PlusReportage

Een rondje langs de trainingsvelden: ‘Het voelde als vakantie’

Het is met alle afzetlinten, verplichte looproutes en A4’tjes vol regels even wennen voor de topsporters die hun training mogen hervatten. Een rondje langs de trainingsvelden.

De eerste training van het Nederlands vrouwenhockeyteam. Per keer kan slechts de helft van de speelsters trainen.Beeld Hollandse Hoogte / Nederlandse Freelancers

Bij gebrek aan overscherende Boeings klinken de ballen tegen de plank nog luider. De hockeysters van het Nederlands team, althans de helft die vanmiddag traint, trekken op de velden in het Amsterdamse Bos sprintjes, ze slalommen met bal en stick tussen pylonen en werken af op een leeg doel. Plok. Het ritme wordt doorbroken door bondscoach Alyson Annan, die in haar ooghoek Lidewij Welten een pylon ziet verplaatsen. “Niet met je handen!” De aanvalster schrikt en veegt ze snel af. Alleen de staf mag ballen en hulpmiddelen aanraken, maar automatismen blijken niet meteen uitgebannen.

Het is even wennen voor de topsporters die de afgelopen dagen hun trainingen hebben hervat. Veel is veranderd sinds half maart, toen de ­accommodaties zonder pardon op slot gingen. Er zijn nu afzetlinten en verplichte looproutes, A4’tjes met regels en zeeppompjes. In plaats van de inmiddels ingeburgerde anderhalve meter onderlinge afstand geldt ‘bij inspanning’ zelfs drie meter. En dat zijn geen afspraken voor de bühne: als twee speelsters elkaar te dicht naderen, wijzen ze elkaar daarop.

Zand tussen de tenen

Of het nu in het Wagener Stadion is, op Papendal of bij de beachvolleyballers in Den Haag, overal hangt dezelfde sfeer. “Als ik zie hoeveel mensen jaloers zijn als ik iets op Instagram zet, besef ik dat het een privilege is dat wij ­mogen trainen,” zegt beachvolleyballer Robert Meeuwsen, “al is het ons beroep.”

Het is genieten om voor het eerst in twee maanden weer strandzand tussen de tenen te voelen. Ook collega’s Alexander Brouwer en Christiaan Varenhorst kunnen niet wachten om de gedesinfecteerde ballen uit de mand te ­halen. De eerste smashes gaan in het net, maar de bal rechts langs de lijn valt precies waar Brouwer wilde. “Deze ­visualiseer ik al twee maanden.”

Varenhorst twijfelde ’s ochtends of dat shirt altijd al zo strak om zijn schouders zat, maar denkt wat aan omvang te hebben gewonnen door een nieuwe hobby: suppen, staand peddelen op een surfplank. Meeuwsen heeft zich ook niet verveeld de afgelopen maanden. Hij keek onder meer oude wedstrijden terug. “Het is bewezen dat je niets inlevert aan vaardigheden als je er goed naar kijkt. Ik heb onszelf en tegenstanders geanalyseerd en nagedacht over de sport. Het voelde als vakantie. Nu ben ik blij dat we weer iets kunnen doen. Alleen die drie meter afstand, dat blijft goed opletten.”

Deuren opent hij met zijn elleboog. “En ik heb thuis al geplast, geheel volgens de instructies.”

Trainen met het coronaprotocol is in de ene sport wat eenvoudiger dan in de andere. De meerkampers, die met ontbloot bovenlijf sprinttraining hebben op de atletiekbaan van Papendal, staan er amper bij stil, maar in de Ruskahal zijn de judoka’s bij het werpen voor­lopig aangewezen op zwarte poppen. Het krachthonk biedt uitkomst, maar daar mogen nu maar drie mensen tegelijk trainen.

Eerste rally

Het is rustig in de bossen bij Arnhem, normaal het bruisende hart van de Nederlandse sport. Binnen gaat de bal bij tafeltennissers Laurens Tromer en Kim Vermaas in een moordend tempo over en weer. “Maar die eerste rally’s had je net niet willen zien,” zegt coach Titus Damsma lachend. “Zijn er trouwens nog zeeppompjes?” Die zijn gewild op Papendal en blijken soms mysterieus te verdwijnen.

“De eerste keer dat ik de baan op ging, besefte ik pas dat het nog een hele tijd gaat duren voordat we weer wedstrijden hebben,” bekent meerkampster Anouk Vetter. “Toch was het heel fijn de spikes weer aan te doen. In de bossen konden we hardlopen, speerwerpen en kogelstoten lukte ook nog wel, maar onderdelen als hoogspringen, hordelopen en verspringen miste ik echt. We moeten creatief zijn in de trainingen. Voor wie niet flexibel is, is deze coronatijd heel slecht.”

Hockeyster Welten heeft zich voorgenomen ‘maar te genieten van nu’. “Je weet toch niet wat er gaat gebeuren. Nu is het super om weer op het veld te staan en met elkaar bezig te zijn, we kunnen echt pittige sessies doen. Of ik het over een maand nog leuk vind, trainen zonder duels en wedstrijdjes, weet ik niet.”

Tien minuten na de training gaat het hek weer op slot. Normaal wordt er gecarpoold, nu draaien de clubauto’s achter elkaar de snelweg op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden