Elke club heeft ze. Prominent boven de bar of in de bestuurskamer. Verscholen in een hoekje van de kantine, of achter de struiken rond veld twee. Pronkstukken. Ze vormen de schatkamer van het amateurvoetbal. Deze week: de handgemaakte trofee van Kadoelen.Het was hier 'Quaad Dolen' in vroeger eeuwen. De bodem was moerassig, een broedplaats voor muggen, die ziektes als malaria onder de arme boeren verspreidden. Tegenwoordig zorgt de ringweg Noord voor een regelmatig gezoem in de polder van Kadoelen. Een fazant pikt naar zaadjes in de hoek van veld twee. Een buizerd loert op een tak.

SV Kadoelen speelt pas onder zijn huidige naam sinds 1 juli 1998. Het oorspronkelijke Kantoorpersoneel van de Maatschappij Voor Zwavelzuurbereiding (KMVZ), ging toen samen met de reeds in 1990 gefuseerde Flora Boys NDSM Combinatie (FNC).















Fusieclub Kadoelen met Jan Roor (NDSM), Cor Keijzer (Flora Boys), Herman de Vries (FNC) en Eric Oudeboon (KMVZ). FOTO MARCEL ISRAEL





De naam van de nieuwe club werd met gevoel voor de historische grond gekozen. ''Verder hebben we alle uitingen van nostalgie in dozen gepakt en opgeborgen in een container,'' zegt voorzitter Dick Robijn, zelf een KMVZ'er. ''We zijn één nieuwe bloedgroep en wilden voorkomen dat elke bloedgroep zijn eigen hoekje ging inrichten.''

Alles ademt dan ook Kadoelen in het clubgebouw. Het houtwerk is groen en blauw geschilderd. Een grote vitrine is gevuld met de pronkstukken van deze tijd. Merchandise. Een paraplu, mok, sleutelhanger of wekkertje, het is allemaal verkrijgbaar met het logo van de vereniging.

Robijn onttrekt zich verder aan het gesprek omdat hij niet wil dat zijn bloedgroep te veel benadrukt wordt. Fusies blijven altijd gevoelig. In de bestuurskamer is het een komen en gaan. Anekdotes rollen over tafel. Nostalgie laat zich niet in een container stoppen.

De enige tastbare herinnering aan KMVZ is een ingelijste oorkonde van het Algemeen Dagblad uit 1992. De club eindigt als achtste in een zoektocht van de krant naar originele namen van voetbalclubs. De oorspronkelijke naam was op dat moment al jaren ingeruild voor Kampioenschappen Moeten Verdiend Zijn omdat de KNVB voetbalclubs verbood om een bedrijfsnaam te voeren.

Na de vraag of er nog een aandenken aan Flora Boys is, valt het even stil. Er komt een vaantje van FNC boven tafel. Dat is het. Gelukkig is Cor Keijzer(47) aanwezig. Hij is een kind van het Floradorp, een ruige buurt in Noord, die we nu een prachtwijk zouden noemen. ''Ruig?'' Keijzer vond het wel meevallen, maar zoals hij zelf zegt: ''De politie durfde de wijk niet in.'' Flora Boys werd opgericht in 1953 en speelde zijn eerste wedstrijden achter de kerk aan de Klimopweg. Keijzer: ''We hielden kantine in de kapel.''

Pas twintig jaar later kreeg Flora Boys zijn eigen kantine op het sportterrein Buiksloterbanne. ''Het was eerder een kroeg,'' zegt Keijzer. ''De deur ging om tien uur 's ochtends open om niet meer dicht te gaan.'' In 1990 moest Flora Boys wijken voor huizen. De club had geld in kas door de verkoop van de kantine. De oorspronkelijke Nederlandse Dok en Scheepsbouw Maatschappij (NDSM), later Nu Door Samenwerking Machtig, stond er slecht voor in de polder Kadoelen. Een fusie was snel beklonken.

De naam staat in zwart getegeld op de vloer van de kleedkamergang. De weinige sporen uit het verleden bij Kadoelen leiden naar NDSM. De club dacht hier in 1980 een nieuwe start te maken en bouwde met eigen handen het clubgebouw op. Het was het begin van het einde. NDSM degradeerde vier seizoenen op rij. Het ledenaantal liep snel terug.

Jan Roor (62), lid vanaf zijn twaalfde, praat liever over de gloriejaren. ''Het begon op werkschoenen. De arbeiders van de NDSM voetbalden na de oorlog direct uit hun werk op zaterdagmiddag op een terrein tegenover de scheepswerf.'' De club profiteerde in de jaren zestig van de florerende scheepvaartindustrie. NDSM voetbalde in de top van het zaterdagvoetbal tegen clubs als IJsselmeervogels en Quick Boys. Aan de Klaprozenweg was een mooi stadionnetje gebouwd. Roor: ''Als iets kapot was, dan kwam iemand van de werf om het te repareren. Niemand die zich daar druk om maakte.'' Elektriciteit was gratis. ''De stroomkabels liepen onder de weg van de werf naar het clubgebouw.''

De handvaardigheid beperkte zich niet alleen tot het grove werk van kantines en omheiningen. Verscholen achter een grote beker staat een fijn beeldhouwwerk van een voetballer. Hij draagt een wit shirt en een donkerblauwe broek. In de sokkel zijn de letters NDSM gegraveerd. ''Ik heb geen idee wie dat heeft gemaakt en waarom. Misschien weet Simon het,'' zegt Roor. Simon komt uit de kantine. Hij is iets ouder dan Jan Roor. Simon laat het beeldje door zijn handen gaan en schudt zijn hoofd.

Wie is deze onbekende voetballer? Was het een trofee voor de speler van het jaar? De clubtopscorer misschien? Laat degene die het weet opstaan. En zo niet laat het beeld dan vanaf nu een eerbetoon zijn aan alle onbekende voetballers die ooit over de Amsterdamse velden hebben gedoold.





© Het Parool, 26-03-2008