, oud-zaalinternational, een goede vriend en hockeyende zussen. “Ik ging op zondagen altijd al wel mee, maar wel met een voetbal in mijn hand. Als de hockeyvelden vol waren, pakte ik een stick en ging ik meepielen. Ik kon het nog niet heel goed, maar linksachter was ik met mijn inzicht vanuit het voetbal wel van waarde.”

De cultuurshock van voetbal naar hockey viel mee. Oké, zijn moeder moest hem het eerste jaar vaak corrigeren, het is een ‘clubhuis’, geen ‘kantine’. “En het gaat er allemaal wat netter en bekakter aan toe in het hockey. De kleedkamerhumor is anders. Niet minder leuk, maar anders. Het is een kleinere sport, je kent bijna iedereen, het is warmer. Het spel is creatiever, sneller en minder conservatief dan voetbal. Dat vind ik mooi.”

Bijen werd elk seizoen beter en promoveerde met de hoofdmacht van HDM naar de hoofdklasse. Maar voor dat hoogste clubniveau werd hij – waar had hij het eerder gehoord – te licht bevonden. Letterlijk, te klein dus. Nu was er geen tijd om te balen. “Twee uur later belde Klein Zwitserland, of ik daar wilde komen spelen.”

Neus voor de goal

Ook met die andere Haagse club promoveerde Bijen naar de hoofdklasse. Na een paar jaar zette hij de volgende stap, naar Den Bosch. Daar wekte hij de aandacht van de nieuwe bondscoach, Jeroen Delmée. Die riep hem op, en sinds vorig jaar is Bijen een vaste kracht in het Nederlands team. In achttien interlands maakte hij acht doelpunten. Zaterdagochtend opent hij met zijn ploeg het WK met een wedstrijd tegen Maleisië.

De hockeyer Bijen werd al eens vergeleken met Dirk Kuijt. Harde werker, sterke neus voor de goal. Zelf noemt hij Rodrigo De Paul, de Argentijnse wereldkampioen. “Je hebt niets aan tien Messi’s in je team, die verdedigen niet. Ik vind het ook mooi om ballen af te pakken en counters te beginnen.”

Tijdens het WK voetbal in Qatar was Bijen was met Oranje in Argentinië. “Ik volg Messi al sinds hij met rugnummer 30 bij Barcelona speelde. We zaten in het vliegtuig van Santiago del Estero naar Buenos Aires toen de piloot ons op de hoogte hield van de finale tegen Frankrijk. Toen hij ‘dos-dos’ zei was het stil, bij ‘gol de Argentina, gol de Messi’ werd het vliegtuig gek. De penaltyserie keken we in de bagagehal, tussen de Argentijnen. Ik had echt kippenvel bij het beslissende moment en omhelsde Seve van Ass, ook een mega Messi-fan. Tijdens de bustocht van de ploeg speelden wij een oefenwedstrijd in Buenos Aires. De wind blies dat geluid over ons veld. Het was echt heel vet om mee te maken.”

Hecht team

In India gaat Bijen deze weken een sfeer beleven die zich in het hockey moeilijk laat vergelijken. Nederland is in India geen topfavoriet, maar kan volgens de aanvaller wel degelijk meedoen om de titel. “Als we onze topvorm kunnen bereiken, zijn we een outsider. De ploeg is lekker jong en leergierig. We zijn vrienden van elkaar, als je maatje gepakt wordt, kom je voor hem op. Delmée heeft een hecht team gekneed, met een open cultuur waarin iedereen zichzelf mag zijn.”

Zo is hij de uit het voetbal overgewaaide ‘Koentje’. “Ik heb dit zelf afgedwongen en zie het als een beloning voor hard en gedisciplineerd werken. Ik heb altijd uitgesproken voor het Nederlands team te gaan, ook toen ik nog lang niet in beeld was. Daar zullen mensen best iets van hebben gevonden, maar als je topsporter bent moet je dromen hebben om iets te kunnen najagen.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden