Sport Bewaar

Debutant Rob Ruijgh: Ik sluit Tourzege niet uit

Debutant Rob Ruijgh: Ik sluit Tourzege niet uit
© ANP

Mooie beloftes ten spijt, Nederland wacht nog steeds sinds Pieter Weening in 2005 op een etappezege in de Tour de France. Twaalf landgenoten stonden op 2 juli in de Vendée aan de start, tien van hen arriveerden zondag 24 juli in Parijs.

Wat vonden die tien van drie weken fietsen in het grootste wielerspektakel van het jaar.

Rob Ruijgh, 21ste, vrolijkste en beste Nederlandse deelnemer die graag in de toekomst een hoofdrol wil spelen:
'Ik moet tevreden zijn na mijn eerste grote ronde, dit is wel mijn terrein voor de toekomst. Ik zeg niet dat ik de Tour ooit ga winnen, maar ik sluit het niet uit. Ik ben ambitieus, Rome is ook niet in een dag gebouwd.'

Robert Gesink, 33ste, voor het eerst kopman van de Raboploeg en kandidaat voor het podium:
'Snel vergeten deze Tour. Voor mij was het een klote Tour. Ik heb hier al een keer bewezen bij de beteren te horen. De Tour blijft toch het belangrijkste.'

Bauke Mollema, 70ste, Rabobank, debutant:
'Lichamelijk zit ik er redelijk doorheen. Ik ben ziek geweest, maar voelde me de laatste dagen redelijk goed. Vantevoren had ik er meer van verwacht. De zege van Sanchez was mooi, de rest redelijk teleurstellend.'

Laurens ten Dam, 58ste, Rabobank, maakte een geweldige smak op weg naar Pyreneeëncol Plateau de Beille: 'Een beetje teleurstellend. Dat heeft meerdere oorzaken. Een ervan was dat Robert wegviel als klassementsrenner. En als je dan zelf ook nog zo hard valt, dan is je eigen Tour ook nog eens weg. Ik ben blij dat ik verder gegaan ben, anders had ik al een week depressief thuis gezeten.'

Johnny Hoogerland, 74ste, Vacansoleil-DCM, was betrokken bij een van de meest bizarre incidenten in de Tour: 'Een dubbel gevoel. Als ik niet van de weg was gereden, had ik tot de laatste vrijdag meegespeeld voor de bolletjestrui. Het herstellen van alle verwondingen heeft veel energie gekost. Alle aandacht voor mijn doorzettingsvermogen streelt me wel.'

Maarten Tjallingii, 99ste, Rabobank, begon als knecht en mocht later zijn eigen weg gaan: 'Gemengde gevoelens. We hebben diepe dalen gekend, maar met de ritzege van Luis León Sanchez ook een hoogtepunt gehad.'

Joost Posthuma, 108ste, Leopard-Trek, knecht van Andy Schleck die het geel niet naar Parijs bracht:
'Ik heb veel waardering gekregen. Ik heb nog nooit zoveel voorin gereden. De Tour moet er een mannetje bij hebben om de verplaatsingen beter te regelen. Ik maakte deel uit van een hechte ploeg. Van iedereen hebben we complimenten gekregen dat ons plan in de rit naar de Galibier met Andy Schleck werkte.'

Lieuwe Westra, 128ste, tijdrijder die het niet trof op de voorlaatste dag:
'Een enorme drukte, een gekkenhuis. Ik ben blij dat ik dit heb mogen meemaken. Heb Parijs gehaald, nadat ik door een knieblessure aan opgeven heb gedacht. Normaal stap ik bij een koers naar buiten en staat er niemand. Hier staan meteen tien mensen voor je neus. Hier doe je het als renner voor. Je leeft in een roes.'

Niki Terpstra, 134ste, Quick-Step, aanvaller die het drie weken slecht naar zijn zin had: 'Ik heb niet gezegd dat ik niet meer terugkom in de Tour. Ik wil wel gaan nadenken of het zin heeft om in de Tour terug te komen. Volgend jaar zijn de Olympische Spelen en de WK in Nederland. Dat zijn de wedstrijden waar ik me op wil richten. Ik heb een waslijst aan frustraties. De Tour verdient miljoenen aan de renners. Het was voor ons slecht geregeld, maar ik heb niet met de pest in mijn lijf rondgereden.'

Addy Engels, 146ste, Quick-Step, terug in de Tour na zijn debuut in 2002:
'Ik heb meer afgezien dan verwacht. Het is me tegengevallen. De dag dat ik Tom Boonen bijstond om op tijd binnen te komen, zal me bijblijven. Hij was gevallen en het was kritiek of we het zouden halen. De opluchting was groot toen we op tijd binnen waren. Dit is de mooiste koers om af te zien. Ik wil er in 2012 weer bij zijn. Ik heb de ploeg niet teleurgesteld.'