PlusAchtergrond

Eeuwfeest De Volewijckers: ‘Ik had niet gedacht dat we het nog zouden vieren’

Voetbalclub De Volewijckers is na een mislukte fusie sinds een jaar weer terug in het amateurvoetbal. Zondag bestaat de club uit Noord, die in een ver verleden nog landskampioen werd, honderd jaar. 

Op 20 oktober 1946 speelden De Volewijckers thuis op Het Mosveld tegen Neptunus. Ze verloren met 3-4.Beeld Nationaal Archief

“Ik had niet verwacht dat we het 100-jarig bestaan van de club nog zouden vieren,” vertelt voormalig Volewijckersvoorzitter Rob Schulp (73). Na een fusie met aartsrivaal DWV ging De Volewijckers in 2013 op in DVC Buiksloot (DWV Volewijckers Combinatie Buiksloot) en daarmee leek de laatste bladzijde in de geschiedenis van de club geschreven.

Een gelukkig huwelijk tussen beide voetbalbolwerken werd het niet. DVC Buiksloot werd nooit een hechte club en in 2019 zette een groep coryfeeën, onder wie oud-spelers Co Adriaanse en Andries Jonker, de schouders eronder om de historische naam van De Volewijckers terug op de gevel van het clubgebouw te krijgen en de klassieke witte shirts met groene baan terug op het veld. Die missie slaagde, ondanks grote tegenstand van oud-DWV’ers.

Het 100-jarig bestaan van de club wordt door corona gevierd met een digitale tentoonstelling. Een feest zit er niet in voor de leden. Schulp: “Ik zou graag een glaasje champagne drinken met de heren, maar we mogen de kantine niet in.”

Kampioensmars

De Volewijckers kent een rijke historie, die teruggaat tot in het profvoetbal en zich voornamelijk afspeelde op het Mosveld. Tussen de huizen van de Van der Pekbuurt werden in het verleden derby’s gespeeld tegen Ajax, Blauw-Wit en DWS op het hoogste niveau van Nederland. In 1944 werd de club in het Olympisch ­Stadion landskampioen door met 4-1 te winnen van het Heerenveen van Abe Lenstra. Tot ­teleurstelling van veel Volewijckers mocht dat destijds niet in het eigen stadion. De Duitse bezetter had wedstrijden verboden op het Mosveld, na een mislukt bombardement van de geallieerden op de naastgelegen Fokkerfabriek, waarbij meer dan 200 doden vielen.

Tip de Bruin, de latere eigenaar van de modewinkel op de Nieuwendijk, die in 2008 overleed, vertelde in Hard Gras over de spontane kampioensmars die ontstond vanaf het Olympisch Stadion naar Noord – en die voor velen niet zonder gevaar was. “Het was ongelofelijk. De Wehrmacht stond met grote verbaasde ogen te kijken, ze wisten niet wat ze moesten en ze ­deden gelukkig ook niets, want er liepen zeker een paar honderd onderduikers mee in die ­optocht.”

Na de oorlog, toen in 1954 het profvoetbal werd ingevoerd, kreeg de arbeidersclub het zwaar. Talenten van De Volewijckers vertrokken vaak naar andere clubs om meer te verdienen. Jaren later gingen nog de verhalen rond dat scouts van andere verenigingen in de sloot werden ‘gedonderd’ als ze in de buurt van het Mosveld kwamen.

Het Wonder van Zuilen

Begin jaren zestig ontstond er toch weer een nieuw voetbalsprookje op het Mosveld. Een ­talentvolle lichting, bijgenaamd de Mosveld­baby’s, liet van zich horen. Spelers als Hassie van Wijk, Frits Soetekouw, Dirk de Ruiter en Cees Kick, die vaak op steenworp afstand van het Mosveld waren geboren, promoveerden naar de eredivisie. Van Wijk (81) herinnert zich nog hoe goed ze waren in de jeugd. “We speelden als A-junioren tegen het eerste elftal, dat in de eerste divisie speelde, en we wonnen met gemak. Het jaar daarop kwamen we direct met een stuk of zes jongens in het eerste elftal.”

De 81-jarige Fred Los herinnert zich de promotie van de Mosveldbaby’s naar de eredivisie in 1961 nog als de dag van gisteren. Na een 4-1 overwinning tegen Elinkwijk op het Mosveld, leek de uitwedstrijd nog slechts een formaliteit. Op zijn scooter reed hij naar Utrecht. “Het team was alleen geen schim van zichzelf en stond een kwartier voor tijd 4-1 achter,” vertelt hij. “Gelukkig werd het 4-4 en brak er alsnog een groot feest uit.” In die tijd telden uitdoelpunten nog niet dubbel en was er minimaal een gelijkspel nodig voor de promotie, die later bekend kwam te staan als het Wonder van Zuilen.

Stadion gesloopt

Zoals vaker in de geschiedenis van de club ­lagen hoogte- en dieptepunten dicht bij elkaar. Anderhalf jaar na de promotie overleed de 41-jarige trainer Daan de Jongh op de terugweg van een uitwedstrijd in de spelersbus aan een hartafwijking. Voor de spelers was De Jongh, die deel had uitgemaakt van het team dat in 1944 landskampioen was geworden, een ­vaderfiguur. De Mosveldbaby’s kwamen er niet meer bovenop en degradeerden.

Zoon Ferry de Jongh (75), die werd geboren ­nadat zijn moeder weeën had gekregen tijdens een ­wedstrijd van de club in het Olympisch Stadion, herinnert zich nog goed dat er duizenden mensen afkwamen op de uitvaart van zijn vader. “Heel Noord was erbij betrokken.”

Twee jaar na het overlijden van De Jongh moest de club gedwongen verhuizen naar de Buiksloterbanne, vanwege de aanleg van de IJ-tunnel. Het stadion werd gesloopt en daarmee verdween ook de ziel uit De Volewijckers. In 1974 fuseerde de proftak van de club met FC Amsterdam en werd De Volewijckers definitief een amateurclub. Sindsdien kwijnde de club steeds dieper weg in de kelders van het amateurvoetbal, tot het uiteindelijk moest fuseren met uitgerekend de grote rivaal DWV. 

Schulp kijkt liever niet meer terug, maar zegt wel dat de stadsdeelraad de clubs tot elkaar had veroordeeld. “DWV had financiële problemen en veel seniorenelftallen. Wij precies het tegenovergestelde. Daarnaast aasde de gemeente op de velden van DWV voor woningbouw.” Aan de tekentafel leek de fusie een goede oplossing voor beide verenigingen, in de praktijk werkte het niet.

Ledenaantal verdubbeld

Afgelopen december droeg Schulp de voorzittershamer over aan Miquel Bolsman (39). Met een jong en nieuw bestuur probeert hij de club weer op te bouwen. “Enkele jaren geleden hadden we nog minder dan 400 leden, nu zijn dat er bijna 800. Dat is goed voor de club. We hebben veel jeugdteams en veel daarvan draaien bovenin de competitie mee.”

Ook het eerste elftal van de club timmert aan de weg. Op het eigen Zilveren Ponttoernooi liet het in de voorbereiding op het nieuwe seizoen zien mee te kunnen tegen sterke elftallen. Al sinds 1936 organiseert de club dit toernooi, waarvan de trofee een zilveren pont is, die gemaakt is uit zilveren rijksdaalders die leden destijds inzamelden. Deze pont staat 364 dagen per jaar in het Amsterdam Museum en alleen op de dag van het toernooi op de club. Dit jaar werd die ­gewonnen door de amateurs van Ajax, de club die in de proftijd van De Volewijckers het ­toernooi ook al eens won. Sommige dingen ­veranderen nooit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden