PlusInterview

Erik Dekker bemoeit zich niet met de wielerloopbaan van zijn zoon David: ‘Succes en geniet ervan, dat is het wel’

Erik Dekker (50) was een van de beste wielrenners van Nederland. Zijn zoon David (23) maakt zaterdag in de Giro zijn debuut in een grote ronde. Een dubbelinterview over hun band, pushende ouders en de liefde voor de fiets.

David Dekker in de rode leiderstrui tijdens de tijdrit van de UAE Tour in Abu Dhabi in februari. Beeld Tim de Waele/Getty Images
David Dekker in de rode leiderstrui tijdens de tijdrit van de UAE Tour in Abu Dhabi in februari.Beeld Tim de Waele/Getty Images

Als David Dekker echt doortrekt, kan Erik ­Dekker hem niet meer bijhouden. Erik (50), nog altijd fit en veel op de fiets, lacht minzaam als de conclusie wordt getrokken. Hij weet het: pure logica, een vader die zijn op-en-top getrainde zoon van 23 niet meer kan bij­benen. Toch is het ook gek. Maar kleine jongens worden groot. In het geval van David, een sprinter met snelle benen die aan zijn eerste jaar als prof bezig is bij Jumbo-Visma. De ploeg waar zijn vader, toen nog Rabobank, een heel wielerleven in dienst was. Ze hebben net een uurtje gefietst, ook met andere zoon Kelvin (25). Je ziet het geluk in vaders ogen als hij er over vertelt. “De fiets heeft altijd centraal gestaan in ons gezin.”

In de gang van Eriks huis in het Gelderse Hedel hangt de wereldbekertrui ingelijst. De meeste constante renner van de wereld was hij in 2001. In de huiskamer een schilderij van zijn zege in Parijs-Tours toen hij het jagende peloton nét voorbleef. In de grote tuin hangt sinds een paar maanden een blauw straatnaambordje: de Erik Dekkerpassage. Herinneringen aan een fraaie loopbaan waarin hij ook vier Touretappes, de Tirreno-Adriatico, Classica San Sebastian en de Amstel Gold Race won.

David: “Ik ken alleen de beelden.”

Erik, met een van de vele plaagstootjes deze middag: “Amstel ga jij nooit winnen.”

Heb je er last van? Zo’n bekende vader?

David: “Eigenlijk niet. Als ik een Belg was geweest, was het anders. Of als mijn vader de allerbeste wielrenner ooit was geweest. Axel Merckx, de zoon van Eddy heeft het zwaarder gehad. Of de zoon van Sven Nijs, Thibaut. Die jongens waren van kleins af aan bekend, altijd gevolgd door de camera’s. Als ik vroeger bij de koers was, werd ik echt niet de hele middag gefilmd door de NOS.”

Erik: “Je kunt je eigen ballast ook creëren. Het gaat erom wat híj ermee doet dat zijn vader een aardige prof was. Daar is hij echt geweldig mee omgegaan.”

David: “Ik ben het ook gewend dat het sprongetje naar mijn vader snel wordt gemaakt. Als ik als klein ventje wedstrijden reed, had de speaker het vaak over mijn vader. Vond ik vrij normaal, hoor. Elk rondje hoorde ik zijn pal­mares. Best handig.”

Hoe is jullie verstandhouding?

David: “Doordat mijn vader profwielrenner was, is de afstand soms groot geweest. Niet omdat hij afstand nam, maar omdat hij meer dan de helft van het jaar van huis was. Op die manier is er automatisch een afstand, ook omdat mijn ouders zijn gescheiden toen ik 11 was. Toen speelde mijn leven zich meer af bij mijn moeder in België. De laatste jaren is de band met mijn vader zo bezien sterker geworden. Ook omdat het wielrennen nog belang­rijker is geworden voor mij. We delen veel met elkaar over de koers. Dat is wel echt mooi.”

Erik: “Het is ook niet niks voor een kind als je ouders uit elkaar gaan. Met een vader die ook nog eens vaak weg is, dat maakt de situatie moeilijker. Als ik daar nu op terugkijk, denk ik: dat is niet makkelijk geweest voor mijn zoons. Maar we zijn elkaar altijd blijven zien. Dat kwam ook uit hen zelf en daar ben ik erg dankbaar voor. Het zijn inmiddels volwassen mannen. Ze komen niet meer logeren, maar ze komen op bezoek.”

David: “Ik ben geboren toen mijn vader prof was. Voor mij was dat leven heel normaal. Ik vond het ook altijd mooi om mee te gaan naar de koers. Toen hij stopte, zeiden mensen: o, dan zie je papa wat vaker. Maar als ploegleider zie je papa niet vaker. De scheiding was een versterkende factor, maar ik heb het hem geen seconde kwalijk genomen dat hij wielrenner was.”

Hoe was de scheiding voor je?

David: “Het is natuurlijk niet leuk, maar ik heb er nooit een langere periode slecht door in mijn vel gezeten of dat school slecht ging. Toen mijn vader een nieuwe vriendin kreeg, moest ik wennen. Je komt in het huis van je vader waar dan een nieuw iemand is. Waar je ’s ochtends mee aan de keukentafel zit. Ook met haar kinderen. Dat komt dan opeens allemaal samen. Ik zie Ilse niet als mijn moeder, maar de band is goed.”

Erik: “De acceptatie van Ilse was in het begin lastig. Dat was ook helemaal niet raar. Het was verwarrend voor hen. Hun moeder heeft overigens fantastisch voor de jongens gezorgd. De laatste jaren is alles wat op zijn plek gevallen. Dat geeft veel rust. De tijd is doorgegaan. De jongens zijn ouder en volwassen geworden.”

Wat doen jullie samen het liefst?

David: “Een dag op het strand liggen, daar moet ik echt niet aan denken. We zijn altijd actief en het draait altijd om de fiets. Zelf fietsen op het strand, naar het veldrijden. Andere families wandelen, wij gaan fietsen. Of mijn vader nog een beetje kan fietsen? Zeker voor zijn leeftijd.”

Erik: “Au.”

David: “Haha, nee hij fietst nog hard hoor.”

Erik: “Op trainingen kan ik er nog een mouw aan passen, ga ik bijvoorbeeld alleen het eerste stuk mee. Als ik drie uur naast hem rijd, kom ik misselijk thuis. Het gaat net een trap te hard, 2 kilometer per uur. Ik fiets minder dan een jaar geleden. Ik deed veel veldrijden, maar door corona zijn er geen wedstrijden en ik heb wel een uitdaging nodig. Ik volg David op de voet. Dan zie ik op een of andere Arabische zender dat meneer tijdens zijn eerste profkoers in de UAE Tour in de eerste waaier zit. En dan tweede worden achter Mathieu van der Poel.”

Welk gevoel geeft dat?

Korte stilte. “Heel trots. Je denkt: wat gebeurt hier nu eigenlijk allemaal? Heel bijzonder om dat als vader mee te maken.”

David: “Hij heeft me altijd vrijgelaten. Nooit gezegd: je moet zoveel uur trainen per dag als je dit of dat wilt bereiken.”

Was hem pushen jouw ­gruwelbeeld?

Erik: “Als de ambities van ouders groter zijn dan die van het kind, wordt het gevaarlijk. Helaas is dat wel de realiteit als je om je heen kijkt. Ik leefde erg mee, maar dacht nooit: zo, dat gaat een prof worden, niet normaal. Nu bemoei ik me er ook niet mee. Geniet ervan en succes, dat is het wel. Hij zit bij de beste ploeg van de wereld.”

David: “Laat kinderen gewoon lekker fietsen. Tegen een kind van 12 ga je toch niet zeggen: we moeten jouw sprint beter maken. Hou op. Tenzij het kind dat zelf leuk vindt natuurlijk. Ik dacht nooit: winnen moet. Ik vond het leuk hoor, maar voelde me niet beter dan een ander. Fietsen staat voor mij gelijk aan plezier hebben. Ik herinner met de vakantiekampen in Assen, de mini-Tour noemden we dat. Zes dagen fietsen, maar óók lol trappen, ongein uithalen. De beste tijd van mijn leven. Ik wilde wel prof worden hoor, maar er zat geen masterplan achter.”

Erik: “Het kwartje viel op gezette tijden. Op dat kamp wilden sommige ouders dat hun kinderen vroeg naar bed gingen. Sommigen verboden hun kinderen een frietje te eten. Vaak hoor je daar later niets meer van. Het kan goed aflopen hoor, maar ik geloof er niet in. Ik probeer ouders altijd mee te geven: breng je kind naar de wedstrijd en ga achter het hek staan. Tussen pushen en motiveren zit een heel dunne lijn.”

David: “Ik weet nog dat ik op mijn 9de de beklimming naar Tignes deed. Ik huilde toen ik omhoog reed. Niet omdat het moest van iemand. Maar omdat ik het zélf wilde.”

Erik: “Ik heb nooit uitgelegd hoe ze een bocht moeten rijden. Maar het ademde hier wel wielrennen. Dat helpt wel natuurlijk.”

Erik fietste in een tijd waarin doping aan de orde van de dag was. Praten jullie daarover?

David: “Ik ben verstandig genoeg opgevoed. Ik weet wat goed is en wat niet. Binnen Jumbo-Visma wordt er heel erg op gehamerd. Je neemt niets zonder overleg met de ploeg. Ook bij een neusspray van Kruidvat.”

Erik: “Het is bij deze generatie geen issue. Toen was er een middel dat niet te traceren was. Dat was echt anders.”

Het is nog wel een issue toch? De Italiaanse ploeg Vini Zabu mag een maand niet koersen na twee positieve dopinggevallen in de ploeg.

Erik: “Individueel gebeurt er ongetwijfeld nog het een en ander. Wat ik bedoelde: bij de ploeg waar David rijdt, is het geen issue.”

David: “Dat geluk heb ik. Ik zit bij een ploeg die voorvechter is van de schone sport. Waar over alles wordt nagedacht. Oók de ethische kant. Maar misschien gaat het niet overal zo.”

Dan zegt Erik, winnaar van vier Tourritten, maar zonder zeges in de Giro: “Je hebt nog helemaal niet gevraagd hoeveel etappes David gaat winnen in de Tour. Die vraag krijg ik altijd.”

David, met een brede lach: “Voorlopig heb ik in de Giro net zoveel etappes gewonnen als jij.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden