PlusAnalyse

Frenkie de Jong speelt weer zoals iedereen graag ziet

Het Nederlands elftal is bezig aan een seizoen dat in de zomer van 2021 moet eindigen met het uitgestelde EK. Oranje­kenner ­Maarten Wijffels legt de ploeg bij elke interland langs de meetlat. Vier vragen en antwoorden over Italië - Nederland.

Frenkie de Jong aan de bal tegen Italië. Beeld ANP

1. Had Oranje nu meer vat op Italië dan een maand geleden in de Arena?

Ja. In vergelijking met toen gingen nu twee belangrijke dingen beter: Oranje had geen last meer van het opkomen van linksback Leonardo Spinazzola. Die zag er in Amsterdam nog uit als een soort alleskunner, maar was nu weer ‘gewoon’ de aardige maar niet bijzondere linksback die hij eigenlijk is. En Oranje speelde ook als team een stuk compacter. Spelers verzopen niet meer in te grote ruimtes, het was makkelijker om in de duels te komen door de keuze van Frank de Boer om overal koppeltjes te maken. In aanloop naar de goal profiteerde Nederland daar ook nog van. Er schakelden razendsnel vijf Oranjespelers om, die tegen maar vier Italiaanse verdedigers kwamen te staan. Dat overtal werd uitgebuit: 1-1.

2. De 5-3-2 van vanavond was geënt op Italië. Wordt het ook vaker bruikbaar?

De eerste geluiden hoorde je vanavond al: laat De Boer maar teruggaan naar wat Louis van Gaal deed op het WK in 2014. Of Ronald Koeman in 2018. Maar laten we niet vergeten dat Italië een ploeg is die wil voetballen en domineren. Onder Koeman won Oranje in 2018 met 5-3-2 van Portugal. Hij dacht dat er een basis was gelegd. Maar toen Koeman daarna een vervolgstap dacht te zetten, kwam hij van een koude kermis thuis. 5-3-2 bleek niet aan Oranje besteed als het zelf het spel moest maken. En in feite trok Van Gaal die conclusie eerder ook al. Hij greep er puur op terug voor het toernooi in Brazilië. En dan ook nog maar in delen van wedstrijden. Feit is: Oranje komt straks in de EK-poule Oostenrijk, Oekraïne en Georgië of Noord-Macedonië tegen. Die gaan net als Bosnië ‘de bus parkeren’. Dan is 4-3-3 logischer. 

3. Stonden de grote jongens op na het misbaksel in ­Bosnië?

Frenkie de Jong speelde in Bergamo weer zoals iedereen graag ziet: met lef en passes gericht naar voren. Zoals het in deze wedstrijd stond, was op zijn lijf geschreven. Hij hoefde niet constant vele meters mee terug achter een man aan, nee, even kort vooruitverdedigen was voldoende. Het was een steekpass van De Jong op Georginio Wijnaldum die Oranje na de eerste moeilijke 20 minuten in de wedstrijd liet groeien. De Jong bediende ook Daley Blind in aanloop naar de 1-1 van Donny van de Beek. Stefan de Vrij speelde in Bosnië als één van de weinigen al prima en deed dat nu weer. Memphis leed in de eerste helft ergerlijk veel balverlies, maar hij herpakte zich na de pauze.

4. Was Luuk de Jong de juiste keuze als centrumspits?

De Jong had twee keer kunnen, nee, moeten scoren. Dat had zijn claim op een basisplaats in de komende duels versterkt. Nu is het de vraag wat De Boer komende maand doet met de positie van diepe spits in de slotduels van de Nations League. “Luuk en Memphis samen in 4-3-3 is ook een reële optie,” zei hij na afloop in Bergamo. “Memphis op links, Ajax deed dat ook met Hakim Ziyech.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden