PlusAchtergrond

Ex-Ajacied sensatie bij Lazio: ‘Dit is waar ik al die tijd voor gevochten heb’

Hij is bepaald niet de bekendste Nederlander in de Serie A, dat weet Djavan Anderson (25) zelf ook wel. Maar in de schaduw van Matthijs de Ligt, Stefan de Vrij, Justin Kluivert en Marten de Roon is de Amsterdamse middenvelder van Lazio druk bezig met het schrijven van zijn eigen voetbalsprookje.

Djavan Anderson in duel met CuadradoBeeld AFP

De Serie A-kraker Lazio – AC Milan (0-3) was tweeënhalve week geleden al een paar uur afgelopen, de broeierige zaterdagnacht was een lenteachtige zondagochtend geworden, toen Djavan Anderson en zijn vriendin Annelot in hun appartement in hartje Rome een emotioneel moment deelden. “Omdat toen voor het eerst het besef kwam. Ik ben ein-de-lijk op de plek waar ik mijn hele leven al wilde zijn,” blikt Anderson terug. 

Pas eind juni maakte hij zijn competitiedebuut voor topclub Lazio, waar hij sinds de zomer van 2018 onder contract staat. Hij viel in de slotminuut in tegen Fiorentina, daarna volgde nog een handjevol invalbeurten, tot maandagavond de ultieme bekroning kwam: een basisplaats in het uitduel met Juventus (2-1 nederlaag). “Pas vlak voor de wedstrijd hoorde dat ik zou gaan starten. Zenuwen? Niet echt. Ik dacht vooral: Ik heb hier keihard voor gewerkt, dus ik ga er volledig van genieten. Dit is míjn moment. En dat is gelukt. Ik heb van elke seconde genoten.”

Vraag een groep Nederlandse voetbalfans om een lijstje te maken van landgenoten in een buitenlandse topcompetitie, en er zullen er maar weinig zijn die de naam van Anderson noteren. En toch stond hij maandag dus doodleuk in de basis tegen Cristiano Ronaldo en consorten. “Die eerste invalbeurtjes waren mooi, maar dit… Ik mocht zo lang op het veld staan, in een topwedstrijd, tegen grote spelers. Dát was dus waar ik al die jaren zo hard voor heb gevochten. Dat het me – met een omweg – is gelukt om daar te staan, betekent veel.”

Knokken

Wie zijn carrière bekijkt, snapt dat gevoel. Het is een hobbelige weg geweest voor Anderson. Hij begon bij AFC, kwam na zijn jeugdopleiding bij Ajax niet verder dan de beloften en belandde via AZ en SC Cambuur drie jaar geleden bij FC Bari 1908, toen hoogvlieger in de Serie B. Een jaar later ging die club echter failliet. “In de voorbereiding op het nieuwe seizoen zaten we ergens in de bergen, in the middle of nowhere, toen de directeur ineens opdook. ‘We zijn failliet, ik voel me niet meer verantwoordelijk voor jullie, dus zie maar hoe je thuis komt.’ En toen was-ie weer weg. Iedereen moest in paniek buskaartjes en vliegtickets voor zichzelf regelen, het was echt bizar.”

Zijn goede prestaties bij Bari leverden Anderson een transfervrije stap naar Lazio op, hij werd direct verhuurd aan Salernitana, maar dat jaar draaide uit op een sof. Tot overmaat van ramp zaten ze bij broodheer Lazio ná dat seizoen, nu een jaar geleden, niet echt meer op de Nederlander te wachten. 

“Ik hoorde lang niets van Lazio en trainde individueel in Amsterdam. Pas op 2 september, toen de transfermarkt dicht was, moest ik terugkomen naar Rome. Maar ik moest in mijn eentje trainen, mocht niet op de club zijn als de A-selectie er was én ik werd niet ingeschreven voor de Serie A.” 

Beeld AFP

Anderson besloot ondanks die uitzichtloze situatie te gaan vechten voor zijn plek. “Twee keer per dag ging ik extra de gym in, ik at en sliep op de club. Ik deed álles om te laten zien dat ik wilde knokken. En dat werkte. Op een dag mocht ik meetrainen, omdat ze te weinig man hadden. Ik stond daar tussen alle grote namen en tijdens de partijvorm was ik zó goed, niet normaal. Na de training zeiden mijn goede vriend Ciro Immobile en andere spelers: Waarom traint Djavan niet altijd met ons mee?”

Voor gek verklaard

Mede daardoor werd Anderson aan het begin van dit kalenderjaar weer in genade aangenomen door trainer Simone Inzaghi. “Ik had het respect van iedereen gewonnen en werd ingeschreven voor de competitie, kreeg een rugnummer en debuteerde in een bekerduel. Dat smaakte naar meer, speelminuten zaten eraan te komen, totdat het coronavirus uitbrak.” 

Een zware periode, want Anderson zat lange tijd moederziel alleen in lockdown. “Ik dacht af en toe echt dat ik gek werd. In een maand tijd ben ik drie keer naar buiten geweest, voor boodschappen. Meer niet. Het heeft me doen beseffen dat niets in het leven gegarandeerd is, niemand kan je beloven dat er een nieuwe ochtend zal komen. Ik probeer alle kleine dingen nu extra te waarderen, ik geniet hier echt extreem.”

Niet in de laatste plaats omdat het Anderson ook op sportief gebied voor de wind gaat. Het voetballeven lacht hem volop toe, als plotseling gewaardeerde kracht van een ploeg die zich een dezer dagen zal gaan plaatsen voor de Champions League. “Ik heb zó veel tegenslagen moeten verwerken en zó veel obstakels moeten omzeilen. En nu ben ik gewoon speler van Lazio, het klinkt nog steeds gek als ik dat hardop zeg. Ik ben trots op wat ik heb bereikt, maar waar ik nóg trotser op ben, is dat ik het geloof in mezelf nooit heb verloren. Ondanks al die mokerslagen. Mensen zeiden dat ik misschien maar moest stoppen en een maatschappelijke carrière moest beginnen. Dat heb ik niet gedaan en ik werd voor gek verklaard, maar kijk waar ik nu sta.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden