Plus Verslag

Een bijzonder harde les voor Jumbo-Visma

Dylan Groenewegen vertelde zijn teamgenoten dinsdag niet wat zij voor hem moesten doen. Daardoor miste hij een goede kans op een ritzege in de Tour.

Groenewegen (uiterst links) komt tekort; de ritzege is voor de Italiaan Elia Viviani van Deceuninck- Quick-Step (in het blauw rechts). Beeld BELGA/Yuzuru Sanada

Een sprinter die net verloren heeft, moet je niet voor de wielen lopen. Helemaal niet als die sprinter Dylan Groenewegen heet. In Nancy maakte een overstekende fotograaf dat dinsdag na de finish van de vierde etappe hardhandig mee. Met een harde rechtse trof Groenewegen de man op de schouder.

Het was een frustratieklap die Groenewegen uitdeelde. Een van de weinige kansen die hij als sprinter krijgt in deze Tour de France, was door eigen toedoen mislukt. Hij werd vijfde in de door Elia Viviani gewonnen vierde etappe naar Nancy, nadat hij van veel te ver moest beginnen met sprinten. “Ik was niet duidelijk genoeg naar mijn ploeggenoten over wat we moesten doen. En dat is mijn fout.”

De Tour verloopt vooralsnog verre van perfect voor de sprinter van Jumbo-Visma. Natuurlijk was er de blijdschap na de gele trui voor Teunissen en de winst in de ploegentijdrit, maar voor hemzelf was het een moeilijk openingsweekend. Zaterdag viel zijn wens voor geel letterlijk weg en als gevolg van zijn wonden werd hij zondag al vroeg gelost in de ploegentijdrit. Een dag in de heuvels van de Champagnestreek had het herstel ook niet echt bevorderd.

Frustratie

Toch kon hij zeker meesprinten in Nancy, vertelde hij dinsdagochtend ontspannen. Met een beker koffie in zijn hand stond hij onder de luifel van de ploegbus geduldig de cameraploegen te woord. Hij had een pleister op zijn rechterelleboog en op zijn knie en op zijn vingers zaten korsten op kleine wondjes. Fysieke overblijfselen van zijn val. Op zijn rechterschouder stak nog een stuk tape boven zijn shirt uit.

Zonder haperen omschreef hij de finale die zou komen. Afdalen, een versmalling en dan een kilometer langs het water. Daar had hij ­genoeg beelden van gezien. Het werk van ploegleider Grischa Niermann, die in april al was begonnen met het via Google Earth vastleggen van de laatste kilometers op video.

Er was één punt afgesproken waar de ploeg vooraan moest zitten. Dat was op 1,6 kilometer van de finish, waar de brede ringweg van Nancy versmalde naar een eenbaansweg. Daar moesten ze op kop rijden, want ze hadden met Wout van Aert, Amund Grøndahl Jansen en Mike Teunissen drie renners die Groenewegen vanaf daar perfect naar de laatste meters konden ­leiden.

Eenmaal op dat punt zaten Van Aert en Teunissen goed, en Grøndahl Jansen was niet ver weg. Alleen Groenewegen ontbrak. Hij was het wiel van zijn voorgangers kwijtgeraakt. Vanuit de ploegleiderswagen werd Van Aert, op dat moment op kop van het peloton, tot rust ­gemaand. “Dylan zit te ver,” klonk het.

Teunissen, zelf uiteindelijk zesde, kon er na ­afloop maar moeilijk bij. Er moest even wat frustratie worden weggetrapt op de rollers. Hij was geagiteerd toen de hersteldrank niet meteen werd aangereikt. Pas na een douche was hij weer wat afgekoeld. Het was een fout geweest, zei hij. “Mijn frustratie ligt in het feit dat we één punt afspreken en dat we de mankracht hebben, maar dat het dan toch niet lukt.”

Harde woorden

Na dat punt was er niet meer te kiezen, vertelde Teunissen. “Dan is de sprint begonnen en kun je weinig meer doen. Hoe dat kwam? Dylan was nerveus, lette meer op Viviani en Peter Sagan dan ons te volgen. Hij wilde misschien iets ­anders. Dat kan, maar dan moet hij dat wel ­aangeven.”

Groenewegen zelf wist na afloop ook dat het zijn fout was geweest. “Het gaat om winnen en duidelijk zijn. We raakten elkaar kwijt. Je maakt een plan, maar de benen waren er niet om het uit te voeren.”

Ook hij was inmiddels gekalmeerd, zag ploegleider Nico Verhoeven een kwartier na de finish. “Er zijn Dylans geweest van wie je op 500 meter afstand kon zien dat je hem even met rust moet laten. Nu was hij eigenlijk alweer prima in de bus. Ik denk dat hij de goede analyse heeft ­gegeven.”

Teunissen sprak harde woorden, maar bleef ferm achter zijn kopman staan. “Wij mogen streng zijn, we mogen kritisch zijn. Het is geen kermiskoers en zoveel kansen zijn er niet. Aan de andere kant is dit geen computerspel waarin telkens alles lukt. We moeten vertrouwen houden, want ik ben er wel 100 procent van overtuigd dat hij de snelste sprinter is. Het is een harde les, maar Dylan weet nu ook dat hij het volste vertrouwen in ons mag hebben.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden