Franse tennisshow in New York

Als Tsonga en Monfils (foto), tevens de aangewezen Franse kopmannen in het Davis Cupduel met Nederland volgend weekeinde in Maastricht, op de baan in hun nopjes zijn, is het een genot om naar ze te kijken. Foto ANP Beeld
Als Tsonga en Monfils (foto), tevens de aangewezen Franse kopmannen in het Davis Cupduel met Nederland volgend weekeinde in Maastricht, op de baan in hun nopjes zijn, is het een genot om naar ze te kijken. Foto ANP

NEW YORK - Als geen ander weten ze het publiek te bespelen en voor zich in te nemen. De tennissers Jo-Wilfried Tsonga en Gäel Monfils zijn volleerde showmannen, die genieten van hun populariteit en er extra kracht uit putten.

Niet alleen de Fransen, die in hen de gedroomde opvolgers van Yannick Noah zien, hebben het duo omarmd. Ook de Amerikanen lopen met ze weg, zo blijkt op de US Open.

Dat ze veel bijval met hun spel oogstten, is niet vreemd. Als Tsonga en Monfils, tevens de aangewezen Franse kopmannen in het Davis Cupduel met Nederland volgend weekeinde in Maastricht, op de baan in hun nopjes zijn, is het een genot om naar ze te kijken. En in goede doen zijn de Franse sterren zonder twijfel, getuige hun rimpelloze plaatsing voor de vierde ronde.

Monfils mag worden beschouwd als misschien wel de speler met het grootste atletische vermogen van het circuit, al wordt de nummer dertien van de wereld geregeld afgeremd door de ziekte van Osgood-Schlatter, de chronische aandoening die leidt tot ontstekingen aan de aanhechting van de kniepees op het scheenbeen. In fitte toestand weet hij, glijdend van hoek naar hoek, ballen te retourneren die in gedachten al een punt voor de tegenstander hadden opgeleverd. Niet voor niets luidt zijn bijnaam dan ook Sliderman.

Tsonga heeft die elastieken benen weliswaar niet, maar hij compenseert dat gemis met een ongebreidelde vechtlust en de onophoudelijke wil om te winnen. De man die een grote gelijkenis met de populaire oud-bokser Muhammad Ali in zijn jonge jaren vertoont en die internationaal als zevende van de wereld is geklasseerd, schuwt daarbij de interactie met de toeschouwers niet. Een kolkende arena haalt doorgaans het beste in hem boven.

Het zijn deze twee type spelers die de Afro-Amerikaan Arthur Ashe voor ogen moet hebben gehad, toen de in 1993 overleden drievoudig grandslamkampioen de verwachting uitsprak dat zwarte tennissers - net als in onder meer het basketbal en de atletiek - de macht zouden overnemen. Met hun charisma, talent en zelfbewustzijn moeten Tsonga en Monfils in staat worden geacht 'prestaties met eeuwigheidswaarde' te leveren. Op weg naar die primeur moeten ze zich vandaag dan wel respectievelijk van Rafael Nadal en de Chileense hardhitter Fernando Gonzalez weten te ontdoen, om vervolgens in de kwartfinales onderling een robbertje te kunnen vechten.

Tsonga, 24 jaar geleden geboren uit een huwelijk tussen een Congolese vader en een Française, was in 2008 al heel dichtbij. Tijdens de Australian Open strandde hij pas in de finale. De één jaar jongere Monfils, afstammend van een vader uit Guadaloupe en een moeder van Martinique, drong in datzelfde jaar in Parijs tot de laatste vier op Roland Garros door.

Het zijn die wapenfeiten en de huidige vorm die het ergste doen vrezen voor de overlevingskansen van Nederland in de wereldgroep. Een confrontatie die overigens in het Franse kamp nog niet leeft, ook al koestert Frankrijk het Davis Cuptennis. Tsonga: ''Eerst wil ik hier proberen te winnen.''

De Fransen kregen gisteravond wat populariteit betreft even concurrentie van Novak Djokovic, die de kwartfinales bereikte door Radek Stepanek te verslaan. Djokovic vermaakte het publiek, tot veler vreugde, tijdens de wedstrijd met fraaie imitaties van John McEnroe. (MARCO KNIPPEN)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden