Plus

De maniakale voorbereiding van marathonloopster Miranda Boonstra

Ondanks een lange blessureperiode is Miranda Boonstra zondag favoriet voor de nationale titel bij de marathon van Amsterdam. In de aanloop houdt ze zich bijna maniakaal vast aan haar patroon.

Miranda Boonstra: 'Die kleinburgerlijke gedachte dat je op je 46ste geen snelle marathon meer kunt lopen, daar kan ik niks mee' Beeld Koen Verheijden

Of het een idee is om drie dagen voor de marathon de laatste 'lichte' heuveltraining met haar mee te lopen? "Dat lijkt me niet verstandig. Pak mijn fiets maar uit de achtertuin."

Miranda Boonstra is in de laatste week voor het NK, dat tijdens de marathon van Amsterdam wordt gelopen, aan het 'lamballen'.

Voor de 46-jarige atleet betekent dat op dinsdag een baantraining met twee keer een snelle 2 kilometer, op woensdag een duurloop van 12 kilometer en op donderdag een uur rennen met daarin sprints heuvelop, liefst zonder een vertragende factor als een verslaggever.

Vanuit haar woonplaats Molenhoek begint Boonstra stipt om 10.00 uur met warmlopen voor de laatste marathontest. Na 20 minuten trekt ze midden in het bos haar roze trui uit en legt die op de picknickbank aan de voet van de heuvel waar ze haar versnellingen wil doen.

"Zelf noem ik dit geen training hoor," zegt de meervoudig Nederlands kampioen, terwijl ze tegen een boom leunt en slingerend met haar linkerbeen een rekoefening doet. "Het is de hart- en longfunctie activeren voor zondag, meer is het niet."

Bacteriën
Met de hak van haar rechterschoen trekt ze een denkbeeldige startlijn in het zand. Vanaf dat punt gaat ze een halve minuut gas geven. Boonstra heeft hier zo vaak gelopen dat ze niet naar haar horloge hoeft te kijken.

Daar in de verte, bij dat paaltje aan de linkerkant van het glooiende bospad, zijn de 30 seconden voorbij.

Ze sjokt terug, laat haar ademhaling zakken tot ze weer bij de streep in het zand is. Ze versnelt opnieuw, weer tot het houten mikpunt. Deze oefening herhaalt ze acht keer.

Lang blijft de topfavoriet voor de Nederlandse marathontitel niet stilstaan. Ze wil geen kou vatten en zigzagt door het bos terug naar huis. Bij thuiskomst drinkt ze - zoals altijd - een grote plastic beker met chocolademelk.

Eenmaal warm aangekleed, nestelt ze haar pezige lijf in een stoel in een andere hoek van de kamer dan de verslaggever. Voorzorgsmaatregel. Atleten zijn in de laatste periode voor de marathon als de dood voor andermans bacteriën.

"Ik heb de laatste twee weken geen handen geschud. Dat wil ik niet. Als ik trainingen geef aan studenten, loop ik de hele avond met mijn handen in de zakken, dat voorkomt onoplettendheid bij mij."

"Als ik een deur moet openen, doe ik mijn hand eerst in de mouw van mijn trui of ik beweeg de klink met mijn elleboog. Mijn marathon mag niet in gevaar komen."

Ook haar vriend, met wie ze samenwoont, moet even leven met haar paranoia. "Tegen hem zeg ik steeds dat hij zijn handen moet wassen. Maar hij luistert slecht. Ach, dat zal wel meevallen. Zijn bacteriën ben ik waarschijnlijk gewend."

Miranda Boonstra op weg naar de nationale titel bij de marathon in Rotterdam in 2015 Beeld ANP

Als Boonstra later op de dag naar haar fysiotherapeut moet, ontstaat een nieuw probleem: de praktijk wordt gedeeld met een huisarts. "Die wachtkamer zit waarschijnlijk vol met zieke mensen. Van dat vooruitzicht baal ik. Ik denk dat ik buiten die ruimte ga wachten."

Pannenkoekendag
Door een achillespeesblessure heeft de Limburgse sinds 2015 geen competitieve marathon meer gelopen. In het voorjaar van 2017 werd ze geopereerd en sindsdien werkt ze aan haar terugkeer, die met haar derde titel op de marathon morgen echt geslaagd zou zijn.

Ondanks haar leeftijd en blessuregeschiedenis wordt ze overal genoemd als titelfavoriet.

"Moet jij eigenlijk geen vraag over mijn leeftijd stellen? Dat doet namelijk iedereen. Die kleinburgerlijke gedachte dat je op je 46ste geen snelle marathon meer kunt lopen, daar kan ik niks mee."

"Mensen vergelijken mij met zichzelf. Ze hangen op de bank, drinken en eten veel. Ja, dan is rennen een hele opgave. Hardlopen is wat ik doe, wie ik ben."

Boonstra vindt zichzelf ook de favoriet voor de nationale titel, maar door de blessure is een kleine onzekerheid in haar lijf geslopen. Ze heeft op dit moment geen idee welke tijd binnen haar fysieke mogelijkheden ligt.

De enige houvast die ze heeft is haar oude, vertrouwde voorbereidingspatroon.

Haar eetgedrag is in de laatste week voor de marathon een kopie uit een eerder sportleven. Na het opstaan drinkt ze een kop rooibosthee, gevolgd door vast voedsel in de vorm van twee ­dikke boterhammen - altijd een met kaas en ­appelstroop, de ander met hagelslag.

Omdat ze geen koffie lust, gaat er voor de ochtendtraining nog een dikke mok sterke earlgreythee in. "Ik moet wel een beetje wakker zijn."

Om te rusten brengt Boonstra de eerste anderhalf uur van de middag door in bed. Ze leest, valt een half uur in slaap en leest vervolgens weer verder. Na anderhalf uur staat ze weer naast haar bed.

De menukaart voor de laatste week staat al maanden vast. Op maandag eet ze met haar vriend een dikke biefstuk voor de eiwitten. Als de marathon dichterbij komt, worden de laatste dagen eiwitten ingeruild voor koolhydraten. Vrijdag is het standaard pannenkoekendag.

Dan slooft haar vriend zich uit om Boonstra pannenkoeken met stroop en Belgische basterdsuiker voor te schotelen. Vandaag - donderdag - krijgt ze het typische duursportvoer: pasta met rode saus en kip.

Aan de Schijf van Vijf heeft ze dan geen boodschap meer. Groente en fruit verdwijnen een paar dagen uit het aanbod: de vezels kunnen op de wedstrijddag immers zorgen voor darmproblemen.

Boonstrawaardig
De vaste routines helpen Boonstra om haar zenuwen te kanaliseren. Ze weet soms kort voor de start niet meer waar ze het moet zoeken, vooral als ze weet dat ze er klaar voor is.

De opzwepende muziek, het lawaai en het geklap van het publiek, de ogen die op haar gericht zijn. Ze kan soms in janken uitbarsten.

Ze legt zichzelf de druk op om de goede voorbereiding om te zetten in 'een Boonstrawaar­dige tijd'. Houvast haalt ze uit het feit dat ze om 6.30 uur wakker wordt. Een uur vroeger dan normaal. Dat betekent dat ze uitgerust is.

"Ik begrijp het niet als andere atleten geen spanning voelen. Dat kan toch niet? Je hebt toch maanden voor dit doel getraind? Hoe kun je zonder wedstrijdspanning optimaal presteren?"

"Ik weet dat ik zonder die zenuwen geen sterke tijd loop. Mijn lijf heeft het nodig. Zelfs op 46-­jarige leeftijd."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden