PlusInterview

Dusan Tadic: ‘Ik probeer Dest te helpen en dan moet hij luisteren’

Dusan Tadic wees Ajax zaterdag de weg naar de zege op Heerenveen (1-3). Een in veel opzichten bevrijdende overwinning. ‘Dit had de club heel erg nodig.’

Beeld Tom Bode/ANP Sport

Ajax en AZ zijn met 56 punten verwikkeld in een nek-aan-nekrace om de landstitel. Aanvoerder Dusan Tadic voelt de druk die op zijn schouders ligt. In zijn eerste seizoen bij Ajax pakte de 31-jarige Serviër de dubbel, hij bereikte met zijn club de halve finales van de Champions League en werd uitgeroepen tot beste voetballer van de eredivisie. Nu zegt hij: “Aan de top komen is makkelijker dan aan de top overleven.”

“Dat het moeilijker gaat dan vorig seizoen is logisch. Toen ik kwam bij Ajax was de club vijf jaar geen kampioen geworden. Het was al lastig om de Champions League te halen. Als je dan ineens in de halve finales staat, worden de verwachtingen torenhoog. Je bent elke wedstrijd de favoriet. Iedereen loert op Ajax. Wij moeten daarmee omgaan.”

Soms labiel

Tadic stak zelf de laatste weken niet in zijn beste vorm. Door blessures waren er veel wisselingen in het team, waarvan ook hij de dupe werd. Tegen Heerenveen stond hij op. Hij maakte twee doelpunten en bereidde de derde voor.

Maar hij was ook belangrijk in het op scherp krijgen van het soms labiele elftal. Vlak voor rust stond hij neus-aan-neus met Sergiño Dest. Tadic was furieus op zijn jonge ploeggenoot. “Dat is normaal in voetbal. Die emotie hoort erbij. Ik heb veel ervaring, ik probeer Dest te helpen en dan moet hij luisteren.”

1

 “Ajax accepteert niets minder dan de eerste plaats. Deze club moet altijd kampioen worden, de beste zijn. Die druk is zwaar, maar je zult ermee moeten dealen als je hier voetbalt. Er zijn geen excuses voor een nederlaag of een tweede plaats.”

“In Servië is de mentaliteit harder dan in Nederland. Ook in sport. Voetbal gaat bijna over leven en dood. Bij een nederlaag is het oorlog in de stad. Voor zo’n klein land blinken we in best veel verschillende sporten uit. Vooral omdat we zo sterk zijn in ons hoofd, denk ik.”

“Novak Djokovic is een sprekend voorbeeld. Hij is op dit moment de nummer 1 op de wereldranglijst. Een groot sportman, een grote persoonlijkheid. Hij wil de beste tennisser aller tijden worden. Daar heeft hij zich in vastgebeten. Hij staat na zijn winst op de Australian Open op 17 gewonnen grandslams. Drie minder dan Roger Federer, twee minder dan Rafael Nadal. Ik ben er trots op dat Novak Djokovic mijn landgenoot is. Hij representeert Servië op een prachtige manier. Hij heeft ons land mooie dingen gegeven na de oorlog. Hij is een voorbeeld voor ons allemaal.”

10 

“Overal waar ik speelde, droeg ik nummer 10. Behalve bij Southampton. Het nummer 10 schept verwachtingen. Hij is van oudsher de spil van een elftal. Het zorgt voor net iets meer druk als je dat shirt draagt. Ik ben er trots op. Net als op de aanvoerdersband. Maar het verandert me niet als voetballer en ik gedraag me ook niet anders in de groep. Ik voel me sowieso verantwoordelijk, met of zonder 10 op mijn rug, met of zonder band om mijn arm. Ik probeer iedereen te helpen.”

“We leden vorig seizoen vier nederlagen in de eredivisie. Dat zijn er nu al vijf. Ook vorig jaar hadden we problemen na de winterstop. In onze risicovolle speelwijze is het zo: komt er één iemand te laat, komt de rest ook te laat. Dan ontstaat een domino-effect. Het maakt ons kwetsbaar. We moeten niet alleen afspraken maken, maar die ook nakomen.”

“Of de andere spelers naar me luisteren? Soms wel, soms niet. Het is ook hectisch in het veld. Als het moet kan ik heel boos worden, maar alleen als ik weet dat dat het gewenste effect heeft. Als ik een jonge speler uitfoeter, die zich daarna verstopt en niks meer durft, helpt dat niemand. Ik moet daarin slim zijn. Ik weet inmiddels hoe spelers reageren op kritiek. De één kun je koud aanspreken, bij de ander moet het warmer. Het is een beetje een spel.”

“Ik heb twee kinderen. Een zoon van 6 jaar, Peter, en een dochtertje van 3, Tara. Familie is heel belangrijk voor mij. Belangrijker dan sport. Mijn ouders hebben mijn twee zussen en mij met die waarden opgevoed. Ik was de jongste van de drie. Mijn zussen hebben allebei ook twee kinderen.”

“Mijn ouders zijn vaak hier in Amsterdam. Soms blijven ze een paar dagen. Tijdens wedstrijden in de Johan Cruijff Arena zitten ze met mijn vrouw en kinderen en vrienden in mijn eigen skybox. Om dat gezelschap daar allemaal bij elkaar te hebben is prachtig.”

“Mijn vader heeft zelf gevoetbald, en hij is scheidsrechter geweest. Maar hij heeft mij nooit gepusht om te gaan voetballen. Wel gestimuleerd. Hij stond altijd langs de lijn.”

“Mijn vader werkte vroeger in de vleesindustrie, als technicus. Zijn leven lang gebuffeld. Mijn moeder ook. Zij stammen uit een tijd dat je op je zesde al moest helpen op het land. Mijn ouders maakten het leven voor ons makkelijker, maar we zagen wel wat zij daar allemaal voor moesten doen. Je krijgt niets voor niets in het leven.”

“Het is mooi dat wij als kinderen nu iets terug kunnen doen voor onze ouders, maar ze zitten zo vast in hun rol dat ze daar niet van kunnen genieten. Dat maakt me soms boos. Ze hebben enorm hun best gedaan om ons goed op de wereld te zetten. We zijn allemaal goed terechtgekomen. Ze zouden nu meer aan zichzelf mogen denken, maar ze denken nog steeds aan ons.”

“Mijn vader is 68, mijn moeder 64. Het is moeilijk om hun mentaliteit te veranderen. Als ik bij mijn moeder ben, maakt ze niet één maar drie lunches klaar. Dan zeg ik: mam, voor wie is dit allemaal? En als ik de koelkast opendoe en ik merk terloops op dat er geen melk is, dan snelt ze deur uit en staat er vijf minuten later een pak melk op tafel. Ik begrijp het wel, maar ze moet wat meer relaxed zijn.”

“Ik heb een huis laten bouwen voor mijn vader en moeder in de bergen. Ze gaan daar graag heen. Een mooi appartement, met ruimte en lucht. Er is een klein voetbalveldje bij gemaakt. En als de kleinkinderen daar spelen, genieten ze daar wel van.”

42 

“Ik kon in drie jaar verschrikkelijk veel geld verdienen in China. 42 miljoen? Hoeveel precies is niet belangrijk, want ik ben er niet voor gezwicht. Geld is niet alles in het leven. Ik besef dat ik in een positie zit waarin ik dat kan zeggen, want ik ben al rijk. Ik hou te veel van voetbal om zo’n stap te maken alleen maar om nóg rijker te worden. Ik weet zeker dat ik in China als voetballer niet gelukkig zou worden.”

“Het is eervol dat Ajax mij een contract tot 2026 heeft aangeboden. Het is de bedoeling dat ik hier trainer word na mijn actieve loopbaan. Je kunt niet te ver in de toekomst kijken, maar voor nu voelt dat goed. Zolang ik voetbal telt alleen het nu.”

“We moeten kampioen worden. Het zal niet makkelijk zijn, maar dat was het vorig seizoen ook niet. Er zijn altijd zes of zeven wedstrijden waarvan je zegt: die hadden ook slechter kunnen aflopen. En zoals gezegd: tegenstanders zijn nu nóg meer gebrand om van Ajax te winnen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden