PlusAchtergrond

Frank Rijkaard: ‘Een finale is alleen maar mooi als je hem wint’

Frank Rijkaard kust de beker waarmee hij zijn schitterende voetbalcarrière afsloot.Beeld Christian Liewig/Corbis via Getty Images

Het is 25 jaar geleden dat Ajax de Champions League won. Toen Frank Rijkaard in 1993 terug wilde naar Ajax, wist Louis van Gaal niet of hij daar wel op zat te wachten. Wat kon de 31-jarige vedette van AC Milan toevoegen aan het jonge, talentvolle team? 

Soeverein. Dat was het woord dat op ieders lippen bestorven lag na zijn optreden in Triëst. Op 23 november 1994, in zijn laatste jaar als profvoetballer, had Franklin Edmundo Rijkaard al diepe indruk gemaakt met Ajax in de Cham­pions Leaguewedstrijd tegen zijn oude club AC Milan, dat vanwege een straf van de Uefa niet in het eigen San Siro mocht spelen. Ajax had de heersende kampioen met 2-0 verslagen en de Italiaanse supporters begeleidden Rijkaard met een ovationeel applaus naar de catacomben.

Het was al de tweede keer dat seizoen dat AC Milan verloor van Ajax. In september, in het Olympisch Stadion, was het duel ook in 2-0 ge­eindigd. “Ai Milan, wat een klap,” kopte de Gazzetta dello Sport. “Toen de Nederlanders bij AC Milan speelden, was het een excellente ploeg. Maar Ruud Gullit is inmiddels terug naar Sampdoria, Marco van Basten geblesseerd en de geweldige Frank Rijkaard speelt nu bij Ajax; een fantastisch team, waar we nog veel van zullen horen.”

Ook de Italiaanse bondscoach Arrigo Sacchi kon zijn ogen niet geloven. “Wat een speler. Ik heb genoten van hem. Rijkaard speelde als in zijn beste dagen bij Milan. De tijd krijgt geen vat op hem.”

Conflict met Cruijff

Met zijn terugkeer naar Ajax voerde Rijkaard de regie over zijn eigen afscheid. In het voorjaar van 1993 had hij besloten AC Milan te verlaten. Hij wilde nog wel een paar jaartjes voetballen, maar waar? Uitbuiken aan de Italiaanse rivièra? Zijn lijf werd wat strammer, het zoete leven lonkte. Maar hoe langer hij erover nadacht, hoe meer hij overtuigd raakte dat hij terug wilde naar Ajax. Terug móest naar Ajax.

Hij had de club in 1987 na een conflict met ­trainer Johan Cruijff (‘Ik ben dat eeuwige gezeik zat’) halsoverkop verlaten, en hij wilde zijn ­laatste jaren waardig en mooi afsluiten bij zijn club, in zijn stad. Juist het feit dat iedereen hem op de vingers zou kijken, leek hem de juiste ­motivatie om nog één keer het beste uit zichzelf te halen.

Het was een cadeau dat Ajaxtrainer Louis van Gaal in de schoot geworpen kreeg, maar Van Gaal wist niet of hij er blij mee moest zijn. Hij kneedde al enige tijd aan een jonge ploeg, die ­talentvol was en die steeds beter werd door de honderden trainingsuren. En Rijkaard was op dat moment 31, een vedette. Hij kon de balans in de selectie ook verstoren. Van Gaal: “Ik twijfelde. Het was natuurlijk een grote naam, en zijn presentatie in de media vond ik ook goed. Maar ik twijfelde toch. Bobby Haarms niet. Die zei: “Geweldig karakter, goed voor het team.” Hij heeft gelijk gekregen en ik ben dan ook blij dat ik hem heb gevolgd.”

Haarms was assistent- en hersteltrainer. Hij vormde met Van Gaal en diens rechterhand ­Gerard van der Lem een drie-eenheid. Van Gaal en Van der Lem waren volstrekte tegenpolen, maar juist die wrijving gaf hun samenwerking glans. En als ze er niet uitkwamen, velde Haarms het finale oordeel.

Veel later pas kreeg Rijkaard te horen dat Van Gaal sceptisch was geweest over zijn komst, en dat hij daarom maar niks hoorde. Volgens de overlevering is Haarms uiteindelijk naar Van Gaal toegestapt en heeft hij in plat Amsterdams gezegd: “Als jij Frankie nu niet terugneemt, krijg je van mij een stoot voor je kanis.” De trainer liet zich overtuigen.

Het was het begin van een aanvankelijk moeizame maar uiteindelijk vruchtbare en zeer succesvolle samenwerking. In de onlangs verschenen biografie van Van Gaal, LvG, haalt Rijkaard herinneringen op aan zijn eerste werkdag onder Van Gaal. De voetballer die twee keer de Europa Cup I had gewonnen met AC Milan en met ­Oranje Europees kampioen was geworden in 1988, mocht in de zomer van 1993 iets later aansluiten in het trainingskamp van Ajax. Hij zou aanschuiven bij de lunch, om één uur. Maar hij werd buiten het hotel opgehouden door journalisten. Rijkaard kwam te laat de eetzaal binnenlopen, niet wetende dat Van Gaal altijd wacht tot iedereen binnen is.

Rijkaard: “Daar had Louis op zitten wachten. Hij veerde op en riep bijna triomfantelijk: ‘Rij-kaard! Te laat! Je bent... te laat!’ Hij wees met zijn vinger naar me: ‘En jij weet wat dat betekent.’ Ik schakelde snel: ‘Eerlijk gezegd weet ik niet wat dat betekent, want dit is de eerste keer dat ik hier ben.’ Zag je hem nadenken en toen nog eens met een wijzende vinger: “Dáár heb je gelijk in. Maar de volgende keer heb je een boete.’”

Witte raaf

Discipline, regels, helderheid, structuur. Van Gaal hield zijn talenten strak aan de lijn. Hij werkte methodisch en systematisch aan een ­elftal dat in Europa langzaam maar zeker on­verslaanbaar werd. Rijkaard was in die groep een witte raaf; de voetballer die ervaring meebracht en op intuïtie speelde.

Gaandeweg merkte Van Gaal dat Rijkaard een toegevoegde waarde was voor Ajax. Al vond de speler dat hij centraal in de defensie het beste tot zijn recht kwam: dat gejakker en gejaag op het middenveld was niet meer aan hem besteed. Hij wilde het spel vóór zich hebben. Van Gaal ging daar pas na enige tijd in mee. De trainer koppelde Rijkaard in diens tweede seizoen in het hart van de defensie aan Danny Blind.

Die twee hadden midden jaren tachtig al even samen gespeeld bij Ajax. Ironisch genoeg miste Blind in 1987 de (gewonnen) finale van de Europa Cup II tegen Lokomotiv Leipzig door toedoen van Rijkaard. Blind: “We gingen daags voor de finale een partijtje rugby spelen op het strand van Athene. Frank viel met z’n 90 kilo per on­geluk op mijn knie. Meniscus kapot, knieband ingescheurd.”

Zeven jaar later vormden ze samen een geweldige tandem. Blind was aanvoerder, Rijkaard de non-verbale leider. “Op de momenten dat het elftal een impuls nodig had en praten, coachen en sturen niet het gewenste effect hadden, liet Frank zich gelden. Dan stak hij ineens met grote passen met de bal aan zijn voet het veld over. Of hij gooide er een snoeiharde tackle uit, of hij ramde een bal de tribunes in. Dan zag je spelers kijken en denken: het is menens. Hij kon het ­elftal echt wakker schudden.”

Dat deed Rijkaard ook op 24 mei 1995, in de ­finale van de Champions League. AC Milan was de tegenstander. Die ploeg was al twee keer overtuigend verslagen, maar in het Ernst ­Happelstadion in Wenen had Ajax het moeilijk. De ploeg was zichzelf niet, leed ongewoon bal­verlies.

Van Gaal zat in de eerste helft met kromme ­tenen op de bank. Twee minuten voor rust liet hij zich gaan. Uit woede over een niet door scheidsrechter Craciunescu gesignaleerde overtreding van Marcel Desailly op Jari Lit­manen, stormde van Gaal de dug-out uit en deed langs de lijn de karatetrap van de Franse middenvelder na. Van Gaal: “Ik was boos, maar ik deed het ook om mijn eigen ploeg te prik­kelen. Milan speelde veel agressiever en zelfverzekerder. Ik ging tot op het randje en wilde dat mijn spelers dat ook deden.”

In de rust sprak de coach harde woorden, hij vond dat er maar vier spelers (Edwin van der Sar, Frank Rijkaard, Finidi George en Frank de Boer) voldeden en dat de rest niet thuis gaf. Hij kreeg bijval van Rijkaard, die het woord richtte tot zijn ploeggenoten. Van Gaal: “Rijkaard zei in de rust: ‘Je zult het jezelf nooit vergeven als je een finale verliest. Nóóit!’ Dat zei hij met zoveel emotie en vuur, dat was van enorm belang.”

Rijkaard: “Ik ging met een gerust hart de finale in, maar ik had een panische angst om hem te verliezen. Ik had dat in 1993 al meegemaakt met Milan tegen Olympique Marseille. Iets ergers bestaat niet. Een finale is alleen maar mooi als je hem wint.”

‘Blijf bij de les’

Na rust greep Van Gaal in met twee wissels. Die sorteerden het juiste effect. Patrick Kluivert kwam in het veld voor Jari Litmanen, Nwankwo Kanu voor Clarence Seedorf. Zes minuten voor tijd belandde een afzwaaiende pass van Finidi bij Marc Overmars, die de bal meegaf aan Edgar Davids. Die legde breed op Rijkaard. Hij tikte de bal door naar Kluivert, die sprong over Zvonimir Boban heen en scoorde met de grote teen van zijn linkervoet.

Rijkaard moest het elftal na die treffer bij de les houden. De 18-jarige Kluivert, volledig in extase, stond nog buiten de lijnen na te genieten, terwijl Milan alweer op het punt stond om af te trappen. Rijkaard schreeuwde de longen uit zijn lijf. “Blijf bij de les! Gebruik je koppie.” Hij moest zelf in het strafschopgebied nog puinruimen bij een hachelijk moment.

Na het laatste fluitsignaal trok de anders zo ­ingetogen Rijkaard een lange sprint over het veld, achtervolgd door zijn ploeggenoten die hem dit einde van zijn prachtige loopbaan zo gunden. “Nu pas kan ik volmondig toegeven dat het een droomfinale is geweest, eigenlijk een droomeinde.”

Van Gaal beschouwde de spurt van Rijkaard als een hoogtepunt. “Ik heb hem nog nooit zo uitzinnig van vreugde gezien. Ik vond het een fantastisch moment van een fantastische voetballer. Maar hij is vooral een groot mens.”

Enkele dagen later nam Ajax in de Watergraafsmeer afscheid van Frank Rijkaard. Er werd gevraagd wat de voetballer de rest van zijn leven zou gaan doen. Rijkaard, die gewoon doen al gek genoeg vindt, antwoordde: “Leven.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden