PlusInterview

Elfstedentochtwinnaars Van Benthem en Angenent blikken terug: ‘Ik doe weer mee als ie komt’

Henk Angenent was in 1997, dinsdag precies 25 jaar geleden, de laatste winnaar van de Elfstedentocht. Evert van Benthem was in 1985 en 1986 de voorlaatste. Genoeg reden om weer eens samen herinneringen op te halen.

Arjan Schouten en Thomas Sijtsma
De kopgroep van de laatste Elfstedentocht in 1997. Beeld ANP / Leo Vogelzang
De kopgroep van de laatste Elfstedentocht in 1997.Beeld ANP / Leo Vogelzang

Soms zien ze elkaar jaren niet. Maar die ene wedstrijd die ze beiden wonnen, zorgt voor een eeuwige connectie. Een onzichtbare magneet, die de twee steeds weer bindt. “Henk en ik hebben natuurlijk een band voor het leven. Althans, zo voelt het voor mij,” vertelt Evert van Benthem (63), die vanuit Canada de aandachtig luisterende Angenent tot zijn blijdschap meteen instemmend ziet knikken. “We zitten in hetzelfde schuitje, hè. Dat blijft toch bijzonder. Vroeger zag ik dat niet zo, hoor. Maar hoe ouder ik word, hoe bijzonderder ik het begin te vinden. Het is zo’n groots evenement, die Elfstedentocht. Dat merkte je ook vorige winter weer, met dat natuurijs in Nederland. Dan gaat het nergens anders meer over.”

Die winter schaatste Henk Angenent (54) met wat goede vrienden weer de route, althans waar het ijs begaanbaar was. Vooral omdat hij de schoonheid van de tocht nog eens wilde ontdekken, zonder die focus die een wedstrijd met zich meebrengt. “Ik heb maar een stukje gereden, 140 kilometer of zo. Maar als je dan ziet wat dat al losmaakt... Dan zie je wel wat het allemaal doet met mensen, zo’n tocht. Iedereen heeft het er dan meteen weer over. Heel apart. Voor velen is het toch de allerbelangrijkste dag van hun leven. En daar verbaas ik me dan wel weer over. Er is toch zoveel anders moois?”

Van Benthem genoot in Canada van het avontuur van Angenent en zijn maten, via de Nederlandse websites. “Die Elfstedentocht speelt geen grote rol meer in mijn leven, vooral omdat ik niet meer in Nederland woon, hier word je er ook niet mee geconfronteerd, natuurlijk. Wat die tocht zo speciaal maakt, is dat niemand weet wanneer het weer kan. Het moet zo snel en het is niet voorgeprogrammeerd. Zonder sponsoren ook. Dat blijft natuurlijk uniek.”

Cameraploeg

In 25 jaar tijd is gaandeweg een bijzondere band ontstaan, maar zo begon het niet. De twee schaatsen begin jaren 90 nog even samen, Van Benthem de vedette, Angenent een groentje. In 1997 is Van Benthem afgezwaaid en zijn opvolger is nou niet bepaald zijn favoriet. “Ik heb niet gevloekt, hoor. De beste moet nu eenmaal winnen. Maar mijn broer Henk zat ook mee in die kopgroep. Dus voor mij won eigenlijk de verkeerde Henk, 25 jaar terug.’’

Zelf was Van Benthem pas net een jaartje gestopt. Hij startte die dag redelijk anoniem tussen de toerrijders, al werd het alsnog een feestje toen hij ’s ochtends bij het eerste licht werd herkend en heel de dag een cameraploeg met zich meekreeg. Achter de wedstrijdschaatsers reed de tweevoudig winnaar zo een Friese ereronde van 200 kilometer lang, in een groepje met andere oud-strijders als Jos Pronk, Jos Niesten en Co Giling.

“Ik heb niet echt afgezien, die dag. Het ijs was redelijk, het ging me nog vrij gemakkelijk af. Ergens tussen Franeker en Bartlehiem hoorden we dat die wedstrijdschaatsers bijna gingen finishen, dus toen hebben we met ons groepje maar rap zo’n keet opgezocht, met koek en zopie. En dus een televisie.”

Daar zag Van Benthem met zijn ijzers onder hoe zijn opvolger naar eeuwige glorie sprintte op de Bonkevaart, vóór topfavoriet Erik Hulzebosch. Die laatste kende hij als ploegmaat van zijn broer veel beter. “Daar had ik meer mee, ja. Met Erik heb ik nog getraind, die week. Het parkoers verkend. Van Sneek naar Hindeloopen geschaatst, twee dagen voor de tocht. Veel mee besproken, die dagen. Ik had natuurlijk het liefst gehad dat mijn broertje zou winnen, maar dacht op die dag zelf lang dat Hulzebosch de beste zou zijn. Maar als je het nu goed beschouwt, was Angenent natuurlijk véél beter. Hij won op kunstijs, natuurijs en hij won later ook nog 10 kilometers. Henk is uiteindelijk een van de meest complete schaatsers ooit gebleken.”

Angenent, licht gegeneerd door de mooie woorden: “Nou, als jij het zegt...” Van Benthem: “Ja, toch? Dat is toch gewoon zo?”

Twee antihelden

Twee antihelden zitten hier met elkaar te praten. Twee schaatsers die uit het relatieve niets hun grootste succes boekten, ver van de favorietenrol. Natuurlijk was Van Benthem in ’86 de te kloppen man een jaar na zijn eerste zege, maar twaalf maanden eerder moest de boer uit Sint Jansklooster zich nog bijna voorstellen aan Evert ten Napel, finishreporter op de Bonkevaart. “Ik hoopte vooraf op een top 10-plaats. Was de meest onbekende in die sprint, maar wel de beste. Beter dan Jos Niesten en Henri Ruitenberg. Tja, je moet gewoon een goede dag hebben. En de beste benen.”

Angenent: “In ’97 had je Peter de Vries. Hulzebosch natuurlijk. Bertje Verduin, die net Nederlands kampioen was geworden. Die mannen werden vooraf steeds overal genoemd. Ik stond niet op die lijstjes, hooguit werd ik als outsider getipt. In het peloton kenden ze mijn krachten natuurlijk wel, maar de vraag was of ik 200 kilometer aan zou kunnen. Dus ik voelde totaal geen druk. Daarom vind ik wat Evert in ’86 geflikt heeft zo knap. Stikzenuwachtig zou ik zijn geworden bij een tweede tocht. Want je kunt dan alleen nog maar verliezen, hè. Het verleden is op je voorhoofd gedrukt.”

“In ’86 was inderdaad alles anders,” bevestigt Van Benthem. “Iedereen lette op me en ik wilde zelf alles perfect doen. Ik deed die dagen geen oog dicht, terwijl ik in ’85 juist heel goed sliep. Het werd een heel andere wedstrijd ook, maar met goede benen reed ik ook toen gewoon weer naar voren. Zo gaat dat in een wedstrijd over 200 kilometer, dat is een soort Parijs-Roubaix. Het is héél ver. En het is héél zwaar. En ja, dan kom ik dus automatisch boven, hè. Dat weet ik gewoon van mezelf.”

Exact zo werkte het bij Angenent, ontdekte hij op zijn gloriedag. “Ik heb er zo nuchter naartoe geleefd. Anderen dachten: dit wordt de belangrijkste dag van mijn leven. Dat had ik totaal niet. Ik had nog nooit een tocht van 200 kilometer uitgereden, maar voelde me o zo sterk. Om me heen zag ik iedereen door zijn hoefjes zakken, waar ik goed bleef.”

Het was eind maart, begin april 1997, een paar maanden na de zege van Angenent, dat het tot een ontmoeting kwam tussen de twee winnaars. Op initiatief van Hein Vergeer, de zaakwaarnemer van Angenent. Wat Van Benthem destijds voor winnaar zag, tegenover hem? Een boer die stoïcijns zijn eigen koers bleef varen. “Henk deed het allemaal op zijn eigen manier en dat deed hij heel goed. Je moet ook geen toneelstukjes spelen, gewoon jezelf blijven.”

De boerderij van pa

Waar hij advies over gegeven heeft? De boerderij van pa, die moest hij volgens Van Benthem zo snel mogelijk overnemen. En zo geschiedde, met terugwerkende kracht, per 1 januari. “Goed dat je ’m toen gekocht hebt,” zegt Van Benthem nu weer. “Je gaat geld verdienen, dus die boerderij in eigen handen is dan een goede stap.”

Een kwestie van de toekomst verzekeren. De continuïteit waarborgen. Van Benthem deed het in de jaren ’80 zelf ook in Sint Jansklooster. En later met de verhuizing naar Canada. Angenent: “Je krijgt geen winstpremie bij de Elfstedentocht. Je krijgt een schaal en een beker en die moet je het jaar erop weer inleveren. In het najaar, nog voor de winter. Dan gaan ze weer de kluis in. Ach, dat heeft ook wel weer iets moois.” Van Benthem: “Die beker was ook bij mij binnen een jaar inderdaad weer weg, ja. De schaal ook. Ik moet nog wel ergens twee gouden medailles hebben, maar geen idee waar.”

Het is ook niet belangrijk, al dat zilverwerk, menen beiden. Die herinnering aan die gouden dagen zit in het hoofd, in het hart. Een Elfstedenwinnaar moet zijn status zelf verzilveren. Met startgeld, sponsordeals, lezingen, reclames, vette contracten, dat werk. Die periode duurde voor Angenent zeker tot rond 2010-2011. “Tot die tijd was het heel goed boeren als marathonschaatser. Financieel was het heel aantrekkelijk. En ik deed ook nog even de langebaan met mijn gekke kop, dat zorgde ook weer voor een boost aan financiën en aandacht.”

Daarom is Angenent nog steeds dankbaar voor alle kansen die hij krijgt. Voor de deuren die opengaan. De contacten die hij heeft opgedaan, als winnaar van een schaatswedstrijd die bij niemand in Nederland introductie behoeft. “Het heeft mij heel veel gegeven, dus vind ik ook dat ik de tocht wat verschuldigd ben. Bij een paar nachten vorst neem ik altijd de telefoon op.”

Talkshows

Angenent schuift als oud-winnaar aan bij talkshows, werkt mee aan interviews. Zelden verkoopt hij ‘nee’ aan iemand. Van Benthem mist die rol, die hij ook lang heeft vertolkt, niet zo. Vindt het prima dat Angenent het na 1997 van hem heeft overgenomen. Maar ook de boer die naar Canada ging, liep niet weg voor de lucratieve kanten van het bestaan als winnaar. Hij was de eerste topsporter die meewerkte aan de reclameserie van Calvé Pindakaas (‘Wie is er niet groot mee geworden?’). En eenmaal in Canada ging hij in zee met Unox, voor een serie spotjes. Voor rookworst, erwtensoep en stamppot. Alles liet hij zogenaamd opsturen naar Canada.

Wie na die reclames dacht dat Van Benthem waarschijnlijk heimwee had naar Holland, zit mis. En wie nog steeds gelooft dat hij destijds is vertrokken omdat hij alle aandacht voor zijn persoontje zat was ook. Velen denken dat, weet Van Benthem. “Maar ik ben pas in 2000 geëmigreerd, toen had Henk allang gewonnen. Die grote aandacht was er toen al helemaal niet meer. En dat streelt toch ook alleen maar je ego? Een beetje aandacht is leuk. Zoals bijvoorbeeld als het gaat vriezen, dan mis ik het wel, zoals vorige winter. Dan zou ik graag in Nederland zijn.”

Maar terug naar Nederland? Van Benthem komt nooit meer terug. “Misschien ooit in de winter, een paar maanden. Misschien een tweede huisje. Na mijn pensioen, over een paar jaar. Ik zeg dat weleens, maar ik weet het eigenlijk niet, hoor. Waarschijnlijk niet... We hebben de kinderen hier, kleinkinderen. Echt, we zitten hier goed. Alleen voor de Elfstedentocht kom ik nog terug.”

Want die reed Van Benthem in 1997 als oud-winnaar en dat smaakte naar meer. “Die passage in Dokkum, waar 10.000 mensen spontaan het Friese volkslied voor me begonnen te zingen. Dat was zo prachtig, zo mooi, een soort arena. Mooier nog dan de Bonkevaart, denk ik. Dus ja, ik doe weer mee als-ie komt. Ik kom meteen over. Ik ben fit, schaats nog één keer in de week, dat is genoeg denk ik. Wat denk jij Henk?” Angenent: “Die ene dag overleef je wel, Evert.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden