Plus Achtergrond

Een marathon onder de 2 uur. In Amsterdam. Kan dat?

Dit weekend probeert Eliud Kipchoge (34) iets wat als onmenselijk wordt gezien: een marathontijd van onder de twee uur lopen. Zou een dergelijke tijd ooit bij de Amsterdam Marathon mogelijk zijn?

De Keniaan Eliud Kipchoge probeert dit weekend onder de 2 uur te duiken. Beeld EPA

Le Champion, de organisator van de Amsterdam Marathon, heeft het met grote letters op de website van het evenement gezet: ‘Snelste parcours van Nederland’. Bijna een jaar geleden was het Lawrence Cherono die een tijd van 2.04,06 uur klokte op de eindstreep in het Olympisch Stadion. Bij de concurrerende marathon in Rotterdam werd een half jaar later vijf seconden langzamer gelopen.

“Twee uur, vier minuten en zes seconden.” Rick Mensen dreunt de tijd zonder nadenken op. De parcoursbouwer van de volgende week gehouden Amsterdam Marathon tekent elk jaar de best mogelijke route uit. Een snelle tijd geeft een kick. Stiekem is het voor elke parcoursbouwer van een marathon een prestigekwestie wie verantwoordelijk is voor de snelste ter wereld.

41 hazen

Aan die strijd tussen marathonsteden als Berlijn, Rotterdam, Londen, Parijs en ook Amsterdam wordt dit weekend mogelijk een nieuwe dimensie toegevoegd. Eliud Kipchoge (34) probeert in Wenen als eerste mens op aarde ­onder de voor onmogelijk gehouden twee uur te duiken. Het zou een officieus wereldrecord beteken­en.

Hoe hard de Keniaan ook loopt, het record zal niet als officieel de geschiedenisboeken ingaan. Hij voldoet bij het megalomane project van het Britse chemiebedrijf Ineos niet aan de voorwaarden. Zo loopt hij alleen maar rondjes van 9,6 kilometer in het Prater, een park in Wenen, (in beoogde kilometertijden van 2.50 minuten), zal hem vanaf een fiets voedsel worden aangereikt en maakt hij gebruik van 41 razendsnelle hazen, die hem uit de wind houden en het tempo aangeven.

Volgens deskundigen valt een officiële wereldrecord van onder de twee uur over de ruim 42 kilometer pas aan het eind van de 21ste eeuw te verwachten. Het kan in Amsterdam, denkt Mensen. “Maar dan moet alles meezitten. Er liggen zo veel variabelen ten grondslag aan een toptijd. De belangrijkste daarvan zijn de weersomstandigheden en de vorm van de beste loper. Die moeten beide uitstekend zijn.”

In zijn tien jaar als parcoursbouwer balanceert Mensen tussen snelheid en aantrekkelijkheid van het parcours. Hij wil de allure van de stad ­tonen door deelnemers langs beeldbepalende locaties als het Rijksmuseum, de Zuidas, de Amstel en de grachten te sturen. Met het oog op de olympische marathon van 1928 is de finish steevast in het Olympisch Stadion.

Ideale lijn

Zijn voorbereiding begint een jaar voor de marathon. Na elke editie analyseert hij aan de hand van beelden de looplijnen van de kopgroep. Bewegen ze zich over de ideale lijn of maken ze onnodig extra meters? Die informatie speelt hij door aan de atletenmanagers en oud-loper Jos Hermens, die de kopgroep vanaf de motor instructies geeft. “Hij heeft de taak om bijvoorbeeld Cherono te waarschuwen voor bochten en te bepalen aan welke kant van de weg moet worden gelopen. Ook de hazen worden uitgebreid geïnformeerd. Zij focussen zich op de ideale route, de kopgroep moet gewoon zo hard mogelijk lopen en verder niet nadenken.”

Daarnaast denkt hij mee over alternatieve ­wegen. “Het scheelt vijftien seconden als we minder bochten in het parcours leggen. Dat gaat wel ten koste van de beleving van alle recreanten, dus voor mij is dat nu geen optie.”

Met de ideale omstandigheden, ongeveer zestien graden en droog en bewolkt, is het parcours in Amsterdam al heel rap. “In gemiddelde tussentijden zien we bij de toplopers nergens een terugval. De lus langs de Amstel is in elk geval een snel deel met lange rechte stukken, slechts onderbroken door een brug in Ouderkerk aan de Amstel.”

Ongerimpeld asfalt

De meeste deelnemers gruwelen van het zuidoostelijke deel van het parcours, over de Joan Muyskenweg, Van der Madeweg en de Rozenburglaan. Mensen vindt die stukken juist fantastisch: de lange wegen door het industriegebied zijn breed en hebben een bijna ongerimpelde laag asfalt.

Mensen stuurt een groep vrijwilligers aan die de route het hele jaar door controleren op een slecht wegdek. Want gaten en andere oneffenheden werken vertragend. “Vanuit de gemeente krijgen we alle medewerking. Als het wegdek ergens kapot is, kaarten we dat aan en is het voor de marathon altijd opgelapt. Ook wegen met klinkers vermijden we. Al blijft de passage onder het Rijksmuseum door waarschijnlijk altijd bestaan. Dat is de icoon van de route.”

Beeld Laura Van Der Bijl
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden