PlusInterview

Erik ten Hag: ‘Ik ga het op linksback proberen met Lisandro Martínez’

Ook voor Ajax was het voetbal in maart plotseling voorbij. Trainer Erik ten Hag blikt terug op een onafgemaakt seizoen. ‘Misschien hadden we wel iets te veel zelfvertrouwen.’ 

Ajaxtrainer Erik ten Hag: ‘In november speelden we fantastisch, maar spelers waren mentaal moe. Dat was meetbaar en zichtbaar.’Beeld Sanne Zurné

Het terras van landhuishotel De Bloemenbeek in De Lutte is zonovergoten. ­Eigenaar-gastheer Raymond Strikker probeert van grote afstand hond Bella tot de orde te roepen: zij graaft achter het trainingsveld driftig in een ­konijnenhol. Dit is bekend terrein voor Ajax, dat al sinds de jaren zeventig geregeld trainingskampen belegt in het Overijsselse grensdorp. Maar niet dit jaar. Corona heeft niet alleen een abrupt einde gemaakt aan het seizoen 2019-2020, maar ook de voorbereiding op het nieuwe seizoen in de war geschopt.

De trainer van Ajax, Erik ten Hag (50), is een kind van deze streek. Hij woont op een steenworp afstand van De Lutte, in Oldenzaal. Ten Hag – korte broek, zonnebril, witte baseballcap – ­arriveert op de fiets bij De Bloemenbeek. De tweewieler is zijn beste vriend in coronatijd.

“Ik heb heel wat tochten gemaakt. Dit is zo’n prachtige omgeving.”

Ook Ten Hag was op zoek naar een nieuw dagritme, naar routine in het dagelijks leven. Thuiswerken. Individuele trainingsprogramma’s samenstellen voor zijn spelers. Vergaderen met zijn staf via Zoom en Teams. Hij heeft de afgelopen maanden veel gekeken en gelezen, vooral vakliteratuur, contact gelegd met collega’s in Duitsland, waar het seizoen wel is hervat, en gevraagd naar hun ervaringen. En gebrainstormd met een prestatiecoach over voetballen zonder publiek, wat daarvan de effecten zijn en wat het doet met de psyche van een voetballer.

“Mijn spelers hebben hard voor zichzelf getraind. Ik kijk mee aan de hand van de data. Een enkeling heeft misschien een duwtje in de rug nodig. De buitenlandse jongens hebben we soms wat extra aandacht gegeven: maken zij zich zorgen? Na enige tijd konden we in kleine groepjes weer gaan trainen op De Toekomst. Dat is nog lastig zat, om oefenstof te maken die prikkelt en uitdaagt. Het neigt al snel naar bezigheidstherapie. De spelers snakken naar partijen van elf tegen elf. Naar duels, naar contact, naar écht voetbal. Vanaf woensdag mag het weer. We zullen de handrem erop moeten zetten, anders gebeuren er ongelukken.”

Het is ruim drie maanden geleden dat Ajax een wedstrijd speelde: op 7 maart, uit tegen Heerenveen, een 3-1 zege. Kort daarna werd de competitie stilgelegd vanwege het coronavirus. Technisch directeur Marc Overmars riep in een interview in De Telegraaf vrijwel onmiddellijk op een punt achter het ­seizoen te zetten.

Was u het daarmee eens?

“Met de kennis van toen vond ik het logisch om de competitie te beëindigen. Er was zoveel onzekerheid over dat virus. De gezondheidszorg stond zwaar onder druk, er dreigde een tekort aan ic-bedden. Er zou een enorme maatschappelijke discussie zijn losgebarsten als we waren blijven voetballen. Terecht. Moet je een speler met een knieblessure naar het ziekenhuis brengen, waar artsen voor mensenlevens vechten, en dan vragen om voorrang, omdat er overmorgen weer een wedstrijdje op het programma staat? Die claim mogen wij niet op de zorg leggen. De overheid heeft uiteindelijk de knoop doorgehakt. Met de kennis van nu is de beslissing wel iets te snel genomen. Samen met de andere clubs die wilden stoppen, hadden we meer draagvlak moeten creëren. Cambuur, De Graafschap en vooral FC Utrecht mogen zich tekortgedaan voelen.”

Voor Ajax kwam het niet slecht uit. U stond op doelsaldo op de eerste plaats, een plek die zo goed als zeker recht geeft op rechtstreekse plaatsing voor de Champions League.

“Van de 25 speelronden hebben we er 23 bovenaan gestaan.”

U voelde de hete adem van AZ in de nek en u zat met Ajax toch in een slechte fase?

“Ieder team maakt zo’n fase mee. We hadden al anderhalf jaar op heel hoog niveau gespeeld. In januari en februari waren zes belangrijke spelers geblesseerd. Spelers uit de as, bijna de complete aanval.”

Hoe heeft u het seizoen geëvalueerd? Heeft dat nog nieuwe inzichten opgeleverd?

“Met Marc Overmars heb ik daarover gesproken. Een van de conclusies was dat we misschien iets te veel zelfvertrouwen hebben gehad. In november hoorden we van alle kanten dat we nog beter speelden dan in het fantastische seizoen ervoor, maar spelers waren mentaal moe. Konden in de eindfase van de eerste seizoens­helft niet meer de benodigde trainingsarbeid opbrengen. Dat was meetbaar en zichtbaar. Dan word je minder belastbaar en ontstaan blessures. De ene na de andere speler viel weg. Vervolgens waren de spelers met kerst en oud en nieuw tien dagen weg. Dan is er geen controle – en dat moet je als trainer ook niet altijd willen hebben. Maar ook tijdens de trainingsweek in januari in Qatar waren de spelers niet voor 100 procent fit.”

Ajax verloor van Getafe, van AZ en van FC Utrecht voor de beker. Had u het idee dat met de 3-1 zege bij Heerenveen het tij gekeerd was?

“Dat vind ik te kort door de bocht. Ik wist wel dat Hakim Ziyech, Daley Blind en Quincy Promes fitter zouden worden en meer zouden gaan leveren. Zij hebben hun verantwoordelijkheid genomen toen ze niet topfit waren. Voor het team. Maar het ritme kwam terug, ze waren klaar voor de finale van het seizoen, klaar om de titel te ­winnen. Dat vertrouwen had ik.”

Hoeveel procent is Ajax minder zonder Hakim Ziyech?

“Het wordt anders. We zijn een unieke speler kwijt. Hakim kan in een oogwenk een wedstrijd beslissen, van zulke voetballers zijn er niet veel op de wereld.”

En hij zal niet de enige zijn die deze zomer ­vertrekt.

“De transfermarkt zal in augustus wel op gang komen. De top­competities worden nu uitgespeeld, dus de geldstromen blijven in stand. De marktwaarde van spelers zal iets worden gedrukt, maar niet veel. Op basis van hun prestaties en hun am­bitie wil ook een aantal spelers van ons de stap naar het buitenland maken. Met Andre Onana, Donny van de Beek en Nicolás Tagliafico zijn afspraken gemaakt, maar het moet blijken of de markt inderdaad loskomt. Voor Onana en Van de Beek zou nog een jaar Ajax zeker een optie kunnen zijn, voor Tagliafico ligt dat vanwege zijn leeftijd iets anders.”

Wie moet hem vervangen als linksback?

“In de voorbereiding ga ik Lisandro Martínez op die positie proberen. Hij heeft bij ons ook op het middenveld gespeeld, maar hij is ver­dediger.”

Sergiño Dest schermt met belangstelling van Bayern München. Is dat bespreekbaar of gaat u daar voor liggen?

“Dat kan ik niet. Ik kan alleen argumenten aandragen waarom hij moet blijven. Ik weet hoe hij erin staat. Als ik hem niet kan overtuigen en de juiste prijs wordt betaald, sluit ik niet uit dat hij gaat. In zijn algemeenheid zeg ik: je moet de stap naar het buitenland maken als je daar sportief klaar voor bent. Als je te jong gaat, is de kans op falen aanwezig. De cultuur en de structuur waarin je opgroeit, is je houvast. Om in een ander land, in een andere competitie, op je twintigste overeind te blijven, dan moet je heel wat in je mars hebben.”

De 18-jarige Ryan Gravenberch heeft zijn ­contract met drie jaar verlengd. Speelt u daar ook een rol in?

“Dat is een samenspel met Marc Overmars geweest. Ik kan Ryan geen basisplaats beloven, maar wel perspectief bieden. Vorig seizoen heeft hij twaalf duels gespeeld. Nu zal hij ­moeten doorbreken. Hij zal de kans krijgen om basis­speler te worden. Of dat lukt, ligt aan hemzelf.”

Wat onderscheidt hem als voetballer?

“Zijn technische kwaliteiten, spelintelligentie en zijn bovenmodale fysieke kwaliteiten. Hij moet wel bewuster worden van het feit dat je altijd, onder alle omstandigheden, de weg naar de winst moet vinden. Ryan wordt een dromer genoemd, hij moet inderdaad wat alerter en scherper worden. Hij heeft veel intercepties, pakt veel ballen af, omdat hij vaak op de goede plek staat. Hij heeft een goede waarneming, ook rond het strafschopgebied van de tegenstander. Hij is een middenvelder die ook veel goals kan maken.”

Ook met de oudste van het stel, Klaas-Jan ­Huntelaar, gaat u nog een jaar door.

“Marc en ik hebben meerdere gesprekken met Klaas gevoerd. Ook voor hem was het seizoen abrupt voorbij. Zo wilde hij zijn loopbaan niet eindigen. Dan ga je denken over de rol die hij kan vervullen. Hij is niet meer als ieder ander. Er komen jongens aan die ruimte gaan krijgen, dat moet hij accepteren. Maar Klaas-Jan kan nog steeds belangrijk zijn. Hij is de speler met de meeste goals in invalbeurten. Hij weet dat het einde van zijn carrière nadert, maar zijn drive is nog steeds geweldig. Hij zal met die ­jonge jongens aan de bak moeten. En ook al hijgt hij ze in de nek, dan zal ik toch langer ­vasthouden aan de jeugd.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden