PlusInterview

Dimeo van der Horst werkt aan zijn droom: het debuut van 3x3-basketbal op de Olympische Spelen

Dimeo van der Horst: ‘Eerlijk gezegd dacht ik aan stoppen, want basketbal betaalde mijn rekeningen niet.’Beeld Hilde Harshagen

Basketbalclub Apollo Amsterdam treedt dit weekend aan voor de eerste wedstrijd van het nieuwe seizoen, zonder Dimeo van der Horst. Die werkt aan zijn droom: het debuut van de 3x3-variant op de Olympische Spelen van 2021.

“Speelt hij ook echt bij de Lakers?” vraagt een voorbijganger, terwijl een imposante gestalte voor de fotograaf poseert. Het embleem van de Los Angeles Lakers prijkt op de borst van zijn grijze trainingspak, op zijn rug de naam James. Nummer 23. Het is alleen niet de Amerikaanse basketbalgrootheid LeBron James die hier wordt gefotografeerd, maar de Nederlandse speler Dimeo van der Horst.

Van der Horst kruipt graag even in de huid van zijn favoriete basketballer en reageert in het Engels. Ja, of course kent hij de oud-NBA-speler Rik Smits. “The Dunking Dutchman!” Ze gaan samen op de foto en de man bedankt ‘James’. Even later, op weg naar een koffietentje in West, schudt Van der Horst grinnikend zijn hoofd. “Die man gaat me nog vaker zien. Ik heb hem al een paar keer met mijn buurman zien praten. En dan komt ie erachter dat ik gewoon een Amsterdams accent heb.”

Dan zal de Amsterdammer vast ook horen dat de 29-jarige Van der Horst voor de Nederlandse ploeg uitkomt in het 3x3-basketbal. In die discipline is Nederland een geduchte partij. In 2017 én 2018 won Oranje zilver op het WK.

Volgend jaar hoopt Van der Horst met zijn team goud te pakken op de Olympische Spelen – een jaar uitgesteld vanwege de coronacrisis. Het 3x3-basketbal zal dan zijn olympische debuut maken, waarmee het straatbasketbal erkenning krijgt als echte sport. Op een half veld met één basket is het dunken, schieten en vechten in potjes van slechts 10 minuten.

Ruiger spel

Voor Van der Horst, oud-speler van basketbalclubs in Amsterdam, Nijmegen en Groningen, was het overigens geen liefde op het eerste gezicht, dat 3x3-basketbal. Een paar jaar geleden wist hij als invaller niet wat hij meemaakte. “Het was gezellig met de jongens, hoor, maar ik vond het vreselijk. Echt vreselijk. Spelers hingen aan mijn nek. Een verdediger, een kleine gast… ik dacht: van hem win ik wel, maar hij duwde met twee handen in mijn rug. Nee, ik kwam helemaal nergens.”

Ondanks al dat ellebogenwerk, krabben en worstelen, raakte hij enthousiast. Hij is heus niet vies van wat intensiever en ruiger spel. “Bij vijf tegen vijf is het meteen ruzie als iemand zijn boekje te buiten gaat. Als ik nu de NBA bekijk, erger ik me aan wat er allemaal wordt afgefloten. Laat die mannen eens doorspelen, joh. Bij 3x3 krijg je een blauw oog en sta je na afloop met die tegenstander een biertje te drinken.”

Hij wilde alleen wel meer invloed op het tactische en snelle 3x3-spel. Maar als invaller kun je niet meteen op de tafel slaan en vertellen hoe het voortaan moet gebeuren. Daarom formeerde hij zijn eigen team. Na verloop van tijd fuseerden beide ploegen tot één sterk team met vier spelers, dat nu bestaat uit Van der Horst, Arvin Slagter, Jessey Voorn en Aron Royé.

Op het basketbalveld is Van der Horst een controlfreak. Het liefst bemoeit hij zich overal mee, al is dat pas iets van de laatste jaren. Pas op zijn 25ste zag hij in wat topsport echt inhoudt. “Ik vond altijd alles wel best, maar hoewel mijn carrière vorderde in het gewone basketbal, werd ik niet beter. Ik stond stil.”

Bij Nijmegen bereikte hij zijn dieptepunt. Slechts een paar clubs boden hem nog een kans, voor 100 euro per maand. Toen raakte hij nog geblesseerd ook, waardoor zelfs die interesse verdampte. Alleen bij Amsterdam, de club waar hij op zijn zestiende debuteerde, was hij nog welkom.

“Eerlijk gezegd dacht ik aan stoppen, want basketbal betaalde mijn rekeningen niet, ik moest gaan werken. Toen heb ik goed in de spiegel gekeken: je hebt het zelf gedaan, je hebt er niet hard genoeg voor gewerkt.”

Apollo regelde een huurhuis voor hem in West, hielp hem een baan te vinden. Hij gaf basketballessen en fitnesstrainingen. “Toen ging ik zelf ook veel in de gym aan de gewichten hangen. Ik haat dat eigenlijk, nog steeds, maar ik pushte mezelf. Ik ging harder werken, kwam een uur voor de training al in de Apollohal om te schieten. Ik lette steeds beter op mijn voeding, ik viel af. Ik zag echt weer een stijgende lijn.”

Vorig seizoen besloot Van der Horst bij Apollo te stoppen en zich volledig te focussen op het 3x3-basketbal, met als doel de Olympische Spelen. Wel is hij nog aan de club verbonden als jeugdtrainer. Het doet hem pijn om te zien dat Apollo het financieel moeilijk heeft. Aanvankelijk besloot de club zich dit seizoen niet in te schrijven voor de eredivisie, omdat de coronacrisis voor te veel onzekerheid zorgde.

Na een inzamelingsactie is een plaats in de hoogste competitie ternauwernood alsnog veiliggesteld. Vandaag speelt Apollo de eerste wedstrijd van het seizoen, thuis, tegen Feyenoord Rotterdam.

Moeilijk verhaal

“Basketbal leeft gewoon niet in Nederland. Totaal niet. Het komt niet op tv, er is geen reclame. Als ik hier door de stad rijd, zie ik nergens iets over de Apollohal. Hoe moeten mensen dan weten dat er een wedstrijd van Apollo is? Het is ook gewoon een moeilijk verhaal. Welke sponsor gaat tienduizenden euro’s investeren in een basketbalclub, terwijl spelers maar een paar honderd euro waard zijn? Ik ben überhaupt blij dat het in Nederland lukt om een competitie op te zetten met twaalf teams.”

Hij hoopt dat de jeugd de kans krijgt bij Apollo, net zoals in 2009, toen na een faillissement van de hoofdsponsor alle Nederlandse internationals en Amerikanen vertrokken. “Wij werden voor de leeuwen gegooid: Jessey Voorn, Mohamed Kherrazi, Ralf de Pagter. En ik dan. Door dat jaar zijn wij omhooggeschoten en hebben we ons kunnen ontwikkelen tot doorgewinterde spelers.”

Of hij nog eens terugkeert bij Apollo op het veld, om dat jonge grut aan te voeren, durft hij niet te zeggen. “Misschien blijf ik ook na Tokio nog 3x3 spelen. Ik ben jong genoeg om nóg een Olympische Spelen mee te maken.”

“Ik heb mijn plafond nog lang niet bereikt. Ik had altijd veel blessures en pijn, kwam niet van de grond af. Het lukt me nu om steeds hoger te springen. Ik leer beter dunken. Nu ik dat zelf meemaak, wil ik dat ook meegeven aan die kids bij Apollo. Er is altijd perspectief, als je maar het 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden