PlusAchtergrond

Gaan de lopers in de Amsterdam Marathon weer sneller dankzij het publiek?

Na wedstrijden op verlaten vliegvelden en zo goed als afgesloten terreinen is er zondag bij de Amsterdam Marathon eindelijk weer sfeer. ‘Wij zijn het gewend om alles alleen te doen.’

De Amsterdam Marathon in 2015, met Michel Butter als 2de van rechts. Beeld ANP
De Amsterdam Marathon in 2015, met Michel Butter als 2de van rechts.Beeld ANP

Kippenvel. Leuk. Gaaf. Vet. Wie de Nederlandse toplopers vraagt naar toeschouwers langs het parkoers krijgt oprechte, enthousiaste reacties. Maar ze twijfelen ook of die steun hen daadwerkelijk sneller bij de finish brengt, zondag bij de 45ste editie van de TCS Amsterdam Marathon.

“Ik heb al mijn persoonlijke records gelopen op afgelegen terreinen,” zegt Björn Koreman, die juist in 2020 een enorme progressie boekte. Hij liep vorig jaar in Oostenrijk op een troosteloze ronde van 7 kilometer, met pakweg 150 man en welgeteld één bekende langs de kant, onder de olympische marathonlimiet. “De sfeer was in één woord: kil. En toch liep ik heel goed. Je hebt het dus niet nodig.”

Dat denkt ook Michel Butter, die in april de olympische marathonlimiet slechtte op het afgesloten vliegveld van Enschede. “In principe kun je je daarop mentaal prepareren en maximaal leveren. Het enige was: als je daar moest lossen, kwam je ook écht alleen te zitten. Dan kan het lastig zijn om door te zetten. Ook die marathon was bijzonder, omdat het once in a lifetime was, maar dit is weer zoals het hoort. Groots. Met recreanten, toplopers én publiek.”

Tunnel in

Toplopers sluiten zich in zekere zin ook af voor het publiek. Zo heeft Butter het uur voor de start muziek in zijn oren. “Dan ga ik mijn tunnel in. Om er soms even uit te komen voor een knipoogje hier of daar.” En Frank Futselaar was eind vorige maand als haas in Berlijn zo gefocust op het juiste tempo lopen dat hij het applaus en het geschreeuw van de toeschouwers nauwelijks heeft gehoord, vertelt hij. “Al heb ik ze wel gezien. Voor de beleving van het evenement zijn toeschouwers heel belangrijk. Het is tof om daar doorheen te rennen. En het geeft veel meer waarde als je een mooie prestatie neerzet in een wedstrijd met een bijzondere sfeer. Maar er harder van gaan lopen? Ik denk het niet.”

Waar hij gevoelig voor is? Bekenden. Die hoort hij sowieso. Emotioneel werd hij in Valencia, toen zijn vader daar na drie kilometer stond. Ook zijn vrienden of vriendin pikt hij er zo tussenuit. Dat herkent Bo Ummels, nationaal kampioen bij de vrouwen. Al spreekt zij het liefst ook de plaats af waar haar intimi gaan staan. “Bijvoorbeeld bij 25 of 30 kilometer. Dan heb ik iets om naar uit te kijken. Ik heb wel het gevoel dat al die toeschouwers mij een extra zetje kunnen geven. Ze geven mij moraal.”

Koude kleedkamer

Futselaar heeft wel een verklaring waarom de tijden niet per se hebben geleden onder de coronatijd. “In de atletiek zijn wij het sowieso gewend om alles alleen te doen. Tijdens een marathon staan we even in de schijnwerpers, maar veel vaker kijkt niemand en staan we ons om te kleden in een koude kleedkamer. Dat boeit ons geen reet. Dat er publiek staat, is prachtig, maar niet essentieel. En het is ook geen vaststaand gegeven hoe je erop reageert. De ene keer komt iets volle bak binnen en een ander moment valt eenzelfde steunbetuiging je niet eens op.”

Kan wel zo zijn, maar Khalid Choukoud, de favoriet bij de strijd om de nationale titel bij de mannen, kan niet wachten op zondag. “Eindelijk weer een normale wedstrijd.” Hij liep in april in het Italiaanse Siena voor het eerst in zijn leven, en als vijfde Nederlander ooit, onder de barrière van 2 uur en 10 minuten. “En er was daar totaal geen sfeer. Een heel oud vliegveld met gaten in de weg, slecht weer en alleen wat lopers, managers en organisatie.” Hij kijkt er sip bij, ondanks die droomtijd. “Weet je wat het is? Topsport is meer dan alleen de prestatie of de tijd. Het gaat mij er óók om dat het leuk is.”

Choukoud weet zeker dat het publiek hem kan dragen in topvorm. Of hem kan ondersteunen bij een moeilijk moment. “Toen ik hier in 2016 nationaal kampioen werd, liep ik het Olympisch Stadion binnen, hoorde ik de speaker mijn naam roepen en daarna ging het publiek op de tribunes klappen. Dat gaf zo’n goed gevoel in de laatste meters. Maar een jaar eerder, toen het door de regen en wind niet lukte om de olympische limiet te lopen, had ik het écht zwaar. Als er toen geen mensen waren geweest om mij aan te moedigen, was ik misschien wel uitgestapt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden