Plus

De opkomst en ondergang van het roemruchte DWS

In 1964 werd DWS, de voetbalclub van de Spaarndammerbuurt, kampioen van Nederland. Die oude glorie is vergaan, maar er wordt hard gewerkt de club nieuw leven in te blazen. 'DWS moet weer meer zichzelf worden.'

Clubscout en jeugdcommissielid Bart Guntlisbergen wenst zijn DWS succes tegen SCH'44 uit Harmelen. DWS wint de wedstrijd met 3-1 Beeld Jan-Dirk van der Burg

'Eens een DWS'er, altijd een DWS'er," zegt André Pijlman (76) in de bestuurskamer van het haveloze club­gebouw aan de Seineweg in Nieuw-West. Hij zegt het bijna verontschuldigend.

"Ik word er wel eens op aangesproken. Dan zeggen ze: 'Joh, zit jij nog steeds bij dat zootje?' Ja, zeg ik dan, ik zit nog steeds bij dat zootje en zal er ook nooit weggaan. Ik ben nu eenmaal een trouwe jongen."

Generatiegenoot Co van Geene luistert mee. "Precies, Dré, dat zijn wij: trouwe jongens. De laatsten der Mohikanen, je ziet hier bijna niemand van vroeger meer." Pijlman en Van Geene zijn ereleden en altijd present in de bestuurs­kamer wanneer het eerste elftal van DWS thuis speelt, zoals op deze zomerse zondagmiddag eind september.

Het is de eerste thuiswedstrijd van het seizoen in de Tweede Klasse C, de tegenstander heet Hooglanderveen en komt uit de buurt van Amersfoort. Vijftig jaar geleden speelde DWS, met linksback André Pijlman uit de Jordaan, ­tegen Chelsea, in de tweede ronde van het toernooi om de Jaarbeursstedenbeker, de voorloper van de Uefa Cup.

"Verdomd ja, Chelsea. En we wonnen nog ook, door loting. Twee keer 0-0 en toen gooide de scheidsrechter een muntstuk op. Chelsea uitgeschakeld."

Van Geene, schaterlachend: "Van Chelsea naar Hooglanderveen, wat scheelt het?"

Geruïneerd gras
Pijlman is niet alleen hondstrouw aan DWS, hij is ook met geen stok uit de Jordaan te krijgen. "Daar zullen ze me moeten wegdragen." Zijn club bestaat 111 jaar, maar aan de overkant van de A10, achter het afvalpunt van de stadsdeelwerf, wankelt Door Wilskracht Sterk onder de zware last van het armoedige heden.

Het verval op Sportpark Spieringhorn, de sociale problematiek van een achterstandswijk en een akelige ledenopstand, deze zomer, hebben de club in opspraak gebracht. Bij DWS ontbreekt het aan geld; ontevreden spelers en kwaaie ouders zorgen voor spanning, en er heerst een groot tekort aan helpers. De vroegere volksclub van de Spaarndammerbuurt, ook populair in andere delen van Amsterdam - wat heet, in praktisch het hele land - staat er gekleurd op.

Het kampioenselftal van DWS uit 1964. Staand, derde van links: André Pijlman, tussen Jan Jongbloed en Rinus Israël Beeld ANP


Pijlman: "We hebben een rijke historie, maar daar kunnen we niet van leven. Toch gaat het zo beroerd niet met DWS. We hebben een voorzitter die zijn stinkende best doet en het aantal vrijwilligers groeit. Die opstand hier was een ­lachertje. Een handjevol leden, schreeuwers die het wel even voor elkaar zouden krijgen. Mooi niet. Bij de rechter waren ze aan het verkeerde adres. En nu hoor ik ze niet meer. Ik zie ze trouwens ook niet meer."

Aandacht van Het Parool, het streelt Pijlman, want hij heeft iets met de krant. "Ik heb er gewerkt, als fietsjongen. Het Parool was feitelijk mijn eerste baas. Ik moest op de fiets kopij gaan halen bij Simon Carmiggelt. 'Zo jongen,' zei hij dan, 'mooi op tijd'."

DWS-Hooglanderveen ontrolt zich op het kunstgras, terwijl het hoofdveld van Spieringhorn, met echt gras, er verlaten bij ligt. "Een schande," vindt Pijlman, want DWS wil een gras­club zijn. "Wij hebben altijd sterke jeugdteams gehad en er lopen hier nog steeds talentjes rond. Die moeten niet alleen maar op dat verrotte kunstgras voetballen, maar ook op een echt veld. Dan leren ze het pas echt."

Het hoofdveld van DWS is tot minstens half november verboden terrein. De lange, droge en hete zomer heeft het gras geruïneerd. Pijlman: "Met dank aan de gemeente, die heeft het lelijk laten afweten. Laksheid, desinteresse, weet ik veel, maar de boel is mooi vernacheld."

Pijlman heeft het niet zo op kunstgrasvoetbal, maar als hij ziet hoe DWS de bal vlot rondspeelt, knikt hij goedkeurend. "Het valt me niet tegen," zegt het erelid, "vooral ook omdat dit een ­behoorlijk nieuwe ploeg is met nogal wat jonkies." DWS wint met 2-0 en voetbalt volgens Pijlman 'helemaal niet verkeerd'.

Door Wilskracht Sterk is oorspronkelijk de club van Oud-West, van de Spaarndammerbuurt, van alles ten westen van het Centraal Station, tussen het spoor en het IJ. Diep in de vorige eeuw werkten de Spaarndammers in de havens en op de houtwerven aan de Tasmanstraat. Er zat rauw volk tussen, mannen met losse handen die er al gauw op los sloegen. Jatten en matten was schering en inslag in de buurt die ook wel de Moord en Brandwijk werd genoemd.

DWS zorgde voor vertier en ontspanning. Bij de buurtvereniging werd niet alleen gevoetbald, maar ook gehandbald en gehonkbald. En er was een visclub: De Woeste Stekel.

Voetbalpool
DWS had een sterk sociaal karakter en binding met andere volksbuurten, de Jordaan vooral. Toen het werk in de haven en op de werven terugliep, riep de club een fonds in het leven voor de financieel minst daadkrachtige leden. Die maakten van DWS met nogal wat zelfspot Door Werklozen Sterk.

Een gouden vondst was in 1955 de Voetbalpool, waar binnen de kortste keren het halve land aan meedeed. De voorloper van de toto was een simpel spel: een gulden inleggen en op een formuliertje aankruisen of een wedstrijd in een één (winst voor de thuisploeg), een twee (winst voor de uitspelende ploeg) of een drie (gelijkspel) zou eindigen.

Cabaretier Wim Sonneveld scoorde een hit met De voetbalpool: 'Zeg, heb je 't al gehoord van ome Thijs, ome Thijs heeft de prijs in de voetbalpool.' Bij DWS stroomde het geld binnen. Sigarenboeren en andere tussenpersonen die aan DWS kwamen afdragen, leegden hun zakken vol guldens boven een grote wasketel, die vervolgens naar de bank werd gesjouwd.

Het fortuin van de voetbalpool bracht DWS sportieve voorspoed. Door de invoering van het betaald voetbal in 1954 was de club zijn beste spelers kwijtgeraakt aan de BVC Amsterdam, alias de Zwarte Schapen. De Betaald Voetbal Club van ondernemer Dingeman (Dé) Stoop had echter geen achterban, maar wel een kostbare spelersgroep en moest voor zijn thuiswedstrijden in het Olympisch Stadion een flinke huur betalen.

Voorzitter Remko de Jong (links) feliciteert assistent-trainer Wesley de Jong met de zege op¿SCH'44 Beeld Jan-Dirk van der Burg

Amsterdam werd daardoor een noodlijdende eredivisieclub, die in 1958 maar al te graag een fusie aanging met DWS. Het kwam erop neer dat de Zwarte Schapen werden opgevreten door de vermogende arbeidersclub. Maar ook DWS A, zoals de samengestelde vereniging ging heten, raakte in de problemen. De profclub werd op amateuristische wijze geleid, door eenvoudige arbeiders die niet de geringste sjoege van zakendoen hadden.

In Henk Solleveld had DWS echter een supporter met geld en aanzien en, na enig aandringen ('Meneer Solleveld, doe 's wat'), toonde de selfmade zakenman zich bereid zijn club als voorzitter zakelijk te gaan leiden. DWS degradeerde in 1962, maar keerde onmiddellijk terug in de eredivisie om vervolgens een mirakel te verrichten door meteen landskampioen te worden.

De ploeg van de Engelse motivatietrainer Lesley Talbot steunde op een solide verdediging, met keeper Jan Jongbloed, de onverzettelijke ­centrumverdedigers Daan Schrijvers en Rinus Israël en de rappe backs Frits Flinkevleugel en André Pijlman.

Peptalk
Talbot was een trainer met simpele oefenstof en een beperkt tactisch inzicht, maar hij kon wel lullen. Hij was de man van de peptalk, die zijn vrolijke enthousiasme wist over te brengen op een elftal dat geliefd was in het land. De populariteit van de volksclub zonder kapsones bracht de Rotterdamse zanger en liedjesmaker Johnny Hoes er zelfs toe een ode aan DWS, de Amsterdamse nummer één van het land, te brengen. Op de muziek van een Duitse schlager klonk het: 'En van je hoempa, hoempa, hoempa, DWS.'

Voorzitter Solleveld betaalde zijn spelers goed en probeerde ze ook maatschappelijk verder te helpen. Pijlman leende, tegen gunstige voorwaarden, 25.000 gulden van de club om een goedlopende sigarenzaak in de Palmdwarsstraat over te nemen.

Maar de dure huishouding en de hoge kosten van het spelen in het Olympisch Stadion begonnen zich te wreken. In 1965 wist DWS nog bijna zijn landstitel te prolongeren, maar daarna ging het langzaam bergafwaarts. Pijlman: "De prestaties werden minder en de supporters die niet uit de Spaarndammerbuurt kwamen, hielden het voor gezien. Toen ging het al snel van kwaad tot erger."

In 1968 mocht DWS nog één keer Europa in en na in de eerste ronde van de Jaarbeurssteden­beker het Belgische Beerschot te hebben uitgeschakeld, weerstond het elftal van (nog altijd) Lesley Talbot ook het grote Chelsea. Na de 0-0 op Stamford Bridge in Londen bleef ook de ­return in Amsterdam, inclusief verlenging, doelpuntloos. Pas na 210 minuten werd de impasse doorbroken. Niet door het nemen van strafschoppen, maar door loting. DWS was de gelukkige, maar zou in de derde ronde niet ­opgewassen blijken tegen Glasgow Rangers.

Kwade genius
De stadionclub verloor zienderogen zijn populariteit en voorzitter Solleveld zag zich gedwongen zijn waardevolste spelers te verkopen, eerst Daan Schrijvers en Rinus Israël aan PSV en Feyenoord en uiteindelijk, in 1969, ook de beloftevolle linksbuiten Rob Rensenbrink aan Club Brugge.

Op het jubileum in oktober Beeld Jan-Dirk van der Burg

Drie jaar later was het gedaan met DWS, dat met twee andere armoedzaaiers in het betaald voetbal, Blauw Wit en De Volewijckers, opging in FC Amsterdam. Wat overbleef van DWS keerde terug in de rijen der amateurs. De club die eerst zijn thuis had op de Spaarndammerdijk en later in de Jan van ­Galenstraat, belandde in het stadsuitbreidingsgebied voorbij de A10.

Daar speelden Frank ­Rijkaard en Ruud Gullit in de jeugd van DWS, op Sportpark Spieringhorn zou altijd voetbaltalent uit Geuzenveld en Slotermeer blijven aanwaaien. Toch heeft de club nooit een hechte band met Nieuw-West gekregen. Te ver weg van de Spaarndammerbuurt verloor DWS zijn ziel.

Het zomert half oktober nog volop en op de zondag dat Door Wilskracht Sterk zijn 111-jarig bestaan viert, wordt Spieringhorn opgefleurd met ballonnen in de clubkleuren blauw en zwart. In de bestuurskamer is taart. Er was ­gehoopt op een weerzien met grote DWS'ers van weleer, maar alleen André Pijlman is er. Hij schuift mede-erelid Co van Geene een stuk taart toe. "Dank je, Dré. We nemen het er maar van. De laatste twee Mohikanen."

Ook De Jong zag zich deze zomer geconfronteerd met een rechtszaak. Boze leden wilden af van het volgens hen falende DWS-bestuur. Dat zou een schimmig financieel beleid voeren, geen overleg met de leden willen plegen en te ­eigenzinnig te werk gaan bij het selecteren van spelers voor de beste jeugdteams. De gemoederen liepen hoog op: trainers en bestuurders werden bedreigd, amokmakers werden geroyeerd en het complex moest zelfs tijdelijk worden ­gesloten.

DWS-icoon Pijlman legt het trainer Said Chiddi nog één keer uit Beeld Jan-Dirk van der Burg

Een groepje van acht spelers en ouders eiste in kort geding dat weggestuurde leden weer konden terugkeren en het bestuur onmiddellijk zou aftreden. Maar de rechter deed het 'handjevol schreeuwers', zoals Pijlman ze noemt, afdruipen. Wel stelde hij vast dat het bestuur beter moet communiceren, maar het opgeven van functies en het terugdraaien van maatregelen vond hij te ver gaan. Hoewel de machtsgreep was verijdeld, deed de herrie op Spieringhorn DWS geen goed. De club stond er in de stad ­gekleurd op, als een broeinest van probleem-Marokkanen die verdeeldheid en angst zaaien.

Op de dag dat DWS de oprichting in 1907 viert, heerst aan de Seineweg een vredige rust. De blauw-zwarte ballonnen moeten voor wat gezelligheid zorgen op een slecht bezochte ­verjaardag. De tweede thuiswedstrijd van het seizoen, tegen SCH'44 uit Harmelen, trekt nauwelijks bekijks. André Pijlman had het graag drukker gezien langs de lijn bij DWS 1, maar hij is allang blij dat er 'rust in de tent' is, dat de ergste kwelgeesten zijn vertrokken.

Remko de Jong: "We hebben geleerd van het gedonder van deze zomer en steken de hand ook in eigen boezem. Wij hadden inderdaad wel wat beter mogen communiceren. Maar als je met een paar man een club overeind probeert te houden, zit je niet te wachten op mensen die roepen dat er van alles mis is en die vervolgens weglopen als je zegt: 'Kom dan helpen, dan kun je meepraten.'"

"De kritiek van de rechter hebben we ons aangetrokken. We hebben een jeugdcommissie, een ouderraad en een gedragscommissie geïnstalleerd - er is zelfs een commissie van beroep gekomen. We sluiten nu ook contracten met de leden, zodat iedereen elkaar kan aanspreken op zijn verantwoordelijkheden."

"Te veel DWS'ers wilden alleen maar nemen en niets geven. Ze verlangden van het bestuur een bedrijfsmatige aanpak, maar hoe moet je dat voor elkaar krijgen met een handjevol vrijwilligers en weinig inkomsten? DWS heeft met vijfhonderd leden natuurlijk een begroting van niks."

Fonds voor gezinnen
Ziet de voorzitter nog wel perspectief voor DWS? "Jazeker. Van deze club valt heel wat te maken. De sfeer is al een stuk opgeknapt. Aan kleine dingen kun je ook zien dat er weer leven in de vereniging komt. Er worden activiteiten voor oud-leden georganiseerd, wat jaren niet is gebeurd. Er zijn nieuwe shirts en op het complex zie je overal weer het blauw-zwart van DWS. En het allerbelangrijkste: we zijn van tien naar dertig vrijwilligers gegaan."

De Jong klinkt optimistisch, maar zonder centen kan DWS zich toch niet al te ambitieus tonen. Er komt een beetje contributiegeld binnen, er zijn wat sponsorinkomsten en zo nu en dan wordt de clubkas gespekt met een opleidingsvergoeding voor een vroegere jeugdspeler die promotie maakt bij de profs. Dat gebeurde nog in 2016, toen oud-DWS'er Pablo Rosario door PSV van Almere City werd gekocht. Ook de al­oude Voetbalpool (nu de Toto) levert per jaar nog enkele duizenden euro's op, net genoeg om wat achterstallig onderhoud aan het club­gebouw te laten verrichten.

Beeld ANP

Het houdt al met al niet over. De Jong: "Daarom moet DWS creatiever worden. We zitten hier aan de rand van de goudkust van het Nederlandse voetbal. In Nieuw-West wordt nog volop op pleintjes gevoetbald. De talentvolle kinderen die daar rondlopen, willen best bij ons komen voetballen, maar dan moeten wij ze wel meer kunnen bieden. Vooral in de sociale sfeer. Ik denk aan huiswerkbegeleiding en het opnieuw instellen van een fonds voor gezinnen die geen geld voor contributie hebben. Dat past goed bij deze van oudsher sociale volksclub. DWS moet weer meer zichzelf worden."

De Jong hoopt ook op een samenwerkingsverband met een grote profclub. "Het is best aantrekkelijk om te kunnen grasduinen in de achtertuin van Ajax. Er komen hier geregeld geïnteresseerde clubs langs, op dit moment zijn we met een aantal gegadigden in gesprek. Van samenwerken met een profclub zouden wij enorm kunnen profiteren, zowel in financiële zin als in de uitstraling van DWS. Het zou dan een stuk makkelijker kunnen worden onze sportieve en sociale doelen te verwezenlijken."

Multicultureel
Vindt De Jong voetballen in de tweede klasse - op de Nederlandse voetballadder de zevende sport van boven - niet een tikkeltje gênant voor een club met zo'n glorieus eredivisieverleden?

"Ja en nee. Natuurlijk zouden we liever een paar klassen hoger voetballen, maar bij de vorming van FC Amsterdam in 1972 is er bewust voor gekozen om als amateurvereniging verder te gaan. De oude garde droomt misschien nog van een terugkeer naar de profs, maar de rest van de ­vereni­ging niet. Wat wij ambiëren, is onze jeugdopleiding nog beter maken en de doorstroming van de jeugd naar het eerste elftal bevorderen."

Het mag dan op een bescheiden niveau zijn, ook tegen SCH'44 speelt DWS het verzorgde voetbal dat oudgediende Pijlman bekoort. Trainer Said Chiddi beschikt over een technisch vaardige ploeg met een hoog multicultureel gehalte. De keeper van DWS heet Yassin Roosblad, achterin staan namen als Ed Nyarko en Delano Patrick, op het middenveld loopt een Lancine Bamba en voorin spelen onder anderen Zamorano Bourne en Noureddine Harrouni.

De thuisploeg voetbalt beter dan de ambitieuze tegenstander uit Harmelen en toont zich bovendien sterk door wilskracht. DWS stapt met een 3-1 overwinning van het veld, goedgemutst en eensgezind. De troosteloze kantine, waarin zelfs een blind paard geen schade kan aanrichten, wordt in gereedheid gebracht voor het ­optreden van een 'leuke Amsterdamse volkszanger', zoals op de clubsite staat.

In de prijzenkast hangt een grote uitklapfoto van de Revue uit januari 1964. DWS staat voor de thuis­wedstrijd tegen Feyenoord in het Olympisch Stadion opgesteld in het doel, met daarachter een volgepakte tribune.

De leuke volkszanger probeert zijn geluids­installatie. Hij heeft er zin in. Straks gaat het los: 'En van je hoempa, hoempa, hoempa, DWS.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden