PlusDa's Logisch

De vier halvefinalisten op dit EK hebben elk hun eigen heldenverhaal

In de rubriek Da’s Logisch analyseert Het Parool elke maandag ‘het spel achter het spel’. Met deze keer aandacht voor de verhaallijnen die het EK van de vier halvefinalisten symboliseren.

Voor Giorgio Chiellini en Leonardo Bonucci valt er veel te vieren dit EK. Beeld Reuters
Voor Giorgio Chiellini en Leonardo Bonucci valt er veel te vieren dit EK.Beeld Reuters

Italië: van aanpassen naar aanvallen

Door de aanwezigheid van centrumverdedigers Leonardo Bonucci (34) en Giorgio Chiellini (36) is er bijna een overlap tussen de huidige Italiaanse selectie en het succesteam dat in 2006 wereldkampioen werd. Bonucci en Chiellini waren al prof toen hun latere ploeggenoten Andrea Pirlo, Gianluigi Buffon en Andrea Barzagli de wereldbeker wonnen.

Toch is er in die vijftien jaar extreem veel veranderd voor het Italiaanse voetbal. In 2006 won Italië het WK dankzij een ronduit dominante defensie. In zeven WK-duels incasseerden de azzurri welgeteld twee treffers: een eigen goal in de groepsfase en een penalty in de finale.

De ploeg van Marcello Lippi paste zich meesterlijk aan elke tegenstander aan - of die nou rustig opbouwde, snel counterde of fysiek sterk was. De Italianen zorgden dat de opponent nooit in zijn kracht kwam. Dan was een goal of twee doorgaans wel genoeg: op het gewonnen WK 2006 scoorde Italië in slechts één wedstrijd vaker dan twee keer (3-0 tegen Oekraïne in de kwartfinale).

Dat dodelijk effectieve aanpassingsvoetbal had ook een zwakke plek: het leunde sterk op de kwaliteiten van wereldspelers. In 2006 had Lippi mannen als Gattuso en De Rossi in zijn middenlinie en supersterren als Nesta en Cannavaro achterin.

Toen de topspelers gaandeweg zelf iets van hun kracht verloren, betaalde Italië de prijs. Na jaren reactievoetbal volgde in 2018 het dieptepunt: het WK werd niet eens gehaald.

De Italiaanse voetbalbond trok de noodzakelijke lessen uit deze blamage. Een commissie onder leiding van ex-international Alessandro Costacurta schreef voor dat de nieuwe nationale ploeg van de eigen kracht moest uitgaan, met verzorgd positiespel in balbezit en fel druk zetten op de helft van de tegenstander.

En dus kwam Roberto Mancini aan het roer. Als bondscoach koos hij een voor Italiaanse begrippen extreem aanvallende 4-3-3-formatie. Vooral het nieuwe middenveld staat symbool voor de ommekeer: met Jorginho (Chelsea) en Marco Verratti (PSG) stelt de bondscoach steevast twee spelmakers op, die geholpen worden door de onvermoeibare loopacties van Nicolò Barella (Inter Milan).

Inmiddels hebben de Italianen dertig (!) wedstrijden op rij niet verloren, en wonnen ze hun laatste elf interlands, met een verpletterend doelsaldo van 30 voor en 2 tegen. Voor veel liefhebbers is Italië dé favoriet voor de eindzege.

Spanje: de aanhouder wint?

Bondscoach Luis Enrique bouwde de afgelopen jaren een geheel nieuw elftal op. Barcelonaveteranen Jordi Alba (32) en Sergio Busquets (32) zijn de enige spelers die er ook bij waren toen Spanje voor het laatst een eindtoernooi won, in 2012.

Hoewel de gezichten anders zijn, is de speelstijl dat niet. Spanje speelt nog altijd tiki-taka: balbezitvoetbal met oneindig veel korte passes. In elk van de vijf EK-wedstrijden lag het percentage balbezit van de Spanjaarden op minstens 66, met de ridicule 85 procent tegen Zweden als uitschieter.

Ook qua kansen voor en tegen doet geen ploeg het zo goed. Na Italië (20,2 schoten per duel) is Spanje (19,8) de ploeg met de meeste doelpogingen per wedstrijd op dit EK. Met gemiddeld maar 6,4 schoten tegen per duel incasseert het ook nog eens (verreweg) de minste schoten van alle ploegen op het toernooi.

Maar voetbal is, zoals we allemaal weten, niet altijd de meest logische sport. Het Spaanse getik levert kans na kans op, maar vaak wil de bal er simpelweg niet op de juiste momenten in. Spanje won dit toernooi slechts één wedstrijd binnen de reguliere speeltijd (5-0 tegen Slowakije).

Spaanse spitsen Gerard Moreno (l) en Álvaro Morata hebben het vizier dit EK nog niet op scherp. Beeld AFP
Spaanse spitsen Gerard Moreno (l) en Álvaro Morata hebben het vizier dit EK nog niet op scherp.Beeld AFP

Vooral de rol van de spitsen ligt onder een vergrootglas in Spanje. Álvaro Morata (3,9 xG) en Gerard Moreno (3,2 xG) waren dit toernooi met hun gezamenlijke 30 schoten al goed voor een kansentotaal met een waarde van ruim 7 expected goals, maar ze staan respectievelijk op 2 en 0 doelpunten.

Over een geheel seizoen gemeten, blijkt in het voetbal vaak dat de aanhouder wint. Zolang het creëren van de kansen niet stokt, komt het met het afmaken op de lange termijn doorgaans goed. De vraag is alleen of Spanje zich nog een golf aan pech en missers kan veroorloven tegen een ijzersterke opponent als Italië.

Engeland: resultaat heiliger dan sterren

De achtste finale tegen Duitsland stond symbool voor de keuzes van bondscoach Gareth Southgate. Aan de ene kant was zijn gekozen opstelling extreem frustrerend voor de liefhebber: technisch begaafde, vermakelijke spelers als Jack Grealish (Aston Villa), Phil Foden (Man City), Mason Mount (Chelsea), Jadon Sancho en Jude Bellingham (beiden Borussia Dortmund) moesten op de bank plaatsnemen, terwijl Engeland in een 5-2-3-formatie voornamelijk bezig was de Duitse aanval te neutraliseren.

Aan de andere kant kreeg Southgate gewoon weer gelijk met zijn aanpak: ook tegen de aanvallend ingestelde Duitsers hield zijn ploeg de nul. Dat deden ze ook in de andere vier duels op dit EK.

Southgate feliciteert zijn aanvoerder Kane met de ruime zege (4-0) op Oekraïne in de kwartfinale. Beeld EPA
Southgate feliciteert zijn aanvoerder Kane met de ruime zege (4-0) op Oekraïne in de kwartfinale.Beeld EPA

Zoals VI’s Pieter Zwart in dit stuk tot in de details uitlegt, vaart Southgate vrijwel volledig op het advies van zijn data-analisten. Zij weten dat Spanje (2008 tot 2012), Duitsland (2014), Portugal (2016) en Frankrijk (2018) de laatste zes eindtoernooien wonnen omdat ze de meest solide verdediging hadden, niet vanwege het frivole aanvalsspel.

De Engelse aanpak lijkt een combinatie van de defensieve tactieken van de vorige winnaars. De ploeg van Southgate leunt op langdurig balbezit als verdedigingswapen, maar dan iets voorzichtiger dan de Duitsers en Spanjaarden in hun hoogtijdagen – van collectief afjagen na balverlies is bij de Engelsen veel minder sprake.

Zoals Portugal en Frankrijk dat op de vorige eindtoernooien zo effectief deden, laat ook Engeland de tegenstander rustig tot de middenlijn komen, om die daar pas te smoren met een waterdichte defensie. Het werk van controleurs Kalvin Phillips (Leeds) en Declan Rice (West Ham) bleek hierbij cruciaal. Beide middenvelders lijken na dit EK de Engelse middenmoot dan ook in te ruilen voor een van de puissant rijke topclubs.

Denemarken: méér zijn dan de som der delen

Waar Italië een tactische transformatie heeft ondergaan, Spanje vasthoudt aan de oude idealen en Engeland bijzonder effectief voor rendement kiest, is het toernooiverhaal van Denemarken natuurlijk het meest magische.

Dat de Denen zich hebben herpakt na het op traumatische wijze wegvallen van sterspeler, ploeggenoot en vriend Christian Eriksen, verdient elk denkbaar compliment. De Deense ontlading tijdens het laatste groepsduel (4-1 tegen Rusland) is misschien wel het emotionele hoogtepunt van dit toernooi.

Aanvallers Braithwaite en Poulsen storten elkaar in de armen na de 2-0 tegen Rusland. Beeld EPA
Aanvallers Braithwaite en Poulsen storten elkaar in de armen na de 2-0 tegen Rusland.Beeld EPA

Maar de magische ommekeer, na de nederlagen in de eerste twee duels, leidt ook enigszins af van een onderbelicht feit: de Denen spelen al het gehele EK ijzersterk.

Ook in de tragische ‘Eriksen-wedstrijd’ tegen Finland (0-1) en het na rust weggegeven duel met België (1-2) waren de Denen over negentig minuten bezien de bovenliggende partij.

Bondscoach Kasper Hjulmand heeft bij Denemarken gedaan waar elke bondscoach van droomt, maar zelden in slaagt: een ploeg smeden die sterker is dan de som der delen. De gezamenlijke ervaring met Eriksen lijkt dit proces alleen maar te versterken.

Dat een opgeleefde Kasper Dolberg een hoofdrol speelt bij de Deense wederopstanding, maakt het Deense voetbalsprookje voor Ajax-fans des te mooier.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden