Plus

Fenomenaal goed en voor de duvel niet bang

Hij was een fijnbesnaarde voetballer, eigenzinnig, eigenwijs en soms rancuneus. Als het niet ging zoals hij het in zijn hoofd had, had je aan Cruijff een kwaaie. Maar hij bleef Ajax en Barcelona altijd trouw.

Een omhaal van de Johan Cruijff in 1971. Beeld anp

Brutaal had hij zich als junior tussen de oudere spelers van Ajax genesteld. Flipper, noemden ze hem, omdat dat hoge stemmetje van hem onophoudelijk over het veld klonk. "Dat vele praten helpt tegen mijn nervositeit," vertelde Johan Cruijff later. De bombastische ­trainer Rinus Michels liet hem maar een beetje begaan: onzin sprak het ventje niet en hij was een groot talent. Hij moest alleen sterker worden, met die spillebeentjes van hem.

Het was 1965. Een paar maanden eerder, op 15 november 1964, had de iele Hendrik Johannes Cruijff al gedebuteerd in het eerste elftal van Ajax. Uit tegen GVAV, in Groningen. Zeventien jaar oud. Zijn moeder Nel was er eigenlijk op tegen, maar de Engelse trainer Vic Buckingham had Cruijff hard nodig. Sportief verging het de club zeer beroerd en nu was Piet Keizer ook nog geblesseerd.

Kereltje
Buckingham stak vanuit Stadion De Meer de Middenweg over en bezocht het huis van Nel Cruijff aan de Akkerstraat in Betondorp om haar gerust te stellen. Johan was er volgens de trainer aan toe om met de grote mannen mee te doen: hij had kijk op het spelletje en was voor de duvel niet bang. Moeder Cruijff liet zich overtuigen.

Vader Manus Cruijff, eigenaar van een groentezaak, was overleden toen Johan twaalf jaar oud was. Twee jaar daarvoor was de kleine Cruijff aangenomen als lid van Ajax op voorspraak van jeugdtrainer Jany van der Veen. Een proefwedstrijd was niet nodig. Van der Veen had genoeg gezien van het kereltje dat al twee jaar lang meetrainde op de woensdagmiddagen. Welbeschouwd was Van der Veen dus de ontdekker van Cruijff, maar dat heeft hij altijd weersproken: "Cruijff had geen ontdekker nodig."

Ongrijpbaar
Zijn debuutwedstrijd in het Oosterparkstadion ging niet ongemerkt voorbij. Ajax verloor, maar Cruijff maakte vlak voor tijd de 3-1. Hij had zijn naam gevestigd. Een naam overigens die daags daarna in de kranten voor problemen zorgde. Zowel de Volkskrant als Het Parool schreef over 'Kruyff'.

Maar waarover geen verwarring kon bestaan, was het talent van de jonge Amsterdammer. Alle kenmerken die Cruijff tot een unieke voetballer maakten, openbaarden zich die middag al. Hij dirigeerde jong en oud op het veld en was ­ongrijpbaar voor tegenstanders. Alsof hij ogen in zijn achterhoofd had.

Op het dieptepunt van de sportieve geschiedenis van Ajax - de club moest dat seizoen zelfs vrezen voor degradatie uit de eredivisie - diende de grootste Nederlandse voetballer ooit zich aan in de Watergraafsmeer.

Prikkelde zijn omgeving
Na de komst van Rinus Michels, die een ­professionalisering doorvoerde, maakte Cruijff een hele generatie voetballers bewust van hun mogelijkheden. Hij koos altijd de aanval, dacht twee stappen vooruit en prikkelde zijn omgeving.

Cruijff tijdens Feyenoord-Ajax, 1969. Beeld anp

Dat deed hij al op jonge leeftijd. Zo werd looptrainer Cees Koppelaar bij Ajax binnengehaald door Michels. Tijdens Koppelaars tweede training kwam Cruijff naast hem lopen en zei: "Goed voor je toekomst, dat je hier bent." ­Koppelaar: "Cruijff was toen nog een tiener, maar hij heeft gelijk gekregen. Er stond iets bijzonders te gebeuren bij Ajax en dat wilde hij me even duidelijk maken."

Cruijff leidde Ajax drie keer naar winst van de Europa Cup I. In 1971 op Wembley, in de finale tegen Panathinaikos werd het 2-0. Een jaar later versloeg Ajax in de Rotterdamse Kuip met ­dezelfde cijfers Internazionale. Cruijff scoorde beide goals. In mei 1973 werd in Belgrado met 1-0 gewonnen van Juventus. Drie keer werd Cruijff uitgeroepen tot Europees voetballer van het jaar.

Grootheden
Hij was fenomenaal goed. Te goed voor de voetballers met wie hij op het veld stond. Meer dan andere grootheden, zoals Diego Maradona en Pelé, was Cruijff in staat een heel elftal aan te sturen.

Juweeltjes van doelpunten maakte hij, lobjes, met de binnen- of (zijn specialiteit) met de ­buitenkant van zijn voet. Hij was inventief, denk aan de penalty-in-tweeën met Jesper Olsen, en zijn dribbels waren van een ongeëvenaarde schoonheid. Godfried Bomans ving de genialiteit van Cruijff in een treffende omschrijving.

Doelman Ton Thie van FC Den Haag kan de bal alleen nog nakijken na een actie van Cruijff, tijdens Ajax-FC Den Haag in 1971. Beeld anp

'Johan Cruijff doet in zoverre aan een engel denken dat ook een engel niet aan de zwaartekracht onderhevig is. Ik heb hem vaak zien spelen en mij dan telkens verwonderd dat hij na afloop gewoon met de anderen mee het veld afliep en niet opsteeg en over de tribunes heen aan de einder verdween. Vermoedelijk houdt hij zich in. (...) Ook in zijn gezicht zit iets engelachtigs. Het is voornamelijk uit verbazing samen­gesteld, maar dan het soort verbijstering van ­iemand die uit een wolk op aarde gevallen is en zich dan verder zo goed mogelijk behelpt tussen de logge wezens die hij daar aantreft.'

De fijnbesnaarde voetballer was ook eigenzinnig, eigenwijs en soms rancuneus. Nadat de ­selectie van Ajax in 1973 niet voor hem maar voor Piet Keizer had gekozen als aanvoerder, gaf hij zijn schoonvader en belangenbehartiger Cor Coster de opdracht een transfer naar Barcelona in gang te zetten.

Pezige lichaam
Als het niet ging zoals hij het in zijn hoofd had, had je aan Cruijff een kwaaie. Zo sloot hij zijn imposante loopbaan als speler af bij Feyenoord. Het was een vreemd gezicht en het deed veel Amsterdammers - en ook veel Rotterdammers - pijn: Cruijff in een Feyenoordshirt, met het rugnummer 10. Het was zijn revanche op Ton Harmsen, de voorzitter van Ajax die hem in 1981 had teruggehaald naar de club, maar die Cruijff na het winnen van twee landstitels 'te oud' had genoemd voor een salaris van anderhalf miljoen gulden.

Cruijff was 36 jaar en perste nog één keer alles uit zijn pezige lichaam. Hij loodste de aarts­rivaal van Ajax voor het eerst in tien seizoenen naar het kampioenschap. Bij de huldiging op het bordes van het Rotterdamse stadhuis sprak Cruijff tegen ploeggenoot Peter Houtman: "Dus dit is de Coolsingel?"

Cruijff liet zich niet knechten, door niemand. Niet door medespelers en zeker niet door voetbalbestuurders. Hij was veeleisend, maar dat kon en mocht hij zijn, want hij was de beste.

Dreamteam
Met het Nederlands elftal had hij een haat-liefde­verhouding. Hij speelde slechts 48 interlands (33 doelpunten), wat te weinig is voor een voetballer van zijn statuur. Hij werd tweede met Oranje op het WK'74, maar het WK'78 liet hij vanwege privéomstandigheden schieten. De KNVB ondernam meerdere pogingen om de trainer Cruijff te strikken als bondscoach, maar zonder resultaat.

Vele voetballiefhebbers hadden het graag ­gezien: Cruijff als verantwoordelijke man bij Oranje. De man die zijn hele leven aanviel, als speler én als trainer. Als coach van Ajax won hij in 1987 de Europa Cup II, met het dreamteam van Barcelona veroverde hij vier landstitels, de Europa Cup II in 1989 en de Europa Cup I in 1992.

Hij bleef Ajax en Barcelona altijd trouw, ook al voelde hij zich door bestuurders van die clubs soms gepiepeld of gekwetst, zoals bij zijn ontslag als trainer van Barça in 1996, waar een knetterende ruzie met voorzitter Josep Lluís Núñez aan voorafging.

Revolutie
Cruijff woonde met zijn vrouw Danny in ­Barcelona, maar dat belemmerde hem niet om in 2010 de aanzet te geven tot een revolutie bij Ajax. De club moest weer in handen komen van (oud-)voetballers. Hij bracht een kentering ­teweeg, maar de revolutie strandde na vijf jaar toen zijn vertrouweling Wim Jonk, die door Cruijff naar voren was geschoven als hoofd ­opleiding, na een interne strijd afgelopen ­november de wacht werd aangezet. Cruijff trok als adviseur zijn handen af van Ajax.

Het was hem namelijk vooral te doen om de jeugdopleiding van Ajax. Jonge voetballertjes bij de club moesten worden getraind op de ­manier zoals Cruijff zelf vanaf zijn tiende jaar bij Ajax was getraind: misschien met modernere methoden, maar in de geest van zijn voetbal­vader, Jany van der Veen: bevlogen, en met liefde voor de bal en het spel.

Cruijff in het shirt van Feyenoord. Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden