Plus

Ex-basketballer geeft anti-pestclinics: Pak mij maar, niet hem

Ex-prof basketballer Henk Pieterse was vroeger het pispaaltje van de klas, daarom bedacht hij de Pest Mij Maar Tour. Al tien jaar gebruikt hij sportclinics om jongeren bewust te maken van pestgedrag. 'Dit balletje heeft mij gered van heel veel shit.'

Henk Pieterse: 'Basketbal was mijn reddingsboei.' Beeld Marc Driessen

Het is een kwartier voordat de clinic begint, als bij de achterdeur van sporthal De Horst in Zeewolde een zwart busje voorrijdt. Op de achterkant staat het logo van Pest Mij Maar en op de motorkap prijkt een afbeelding van een basketballer. Het is Henk Pieterse, ex-international en founder van de Pest Mij Maar Tour.

"Als je wilt helpen dragen, graag." Pieterse, gekleed in wijde sportbroek, een blauw shirt van de Philadelphia 76ers en lichtblauwe zweetbandjes om beide polsen, opent de deuren van zijn bus. In de achterbak liggen honderdvijftig basketballen, grote en kleine pylonen, een stereoset en twee grote speakers. Muziek helpt, ontdekte Pieterse. "Daar worden kinderen rustig van en het is meer van deze tijd." Een microfoon bleek ook niet overbodig. "Ik heb mijn stem al aardig verkloot in de afgelopen jaren."

Pieterse, een kind uit de Jordaan, 2.11 meter lang en 130 kilo zwaar, zet de speakers aan beide kanten van de gymzaal neer, terwijl de eerste leerlingen van het RSG Slingerbos binnendruppelen. "Wow, check hoe lang hij is," zegt iemand. De meeste kinderen kennen hem niet. De basketbalcarrière van Pieterse, oud-speler van onder meer Den Bosch, was immers al afgelopen voordat deze pubers überhaupt geboren waren. Na zijn persoonlijke introductie vraagt hij de groep van vijfenveertig kinderen een basketbal te pakken. Door de speaker schalt Justin Bieber, een uitstekende binnenkomer, vooral voor de meiden. Ze moeten met de bal stuiteren op de maat terwijl ze naar de overkant van de zaal lopen. Als ze daar niet op tijd zijn, moeten ze zichzelf opdrukken. Met Pieterse op hun rug. De leerlingen kijken verschrikt op. "Grapje."

Spaghettisliert
Tijdens de ruim twee uur durende clinic wisselt Pieterse trainingsoefeningen af met persoonlijke anekdotes die allemaal met het hoofdthema te maken hebben: pesten.
Muisstil zijn de kinderen wanneer hij vertelt over zijn geschiedenisleraar die hem Spaghettisliert noemde, en hoe alleen hij zich voelde omdat er niemand voor hem opkwam. "Ik zou willen dat er vroeger zo iemand als ik was langsgekomen op mijn school. Zo'n uitdagend figuur met een uitstraling van 'pest mij maar', niet hem."

En zo ontstond tien jaar geleden het idee voor de anti-pesttour. "Ik merkte dat ik van binnen een heel raar gevoel kreeg als ik zag dat er een kind werd gepest, en dat heb ik nog steeds." Pieterse, die een lerarenopleiding volgde en een diploma haalde voor apothekersassistent, gaf zonder enige ervaring zijn eerste antipestclinic op een basisschool op Urk. "Ik heb hier niet voor gestudeerd, maar weet wel veel door wat ik heb meegemaakt." De belangrijkste boodschap die hij de jongeren wil meegeven? "Denk na voordat je iets zegt of voordat je een Whatsapp stuurt. Iets kan harder aankomen dan je het bedoelt."

Nu rijdt hij al tien jaar vanuit zijn woonplaats Sint-Willebrord het hele land door en bereikt hij jaarlijks zo'n 35.000 kinderen, in de leeftijd van vijf tot achttien jaar. "Ik wil ze dit pittige thema voorleggen, maar op zo'n manier dat het blijft hangen." De basketbal noemt hij zijn gereedschap.

"Basketbal is zo veel meer dan een sport voor mij, het is een survival. Dit balletje heeft mij gered van heel veel shit." Het was zijn nieuwe gymleraar, meneer Kuit, op de voormalige Havo Zocherstraat, die hem op zijn vijftiende met de sport in contact bracht. Pieterse kon tot op dat moment spreken van een zorgeloze jeugd. Hij werd geboren op de Lindengracht en woonde vanaf zijn vijfde in Geuzenveld. Zijn moeder was huisvrouw en werkte bij de slager, zijn vader was stratenmaker en amateur-bokser. Een grote, sterke man, zegt Pieterse. "Ik keek enorm tegen hem op."

Uitgelachen
Maar een stevige groeispurt in de puberteit verstoorde de verhoudingen van zijn lichaam en hij kreeg een gevoel van schaamte tegenover vrienden, familie en zeker zijn vader. De jonge Pieterse groeide in een half jaar een halve meter, terwijl zijn gewicht achterbleef. "Dat ik lang was, was één ding, maar ik was ook nog dun. Ik kon eten zo veel ik wilde, maar ik kwam niet aan. Op een gegeven moment zat ik 's avonds nog tien boterhammen met pindakaas weg te werken."

Alsof de kwetsende opmerkingen van zijn medeleerlingen niet erg genoeg waren, deed ook zijn geschiedenisleraar mee aan de pesterijen. "Vanaf dat moment was ik alleen maar bezig met niet te worden uitgelachen." Spijkerbroeken legde hij 's nachts onder zijn matras zodat ze stijf zouden worden en beter bleven zitten als de wind ertegenaan blies ("Anders zag je mijn tentstokken"). Douchen na gym was al helemaal een taboe.
Totdat meneer Kuit hem een basketbal in de hand duwde. "Dat is mijn reddingsboei geweest. Het was nieuw, het was leuk en ik dacht dat ik er wel goed in kon worden." Pieterse naaide een witte band op zijn sportbroekje om het op een basketbalbroek te laten lijken en tekende met stift een ster op zijn gympen, alsof het Converses waren. Een talent was hij niet, maar keihard werken kon hij des te beter. Elke dag na school dribbelde hij in zijn eentje op het Balboaplein in Amsterdam-West, waar ook een voetballende Ruud Gullit en Frank Rijkaard regelmatig te vinden waren. "Er waren twee pleintjes. Als zij op het pleintje wilden waar ik aan het basketballen was, zeiden ze: 'Hé lange, sodemieter op.' Later, toen ik al bij Den Bosch speelde, kwam Gullit naar me toe en zei: 'Wow, wat heb je het ver geschopt.'"

Gebroken duim
Pieterse begon zijn carrière bij de junioren van Delta Lloyd in Amsterdam. Op zijn negentiende vertrok hij naar Kentucky om daar vier jaar college basketball te spelen. Een verademing. "Het eerste wat een Amerikaanse douanier op het vliegveld tegen me zei, was: 'What team do you play for?' Ik werd meteen gezien als sporter." Later, hij stond inmiddels onder contract bij Den Bosch, mocht hij op trainingsstage bij NBA-team de Philadelphia 76ers, maar een gebroken duim gooide roet in het eten. Na avonturen in België en Duitsland zette Pieterse, die zes keer Nederlands kampioen werd en 101 keer voor het nationale team uitkwam, op zijn 44ste een punt achter zijn carrière.

Tijdens de clinic laat hij af en toe zijn kunsten zien. Hij haalt de bal van voor naar achter onder zijn been door en laat hem op zijn vinger tollen. "En nu jullie! Draaien!" De kinderen leren beter te basketballen, is nooit een doel op zich. "Maar het is wel mooi meegenomen," zegt Pieterse met een knipoog. "Het is immers de mooiste sport die er is." Hij heeft er in Zeewolde in elk geval één fan bij. Na de clinic vraagt de veertienjarige Mike of Pieterse zijn basketbal wil signeren. Heeft hij nog wat geleerd vandaag? "Niet kijken naar wat je niet kan, maar kijken naar wat je wél kan," zegt hij. Tevreden gaat Pieterse achter het stuur van zijn bus zitten. "Kijk, ik ben natuurlijk geen messias, maar als ik één zieltje kan raken, dan heb ik al gewonnen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden