Plus

De Nederlandse jeugdopleiding is niet meer heilig

Met de overgang van Tahith Chong van Feyenoord naar Manchester United trekt weer jeugdspeler op jonge leeftijd naar het buitenland. Te vroeg, vinden velen, maar de tijd dat het beter was talent hier zelf op te leiden is voorbij, zegt scout Piet de Visser.

De zestienjarige jeugdspeler Tahith Chong verlaat Feyenoord voor Manchester United. Beeld Pro Shots / Erwin Spek

Ryan Bouwmeester ging dus niét. Vijftien jaar was het talent van Vitesse, toen hij een aanbieding kreeg van het grote Arsenal. Natuurlijk dacht Bouwmeester na en droomde hij van successen bij die roemruchte Engelse club. Toch koos hij voor Feyenoord. Oók een kans, óók een mooie club én hij kon in de buurt blijven van zijn familie en vrienden.

Negen jaar later speelt Bouwmeester in een heel ander roodwit shirt. Dat van JVC Cuijk in de topklasse. En ja, hij heeft best spijt van zijn keuze. "De jongens met wie ik nu speel, zeggen dat ik gek ben dat ik nee heb gezegd tegen Arsenal. Nu ik wat ouder ben, vraag ik me ook weleens af waarom ik niet ben gegaan. Het is een hartstikke mooie club en het was een schitterend avontuur geweest." Zo kan het dus ook gaan.

Geflopte talenten
Toen onlangs bekend werd dat de zestienjarige jeugdspeler Tahith Chong Feyenoord verlaat voor Manchester United, wemelde het van de lijstjes met spelers die op jonge leeftijd naar het buitenland vertrokken en niet slaagden in het profvoetbal. De verhalen van geflopte talenten als Mark van den Boogaart (ging van Feyenoord naar Sevilla), Jordy Brouwer (van Ajax naar Liverpool) en Vincent van den Berg (van Heerenveen naar Arsenal) zijn al zo vaak opgerakeld dat ze er zelf gek van worden.

De boodschap die eraan wordt gekoppeld: een (te) vroeg vertrek naar het buitenland is slecht voor jeugdspelers en hun carrière. "Dat is een achterhaalde conclusie," zegt Piet de Visser, scout van Chelsea. Donyell Malen naar Arsenal, Mink Peeters naar Real Madrid, Bilal Ould-Chikh naar Benfica, De Visser snapt het. "Je maakt een veel snellere ontwikkeling door."

Geen voet aan de grond
Dat het carrièreverloop van jonge talenten onvoorspelbaar is, blijkt wel uit de cijfers van Oranje onder 17. Tussen 2000 en 2011 (over jeugdinternationals van de afgelopen vijf jaar is nog moeilijk een oordeel te vellen) kwamen bijna vierhonderd talenten uit voor dit elftal. Een mooie carrière lonkte, maar van de spelers die hun gehele opleiding in Nederland voltooiden, kreeg zo'n 45 procent geen voet aan de grond in het profvoetbal. Ook niet in de Jupiler League.

Bij de enkele tientallen spelers die in die periode in Oranje onder 17 speelden en wél op jonge leeftijd naar het buitenland vertrokken, ligt dat percentage veel lager: rond de twintig procent. Ruim zestig procent is of was enkele seizoenen basisspeler op eredivisieniveau of hoger. Bijna 25 procent werd international. De in Nederland achtergebleven talenten scoorden in beide gevallen ongeveer twee keer zo slecht.

Uitblinkers
Het is lastig daar verregaande conclusies aan te verbinden. De vroeg vertrokken spelers behoorden immers meestal tot de uitblinkers van hun generatie. Meestal. Niet altijd. Ruud Kaiser, bij Oranje onder 17 trainer van het 'mislukte' trio Van den Boogaart-Brouwer-Van den Berg, verbaasde zich bijvoorbeeld over het vertrek van Van den Berg naar Arsenal. "Hij stak er niet bovenuit en had beter bij Heerenveen kunnen blijven. Van den Boogaart was echt goed, maar vertrok omdat hij bij Feyenoord geen kans kreeg."

Piet de Visser. Beeld Pro Shots / Toin Damen

Toptalenten als Jeffrey Bruma (nu PSV), Patrick van Aanholt (Sunderland), Karim Rekik (Olympique Marseille) en Nathan Aké (Watford) zijn nog geen internationale topspelers. Via omwegen speelt dit viertal nu toch op een behoorlijk niveau, en gezien hun leeftijd hebben ze nog altijd groeipotentie. "Laten wij in Nederland niet blijven denken dat we de beste opleiding hebben," zegt De Visser. "Je weet het natuurlijk nooit zeker, maar ik denk dat Bruma, Rekik en ook Aké zich niet zo hadden ontwikkeld als ze niet eerst naar Engeland waren gegaan."

Opboksen
"Afgezien van het financiële aspect, dat we niet mogen vergeten, denk ik dat je je in het buitenland sneller kunt ontwikkelen. Dan heb ik het niet over het technische en tactische gedeelte, maar over de fysieke en mentale weerbaarheid. Bruma moest bij Chelsea bijvoorbeeld op jonge leeftijd al opboksen tegen mannen als Didier Drogba en John Terry. Je kunt moeilijk beweren dat je daar niet beter van wordt."

"Het voordeel van de stap naar het buitenland: je wordt sneller volwassen. Jongetjes worden mannen die voor zichzelf moeten zorgen, mentaal worden ze daar sterker van. Het ligt ook aan de jongen zelf. Is hij klaar voor het buitenland? Dat zie je, hoor je, voel je aan. Als club, trainers, ouders. Ik snap dat Royston Drenthe niet zomaar nee zegt tegen Real Madrid, maar hij had achteraf wel beter een paar jaar bij Feyenoord moeten blijven. Hij was er nog niet klaar voor."

Op hun pootjes terecht
Kaiser denkt dat spelers mede daarom beter in Nederland kunnen blijven. "Bij onze topclubs krijg je eerder de kans om het eerste elftal te bereiken. Dat jongens als Van Aanholt, Bruma en Rekik via omwegen op hun pootjes terecht zijn gekomen, komt omdat het gewoon goede spelers zijn. Een club als Sunderland halen zij toch wel."

Jeffrey Bruma (PSV). Beeld Pro Shots / Joep Leenen

De trainer kent de problemen van jeugdspelers bij Engelse topclubs, waar ze al blij zijn als één op de vijf gehaalde talenten het eerste haalt. Kaiser was in het seizoen 2006-2007 verantwoordelijk voor het hoogste jeugdelftal van Chelsea. "De accommodatie bij die club: fantastisch. De opleiding: prima. Maar er zitten aankopen van tientallen miljoenen voor je. Daar kom je niet zomaar tussen. En in Engeland is het gebruikelijk talenten in vier jaar tijd zo'n zes keer te verhuren. Dan speelden de jongens die ik onder mijn hoede had plots in de derde divisie. Verschrikkelijk voetbal, daar hadden ze niets aan. Een paar maanden later speelden ze weer ergens anders. Stabiel was het niet."

Advies
Een garantie op succes is het zeker niet, een vroeg vertrek naar het buitenland. Maar de goede prestaties van de pas achttienjarige Timothy Fosu-Mensah bij Manchester United tonen ook weer aan dat doorbreken bij een internationale topclub wel degelijk kan.

Ryan Bouwmeester heeft daarom nog wel een advies voor jonge talenten die voor eenzelfde keuze komen te staan als hij negen jaar geleden. "Als je overtuigd bent van je kwaliteiten en denkt dat je het redt bij een buitenlandse club, moet je gewoon gaan. En red je het niet bij een club als Chelsea of Arsenal, dan zijn er altijd nog wel clubs in Nederland die het met je willen proberen."

Tim Krul was 17 toen hij van ADO Den Haag overstapte naar Newcastle United. "Ik ging destijds voor het avontuur. Dat had niets met geld te maken, want jongens van 16, 17 verdienen heus niet meteen een miljoenencontract," diept hij op. "Ik wist goed wat ik wilde en dat is belangrijk voor jonge spelers, net als het vertrouwen van de club waar je terechtkomt."

Niet zo eenvoudig
Krul (28) wist dat hij geduld moest hebben. "Andere omgevingen inspireren. Je wordt snel zelfstandig. In het buitenland ben je 24/7 met voetbal bezig. En waarom niet investeren in jezelf? Ben je 17 of 18, dan kun je op je 20ste altijd nog naar elders. Ben je 15, dan is de weg nog lang. Het ligt er ook aan bij welke club je zit. Bij Chelsea of Manchester City met hun enorme selecties is doorbreken niet zo eenvoudig. Maar Arsène Wenger brengt bij Arsenal wel jong talent. En dat is ook het voordeel als je in Nederland blijft. Ook al gaat de eredivisie kwalitatief achteruit, je krijgt wel eerder de kans om op het hoogste niveau uit te komen."

Tim Krul. Beeld Pro Shots

Ouasim Bouy: van Ajax naar Juventus
Als achttienjarige maakte Ouasim Bouy in januari 2012 de overstap van Ajax naar Juventus, waar hij voor 3,5 jaar tekende. Te vroeg? "Die conclusie kun je pas later trekken," vindt de middenvelder, nog altijd pas 22.

"Juve is in alles een topclub. Ik stond daar op het trainingsveld met Pirlo, Buffon en Del Piero. Natuurlijk was het wennen, aan alles. Bij Ajax kwam ik uit een vertrouwd nest. Ineens krijg je verantwoordelijkheden, ben je op jezelf aangewezen. Binnen drie maanden sprak ik Italiaans. Je wordt sneller een kerel," aldus Bouy, die in zijn tweede jaar zijn knie blesseerde. "Een blessure komt nooit uit, maar dit was echt héél vervelend, want vanaf het begin ging het goed. Wie weet had ik anders tweehonderd keer voor Juve gespeeld."

Het liep anders. Na Brescia werd hij verhuurd aan Hamburger SV, Panathinaikos en, dit seizoen, PEC Zwolle. Het heeft Bouy alleen maar sterker gemaakt, vindt hij. Hij heeft nog even voor zijn missie om te slagen in het topvoetbal. "Bovendien heeft Juventus al twee keer mijn contract opengebroken en verlengd. Daar spreekt veel vertrouwen uit."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden