PlusInterview

Frenkie de Jong: ‘Ik heb wel altijd gevoeld: ooit kan ik ook op een EK staan’

Frenkie de Jong (24) staat aan de vooravond van zijn eerste eindtoernooi met Oranje. Nuchter als altijd vertelt de middenvelder over heden en verleden, behalve dan als het over Lionel Messi gaat.

Sjoerd Mossou
Frenkie de Jong. Beeld ANP
Frenkie de Jong.Beeld ANP

Voor iemand die nogal vaak wordt overladen met superlatieven, praat Frenkie de Jong zelf erg weinig in de overtreffende trap. Integendeel zelfs. Als je er specifiek op gaat letten, wordt het grappig.

In grofweg een uurtje in de tuin van het Cascade Resort in Lagos, Portugal, tellen we twaalf keer de woorden ‘redelijk’ of ‘wel oké’. En die ene keer dat De Jong het woord ‘fantastisch’ gebruikt, gaat het over Lionel Messi.

Het gesprek is ongeveer halverwege, wanneer het kort gaat over De Jongs eigen rol bij het Nederlands elftal, specifiek op het aankomende EK. “Als ik mijn normale niveau haal, speel ik normaal gesproken wel, denk ik,” zegt De Jong, achteloos haast. Alsof hier niet de beste en populairste voetballer van Nederland spreekt, maar gewoon een van de velen.

Het is geen valse bescheidenheid. Frenkie de Jong redeneert echt zo, vertelde zijn zaakwaarnemer en vriend Ali Dursun onlangs nog. Altijd kalm, analytisch en evenwichtig. De Jong is zelfbewust, maar zelfkritisch. Hij relativeert makkelijk, waardoor de hysterie om hem heen nooit vat op hem lijkt te krijgen. “Frenkie is gewoon niet gek te krijgen,” zegt Dursun.

Doordat op zijn gezicht een glimlach gebeiteld lijkt, krijg je soms de indruk dat de voetballer fladderend door het leven gaat. Een misverstand, zeggen de mensen die hem goed kennen. De Jong was al heel jong overtuigd van zijn talent en zijn ambities.

“Naar het WK van 2014 keek ik nog thuis, met vrienden en familie,” vertelt De Jong. “Vanaf een bepaalde leeftijd heb ik best vaak gedacht: dat wil ik ook. Voor mijn gevoel was het altijd reëel om een groot toernooi mee te maken. Ik was een jaar of twaalf toen, je kunt dat nog helemaal niet weten, maar ik heb dat wel altijd zo gevoeld: ik kan daar ooit staan.”

In duel op de training met Nathan Aké. Beeld ANP
In duel op de training met Nathan Aké.Beeld ANP

Frenkie de Jong uit Arkel heeft een bescheiden, klassiek Nederlandse achtergrond. Een dorpsjongen uit een modaal gezin met twee kinderen. Zijn broertje speelt nog vrolijk bij de amateurs, zijn vader John is parkeerwachter in Delft.

Qua waardering en glorie is die baan zo ongeveer het tegenovergestelde van wat een moderne voetballer allemaal meemaakt. “Maar mijn vader vindt zijn vak helemaal geweldig,” zegt De Jong. “Hij komt veel buiten, fietst veel, kent iedereen. Hij is volgens mij meer met de mensen aan het praten dan dat hij boetes uitdeelt.”

WK 2018

De weg naar De Jongs eerste grote eindtoernooi was betrekkelijk lang. Het gemiste WK van 2018 voltrok zich kort voor zijn definitieve doorbraak als international. Toen het nieuwe Oranje zich onder bondscoach Ronald Koeman eindelijk weer eens kwalificeerde, werd het EK door de coronacrisis een jaar uitgesteld.

“Ik voel mezelf niet meer zo jong, ik heb althans niet het gevoel dat ik net kom kijken,” aldus De Jong. “Maar zo’n eerste toernooi is speciaal natuurlijk. Ik kijk er erg naar uit. Met de jongens die op het WK van 2014 hebben gespeeld, heb je het erover. Ook over de waarde van toernooi-ervaring. Je merkt, nu de nationale competities afgelopen zijn, dat het meer begint te leven. Die reclames op televisie, daar merk je het al aan. Zolang ik zelf niet in zo’n spotje zit, vind ik dat wel mooi.”

Het WK van 2014 keek hij thuis in Arkel, met vrienden en familie, toen nog als jeugdspeler van Willem II. Als kind liep De Jong al rond met rood-wit-blauwe vlaggetjes op zijn wangen in de voetbalzomers, en in een oranje shirtje. Zijn vader John is een ware liefhebber, zeker als het om Oranje gaat.

“Mijn vader houdt er echt heel erg van als het Nederlands elftal speelt,” vertelt De Jong. “Dat was vroeger al zo. Zelf ben ik ook echt opgegroeid met een mooie generatie internationals. Het EK van 2004 weet ik nog vaag, vanaf 2006 heb ik echt herinneringen aan Oranje. Het WK van 2010 heb ik, denk ik, het meest intens beleefd. Toen was ik dertien. Dat moment met Arjen Robben en Iker Casillas, de spanning rond de finale. Nee, ik heb niks kapotgeslagen, maar ik was wel teleurgesteld zoals iedereen.”

null Beeld EPA
Beeld EPA

Hij heeft er net een zwaar seizoen opzitten bij FC Barcelona. In het korte weekje vakantie dat hij had, vloog De Jong niet naar Dubai of Ibiza, maar zocht hij zijn vrienden en familie op in Arkel.

“Nee, ik voel me niet moe,” zegt De Jong. “Dat we met Barcelona in de eindfase van het seizoen minder presteerden, had daarmee niet zoveel te maken. Die wedstrijd thuis tegen Granada, waarin we voor het eerst bovenaan konden komen, hadden we gewoon moeten winnen. Daarvóór hadden we juist echt een goede fase. Pas na die 3-3 tegen Levante voelde je het een beetje uitdoven. Maar dat was denk ik vooral mentaal, omdat je voelde dat het niet meer ging lukken.”

Na je eerste seizoen bij Barcelona was je vrij kritisch op jezelf. In een interview in Trouw gaf je jezelf een 6,5. Hoe zie je dat nu?

Grijnzend: “Volgens mij was het een zesje. Maar ik weet niet of ik er nu een cijfer op moet plakken. Ik denk dat ik persoonlijk meer heb laten zien dan in het seizoen hiervoor. Maar we zijn geen kampioen geworden, zijn ook vroeg uitgeschakeld in de Champions League. In dat opzicht is het geen goed seizoen geweest, ondanks dat we wel de beker hebben gewonnen. Bij een club als Barcelona wil je toch meer. Ik denk dat het seizoen niet heel slecht is geweest, zeker omdat we goed zijn teruggekomen, maar het was niet goed genoeg.”

Hooguit een puntje hoger, in persoonlijk opzicht.

“Nou, eerder een half puntje.”

Je rendement is wel wat omhoog gegaan. Precies zoals Koeman dat ook van je eiste.

“Toen Koeman binnenkwam, heb ik meteen met hem gesproken over mijn rol in het team. Hij was daar heel duidelijk over. Als ik wat aanvallender zou gaan spelen, moest ik ook meer goals gaan maken. Vanaf het begin heeft hij dat steeds gezegd: je bent voor veel geld gehaald, je bent een goede speler, dus je moet meer verantwoordelijkheid nemen. Meer beslissend zijn. Hij gaf me veel vertrouwen, maar legde me ook meer druk op. Ik vond dat prettig.”

Toch speelde De Jong ook onder Koeman op uiteenlopende posities. Waar de Nederlandse trainer het seizoen begon met een soort 4-2-3-1, en De Jong daarbij vooral in zijn rol als controlerende spelbepaler gebruikte, veranderde dat ook weer. De voetballer speelde ook een paar wedstrijden centraal achterin, terwijl hij het meest indruk maakte als een meer aanvallende rechtshalf.

“Ik vind scoren heel leuk, maar het ligt er ook aan welke rol je hebt in het veld. Toen ik bij Ajax speelde, en in mijn eerste paar maanden bij Barcelona dit seizoen, speelde ik vaak in een systeem met twee controlerende middenvelders. Dan speel je vaak wat meer teruggetrokken. Je bent meer betrokken in de opbouw, probeert steeds het spel op gang te brengen. Als rechtshalf sta je wat hoger op het veld, dan wordt er ook wat meer van je verwacht als het gaat om beslissende acties. Ik denk ook wel dat ik mijn beste wedstrijden heb gespeeld in die rol. In de bekerfinale viel dat natuurlijk ook extra op, mede omdat ik scoorde en twee assists had.”

null Beeld ANP
Beeld ANP

Een rol centraal achterin, de plek waarop hij bij Ajax in eerste instantie doorbrak. “Het liefst speel ik sowieso op het middenveld, of dat nou rechtshalf is of meer controlerend. Zolang ik maar mijn vrijheid heb. Ik zou niet als een nummer 10 willen spelen die steeds moet wachten tot hij de bal krijgt, ik wil betrokken zijn in het spel. Daarom speel ik ook zo graag op het middenveld. Daar komt de bal het vaakst langs. Ik kom gewoon het liefst veel aan de bal.”

Soepeltjes

Ogenschijnlijk moeiteloos integreerde De Jong bij Barcelona, een van de grootste clubs ter wereld. De stad, de druk van de media, zijn vaste rol in het elftal: het ging allemaal haast smooth, volkomen vanzelfsprekend. Waar spelers zoals Donny van de Beek, Hakim Ziyech en eerder Memphis Depay duidelijk aanpassingsproblemen hadden in het buitenland, rolde de opmars van De Jong soepeltjes door.

“Het moment om naar het buitenland te gaan is voor iedereen verschillend. Ik denk niet dat je op voorhand kunt zeggen: pas als je honderd of honderdvijftig wedstrijden hebt gespeeld, ben je er klaar voor. Per speler is dat anders. De ene is op zijn achttiende klaar, de ander op zijn 27ste. Vaak zie je wel dat het tweede jaar makkelijker is, en beter. Dat was bij mij ook zo. Barcelona betaalde iets van tachtig miljoen voor me, dan kijken mensen wel naar je, met bepaalde verwachtingen. Je voelt wel wat druk. Maar ik ga er niet anders door spelen, of me anders gedragen.”

Verandert er na twee seizoenen Barcelona ook niets aan je status ten opzichte van Lionel Messi? In de zin dat je wat minder nederig wordt dan in het begin?

“Rond een oefenwedstrijd tegen Arsenal heb ik hem voor het eerst ontmoet. Hij kwam wat later binnen, omdat hij toen de Copa America had gespeeld. Ik weet niet meer of hij zijn naam zei, en dat was ook niet nodig natuurlijk. Ik zei in elk geval wel mijn naam. Maar ik moet zeggen dat ik tegen Messi sowieso wel nederig ben, ook nu nog. Hij is gewoon de beste speler ooit. Hij heeft zóveel status. Het is ook gewoon wel logisch dat als je in dezelfde positie op het veld staat, en je kunt kiezen tussen twee spelers, dat je de bal altijd naar Messi speelt.” Lachend: “Als je dat niet zou doen, zou je best wel dom zijn.”

Hoe was het om van dichtbij mee te maken hoe hij opbloeide dit seizoen?

“Voor mijn gevoel is hij nu heel gelukkig bij Barcelona, althans zo ziet hij eruit. Ik hoop heel erg dat hij blijft, want dat zou ons heel erg helpen, hij is nog steeds veruit onze beste speler. In de kleedkamer gaan we heel normaal met elkaar om. Maar ik app niet met Messi om te vragen of hij blijft. Dat is echt aan hem. Toen ik twaalf was, was hij al de beste van de wereld hè, toen won hij al de gouden bal. Dan is het fantastisch als je jaren later met hem kunt samenspelen. Ja, ik realiseer me wel heel goed dat ik met Messi speel. Toch meer dan met andere jongens.”

null Beeld ANP
Beeld ANP

Toch gaat het ook betrekkelijk vaak over De Jong zelf. In de Spaanse media, maar vooral ook in Nederland, waar de naam ‘Frenkie’ steevast goed is voor duizenden clicks. “Dat is ook wel typisch voetbal en in Spanje is dat allemaal nog wel iets extremer. Je hebt daar ook voetbalprogramma’s die echt 24/7 uitzenden. Dus dan roepen ze ook maar wat. Ik zie weleens dingen voorbijkomen als ik het voetbalnieuws volg, natuurlijk. Maar ik zoek het niet op.”

Deze zomer kijkt Nederland nadrukkelijk naar hem, als een van de blikvangers van dit Oranje. Maar dat de verwachtingen rond het Nederlands elftal niet heel hooggespannen zijn, snapt de voetballer ergens ook wel.

“Als je naar een toernooi gaat, moet je natuurlijk altijd voor de winst gaan, anders kun je net zo goed niet meedoen. Maar ik denk wel dat Frankrijk de grote favoriet is, qua selectie. Daarachter zitten acht teams die ook kans maken. Daar horen wij bij. Zegt iedereen dat? Nee, dat hebben we niet bewust zo afgesproken met elkaar, hoor. Ik denk dat iedereen dat echt zo voelt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden