PlusInterview

FC Emmen-directeur Ben Haverkort: ‘Als je naar Ajax kon, dan ging je’

Ben Haverkort (59) neemt een bijzondere positie in de professionele voetbalsport in: hij was eerst speler, toen arbiter en sinds 2017 is hij commercieel directeur van FC Emmen. ‘Deze club is een aanwinst voor de eredivisie.’

null Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Ben Haverkort, de Amsterdammer

“Ik kom uit de Pieter Aertszstraat, een zijstraat van de Van Woustraat. Mijn vader Rinus was zijn leven lang fietsenmaker, hij had een zaakje in de Rustenburgerstraat. Ik heb twee broers en een zus. Schoffies waren we, in de goede zin van het woord. We gingen naar de Sint Martinusschool. Als mijn vader naar een ouderavond ging, hielden mijn broertje en ik ons hart vast. Prachtige tijd. Als ik in Amsterdam ben, rijd ik altijd even door de Pieter Aertszstraat. Nu denk ik: wat een kabouterhuisje. Dat we daarin met z’n zessen hebben gewoond. Als kind viel dat niet op, we leefden op straat.”

Ben Haverkort, de voetballer

“Ik voetbalde bij TDW Centrum, de club die later fuseerde met Watergraafsmeer en verderging als FC Amstelland. Ik speelde met veel plezier, maar ik wilde prof worden, zoals al mijn vriendjes. Johan Cruijff achterna. Mijn vader zei: dan moet je bij Amstelland vandaan.”

“Ik heb twee jaar in de jeugd bij Zeeburgia gespeeld en ik kwam uit in het Amsterdams jeugdelftal, met onder anderen Frank Rijkaard en Bob de Klerk. We werden in 1979 alle drie gescout door Ajax, maar ik kon ook naar HFC Haarlem. Barry Hughes was daar trainer en hij nam de moeite om me thuis te bezoeken. Zo heeft hij ook Ruud Gullit overgehaald om van DWS naar Haarlem te komen. Ik weet nog dat de halve straat was uitgelopen toen Hughes in zijn lange regenjas bij ons thuis voor de deur stond. Ik kon een A-contract krijgen. Dat was aantrekkelijk, want ik zat op de Don Boscoschool en ik was schilder. Bij Ajax had ik een gesprek met Leo Beenhakker, toen trainer van de A-jeugd. Achterop het brommertje bij mijn vader naar De Meer. Als je naar Ajax kon, dan ging je niet naar een andere club, al kon ik toen bij Ajax niks verdienen. Ik kreeg na dat gesprek wel twee vuilniszakken mee met Ajaxtenues en trainingspakken.”

“Ik heb een jaar als amateur gespeeld bij Ajax en een jaar als semiprof in het tweede elftal. Het waren de jaren van Wim Kieft, John van ’t Schip, Søren Lerby en Frank Arnesen. Frank Rijkaard brak door. Op mijn positie, linksbuiten, kwam Jesper Olsen. Ik trainde soms wel mee met het eerste elftal. Keiharde lessen waren dat. Als je een goede bal gaf, werd je alsnog he-le-maal verrot gescholden door Lerby. Als jong pikkie móest je die bal aan hem geven. Je werd er bang van, maar wát een mentaliteit.”

“Ajax vond me niet goed genoeg. Joop Brand wilde me wel bij Telstar hebben. Ik had ook terug kunnen gaan naar de amateurs en het schilderen kunnen oppakken, maar ik heb de gok genomen en uiteindelijk heb ik bij Telstar, Cambuur en FC Emmen 392 duels gespeeld in de eerste divisie. Had ik dat niet gedaan, dan had ik hier nu niet gezeten.”

Ben Haverkort. Beeld Cor Lasker
Ben Haverkort.Beeld Cor Lasker

Ben Haverkort, de scheidsrechter

“Op 1 juni 1995 was ik officieel gestopt met voetballen. Op 2 juni miste ik het al: de spanning, de adrenaline. Imro van der Reijden, mijn jeugdvriend uit Amsterdam, attendeerde mij op een advertentie in Het Parool waarin scheidsrechters werden geworven. Er was een verkorte ­cursus van de KNVB voor ex-profs om arbiter in het betaald voetbal te worden. Ik had nog nooit van mijn leven een wedstrijd gefloten, zelfs geen jeugdwedstrijd. Ik was het mijn hele leven hartgrondig oneens geweest met scheidsrechters, maar vanaf de allereerste dag dat ik in Zeist was, wist ik: dit is iets voor mij.”

“Ik begon meteen met fluiten in mijn eigen regio, Emmen. In de onderbond, maar ik nam het heel serieus. Meldde me anderhalf uur voor een wedstrijd bij de club, terwijl de teams pas een half uur voor de aftrap binnendruppelden. Mijn eerste wedstrijd tussen twee eerste elftallen was Vledder-Diever. Dat was een ­veredelde burgeroorlog, die vlogen erop. Na twee minuten had ik het erwtje al uit mijn fluit geblazen.”

“Uiteindelijk heb ik de A-lijst gehaald. Dertien seizoenen gefloten, in de eredivisie en internationale wedstrijden. Ik was een betere scheidsrechter dan voetballer. In het begin floot ik als een voetballer, ik liet veel toe. Ach, dat kan nog wel, dacht ik vaak, maar in Zeist kreeg ik te horen: affluiten. Ze hadden gelijk. Je moet de regels hanteren en dat deed ik niet. Ik herinner me daarover nog een mooie uitspraak van Riemer van der Velde, voorzitter van Heerenveen. Hij zei: ‘Ben, hoe langer je fluit, hoe slechter je wordt.’ Dat is soms de discrepantie tussen de voetballerij en de arbitrage. Hoort erbij, ik heb aan beide kanten gestaan. Zoals Willem van Hanegem ooit zei: het zou saai worden als we op maandag niks meer te zeuren ­hebben.”

“Ik heb nooit moeite gehad om de clubs te fluiten waar ik zelf had gevoetbald. En voor de clubs is het ook nooit een probleem geweest. Op het veld, als de bal eenmaal rolt, heb je ook geen idee meer dat je Ajax, Telstar of Cambuur aan het fluiten bent. Je gaat op in het spel.”

“Frank Rijkaard en ik zijn als jonge ventjes bevriend geraakt met elkaar. Toen hij trainer werd bij Sparta en ik hem de eerste keer moest fluiten, kwam hij naar me toe en zei: ‘Wat er ook gebeurt, onze vriendschap staat bovenaan.’ Ik heb hem vier keer gefloten, Frank heeft vier keer verloren. Ook zijn laatste wedstrijd bij Sparta, tegen ADO – de club degradeerde. Kwam Frank na afloop bij mij in de kleedkamer een sigaretje roken. ‘Even rust Ben, voordat de pers op mijn nek springt.’ Een mooie herinnering, vooral als je weet wat Frank daarna bij ­Barcelona allemaal heeft bereikt.”

Ben Haverkort, de directeur

“Ik ben meteen na mijn voetbalcarrière de commercie ingerold. Eerst bij een sponsor van FC Emmen en later, toen ik was gestopt als arbiter, zes jaar bij FC Groningen. In 2017 kwam ik als commercieel directeur naar FC Emmen. Het is een kleine, fijne organisatie, maar we willen een blijvertje zijn in de eredivisie, dus we ­proberen verder te professionaliseren.”

“De promotie in 2018 heeft veel losgemaakt in de stad en de regio. Wedstrijden zijn bij ons een feestje. We krijgen veel complimenten. Deze club is een aanwinst voor de eredivisie. We moeten echter creatief blijven, zeker in deze tijd. Corona raakt ook Emmen hard.”

“De zoektocht naar een nieuwe hoofdsponsor werd flink bemoeilijkt door corona, totdat ik afgelopen zomer in gesprek raakte met de directie van EasyToys, een bedrijf in seksspeeltjes uit Veendam. Onze voorzitter Ronald Lubbers vond het geweldig. ‘Past precies bij ons, een beetje gek,’ zei hij. De KNVB wilde in eerste instantie geen toestemming geven. De publiciteit die dat genereerde, was ongekend. De site van EasyToys ontplofte. Van de Engelse krant The Sun tot in Brazilië werd over de zaak geschreven. De KNVB ging alsnog overstag.”

“FC Emmen neigt een beetje naar cult, maar we worden wel serieus genomen. Ik voel me hier thuis, de rust is weldadig. Ik woon buiten de stad, binnen één minuut sta ik midden in het bos. Als ik weer eens in Amsterdam ben, rijd ik altijd langs mijn ouderlijk huis. En ik slenter even over de Albert Cuyp. Langs de kramen waarvan sommige al dertig jaar dezelfde standhouder hebben. En dan haal ik een broodje half­om bij Popov. Het blijft een heerlijk stukje Amsterdam, al ben ik tegenwoordig de toerist.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden