PlusGesschiedenis

Deze Amsterdamse stratenmaker werd wereldkampioen wielrennen

Hij kon heel hard fietsen en net zo goed ‘lullen’. In augustus 1978 werd Gerrie Knetemann wereldkampioen wielrennen, in een beroemde sprint tegen Francesco Moser. Huilend kreeg de voormalige Amsterdamse stratenmaker de regenboogtrui om zijn schouders.

Gerrie Knetemann (r) wint met een banddikte voorsprong de sprint van de Italiaanse titelverdediger Francesco Moser.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Op de dag dat de Am­sterdamse film­re­gis­seur en columnist Theo van Gogh in de Linnaeusstraat van zijn fiets werd geschoten door Mohammed B., werd Gerrie Knetemann op zijn mountainbike geveld door een hartstilstand. De aanslag op Van Gogh beheerste op 2 november 2004 het nieuws, het overlijden van de voormalig wereldkampioen wielrennen was slechts goed voor korte berichten op de sport­pagina’s en een voetnoot bij Het Journaal.

Op maandag 28 augustus 1978 openden de kranten wél met Gerrie Knetemann. Een dag na het wereldkampioenschap wielrennen op de West-Duitse Nürburgring, waar hij met de Italiaanse wielervedette Francesco Moser naar de eindstreep sprintte in een van de zwaarste ­wereldkampioenschappen sinds tijden. De herfst was die dag ingetreden in de mistige ­Eifel, er stond een ijzige wind. De venijnige hellingen op het autocircuit zorgden voor een verdere schifting: slechts 31 van de 111 gestarte profwielrenners haalden de finish.

Talentloze straatvoetballer

Nederland stond die laatste zondag van augustus 1978 op zijn kop, Amsterdam in het bijzonder. Alleen moeder Knetemann ging in Amsterdam-West tijdens de eindsprint onver­stoorbaar door met het schillen van de aardappels. Tante Leen en Ome Gerrit waren afkomstig uit de Jordaan. Gerard Friedrich werd op 6 maart 1951 in de Bloys van Treslongstraat in Amsterdam-West geboren. Gerrie was een nakomertje, zijn zussen Riekie en Anne waren respectievelijk ­zeventien en elf jaar ouder.

Vader Gerrit – stukadoor – was een telg uit een geslacht van communistische stratenmakers. “Mijn vader en zijn maten waren niet meer dan praktische tegenhangers van het establishment,” vertelde Gerrie ooit in een interview met de Haagsche Courant. “Wat wisten die mensen van de basisideologie van achter het IJzeren Gordijn? Niks toch?” Toen de Russen in 1956 de Hongaarse opstand neersabelden, zei Gerrit zijn partijlidmaatschap op en werd De Waarheid ingeruild voor De Telegraaf.

Het gezin Knetemann was ook geabonneerd op De Televizier, het omroepblad dat de eerste Nederlandse wielerploeg sponsorde. Een ploeg met harde werkers als Cees Haast, Wim van Est en Wout Wagtmans. Gerrie droomde ook van een leven als wielrenner, maar vooralsnog sleet hij zijn dagen als talentloze straatvoetballer. “Ik ging altijd de andere kant op dan de bal,” grapte hij later. Ook voor judo miste hij elk talent. “Ze gooiden me alle kanten op.”

Leren bleek evenmin aan hem besteed. Voortijdig verliet hij de mulo en begon als boodschappenjongen bij mantelfabriek De Favoriet, Herengracht 607. Op z’n zestiende verruilde hij de zieltogende firma voor de opleiding tot stratenmaker. Voor het examenonderdeel ‘kruispunt aanleggen’ slaagde hij met het hoogste ­cijfer. Hij kocht zijn eerste racefiets en werd stiekem lid van wielervereniging De Germaan.

Zijn eerste zege boekte hij in de trui van amateurploeg Locomotief, van de voormalige Amsterdamse wielrenner Hein ‘Tarzan’ van Breenen. Toen de sponsor de stekker uit de ploeg trok, wist Van Breenen hem onder te brengen bij de Amstelploeg van de Amsterdammer Herman Krott, die direct onder de indruk was van zijn pedaaltred. Tot veler verrassing veroverde Gerrie in Olympia’s Ronde van Nederland op de Cauberg de leiderstrui. Dat klimmen had hij in Amsterdam geleerd: “Ik woon driehoog achter.”

Meer dood dan levend

“Knetemann was gek van die fiets. Hij was misschien wel de meest gedrevene,” aldus Peter Post, de Amsterdamse ploegleider van het ­legendarische TI-Raleigh-wielerteam, over zijn pupil, die in 1975 een contract bij hem tekende en vele jaren voor de ploeg reed. Joop Zoetemelk mocht een man van weinig woorden zijn en Jan Raas een stugge, norse Zeeuw, de Amsterdammer zat nooit om een woordje verlegen. Als een van de eerste sporters besefte de Kneet dat omgaan met de media een onderdeel van het vak was. Sterker, dat het bijdroeg aan zijn populariteit, extra brood op de plank opleverde en de basis kon vormen voor het leven na de sport.

Als organisator van de Amstel Gold Race was Herman Krott helemaal niet blij met de eerste zege van Knetemann in 1974. Grote namen wilde hij hebben op de erelijst van de enige Nederlandse klassieker, geen Amsterdamse branie­gozer van slechts 23 jaar oud: “Je hebt groots ­gewonnen, maar of je een grote kampioen bent, moet de komende jaren nog blijken.”

Zijn tweede zege in 1985 sprak meer tot de verbeelding. Knetemann was inmiddels oud-wereldkam­pioen, meervoudig etappewinnaar en geletruidrager in de Tour de France en een bekende Nederlander. Bovendien was er twee jaar eerder dat vreselijke ongeluk geweest: hij was in de koers Dwars door België hard op een geparkeerde auto gereden, waarbij hij meer dood dan levend was achtergebleven op het asfalt. Even werd gevreesd voor zijn wielercarrière, maar hij vocht zich terug in het peloton. Na zijn tweede zege in de Amstel Gold Race en een emotioneel interview met Mart Smeets, liep hij naar koersbaas Herman Krott: “Ik neem aan dat ik nu wel een groot kampioen ben?”

Kneetstory

Radioman Willem van Kooten, alias Joost den Draaier, zag kansen voor het unieke taalgebruik van De Kneet. De ‘Kneetstory’, na afloop van etappes op Radio Tour de France, werd razend populair. Nederland luisterde elke zomer drie weken op de camping mee naar zijn verhalen uit de koers, waarin vaak ook een rol was weggelegd voor zijn vrouw Gré, zelf ooit een verdienstelijk wielrenster. Zijn dagelijkse wielerrelaas maakt van Knetemann een bekende Nederlander. Hij werd panellid in de Avro’s Wie-kent-kwis (waar later een naar hem vernoemde cavia prijzengeld bijeenliep voor de winnaar), benoemd tot de Amsterdamse Prins Carnaval, ‘zong’ een paar plaatjes vol en opende vier pannenkoekenrestaurants.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden