PlusInterview

Groenewegen: ‘Ik kwam als winnaar, ik ga als winnaar’

Als echte sprinter is Dylan Groenewegen verslaafd aan winnen. Als dat niet meer zou lukken, stopt hij direct. ‘Ik kan nooit knecht zijn.’

Dylan Groenewegen is er zeker van: in een massasprint is niemand sneller dan hij. Beeld Cor Vos

Wat Dylan Groenewegen (26) nu het meeste mist? Niet zijn teamgenoten of koersen op de mooiste wegen van Europa. Nee, hij mist zijn overwinningen. De geboren Amsterdammer, tegenwoordig woonachtig aan de Vinkeveense Plassen, twijfelt er geen seconde over. Groenewegen noemt zichzelf een winnaar. Als het op een massasprint aankomt, is niemand sneller dan hij. Caleb Ewan, Peter Sagan en Elia Viviani vreest hij nooit.

Zonder corona waren ze nu alle vier actief geweest in de Giro d’Italia. In plaats daarvan bracht Groenewegen voor sponsor Jumbo boodschappen rond bij ouderen, verzorgde hij online enkele gymlessen, voer hij rond in zijn bootje en staarde hij uren naar zijn dobber in de Vinkeveense Plassen.

Winnen

In tegenstelling tot bij het wielrennen hoeft hij bij deze vrijetijdsbestedingen niet altijd de beste te zijn. Wees niet verbaasd als Groene­wegen op relatief jonge leeftijd al stopt met fietsen. “Ik kwam als winnaar en ik ga als winnaar. Als winnen niet meer lukt, beleef ik er geen plezier meer aan.”

In het ruim een half uur durende telefoon­gesprek valt vrijwel elke minuut het woord ‘winnen’. Daar draait zijn hele sportbeleving om. Om die reden wees hij in het verleden profcontracten af omdat hem niet meteen een rol als kopman was beloofd.

Vanaf het moment dat het huidige Jumbo-­Visma de sprinter contracteerde in 2016, had Groenewegen drie koersdagen nodig tot zijn eerste overwinning. Na de derde rit in de Ronde van Valencia won hij dat seizoen nog tien keer. Aan dat totaal voegde hij de afgelopen seizoenen nog eens 31 overwinningen toe, met als hoogtepunt de vijf ritzeges in de Tour de France.

Eergevoel

Groenewegen is verslaafd en ziet voor zichzelf in de toekomst geen dienende rol om met zijn ervaring jongere ploeggenoten te ondersteunen. Ook niet als het financieel aantrekkelijk zou zijn. “Ik kan nooit een knecht zijn, daar is mijn eergevoel te groot voor. Een sprint aantrekken voor een ploeggenoot zie je mij niet doen. Dan zit mijn carrière er gewoon op. Ik vind het pijnlijk te zien dat sommige jongens met een enorme erelijst afsluiten in de marge van het peloton. Dat wil ik echt niet.”

Hij houdt wel een kleine slag om de arm. Als Groenewegen over enkele jaren aan absolute topsnelheid inboet, maar wel het vermogen en de taaiheid in zijn lichaam heeft om kans te maken in een klassieker als Parijs-Roubaix of de Ronde van Vlaanderen, dan zal hij dat proberen. Maar alleen op de voorwaarde dat hij start als kopman, niet in dienst van anderen. “Als knecht neem je bij voorbaat al genoegen met verlies. Die gemoedstoestand ken ik niet.”

Hij haat verliezen, en die haat is bij Groene­wegen nog groter dan de verslaving aan winnen. Als jonge jongen gooide hij dan met zijn helm, handschoenen en fiets. Tegenwoordig richt hij zijn woede in de eerste plaats op zichzelf. “Het materiaal kan er immers ook niks aan doen dat ik faal.”

Als voorbeeld noemt hij de massasprint in de Tour de France van vorig jaar waarin hij op een millimeter verloor van de Australiër Ewan. “Ik kwam net te vroeg op kop en daar baal ik dan ontzettend van. Ik kon winnen, ik was sterker. Mijn eerste gedachte is dan meteen: shit, weer een overwinning minder op de erelijst. Iedereen moet me dan gewoon met rust laten, ik ben niet aanspreekbaar. Dat draait later pas bij.”

Geen excuses

Die Tour verliep anders dan de zoon van een Amsterdamse fietsenmaker zich had voorgesteld. Als de grote favoriet voor de eerste gele trui begon hij de belangrijkste wielerwedstrijd van het jaar in Brussel. Een kilometer voor de ­finish viel Groenewegen.

De verwondingen van de val waren zo heftig dat de sprinter nooit zijn topvorm benaderdein Frankrijk. “Ik zoek niet naar excuses. Dat past niet bij een winnaar. Maar in de Tour zat mijn lijf vol met schaafwonden. Mijn knie lag open en alles deed pijn. Mijn lichaam was stijf. Drie ­weken lang sliep ik amper. Als ik eindelijk om één uur ’s nachts sliep, werd ik twee uur later wakker. Misschien had ik moeten afstappen. Toch won ik nog een rit en zat er twee keer heel dichtbij.”

Uiteindelijk had Groenewegen anderhalve maand nodig om te herstellen en het seizoen naar behoren af te sluiten. Na een vlekkeloze winter, in tegenstelling tot een jaar eerder toen hij aan zijn hand was geopereerd, leek 2020 weer een vrachtlading overwinningen te brengen. De teller stond in februari al op drie toen de UAE Tour werd gestaakt wegens ‘vermeende coronabesmettingen’.

Sindsdien wacht Groenewegen met goede ­benen op nieuwe kansen. “Het maakt mij niet uit waar en hoe, als ik maar weer mag koersen. Dan volgen de overwinningen vanzelf.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden