Piet Keizer, 10 oktober 1971.

Plus Voorpublicatie

De laatste weken van absolute Ajaxheld Piet Keizer

Piet Keizer, 10 oktober 1971. Beeld Bert Verhoeff/Anefo/Nationaal Archief

Ajaxspeler Piet Keizer, die begin 2017 op 73-jarige leeftijd stierf, hechtte tot aan het eind aan zijn onafhankelijkheid. Ook zijn afscheid hield hij in eigen hand, valt te lezen in de biografie van Bart Jungmann en Jaap Visser. Een voorpublicatie.

 ‘U bent veel te vroeg,” zegt Piet Keizer wanneer de dood zich die middag om twee uur aandient in de gedaante van een ambulancebroeder. Hun afspraak staat om vier uur in de agenda genoteerd. Om precies te zijn: 16.11 uur. Die elf minuten zijn er naderhand aan toegevoegd. Een eresaluut aan het rugnummer dat Piet Keizer voor altijd op het lijf is geschreven.

Het is bitterkoud, deze vrijdag 10 februari 2017. De thermometer blijft de hele dag in de min en een gemene wind houdt mensen binnen. Maar Piet heeft eerder die dag nog aan Angela gevraagd of de slaapkamerdeur even open mag. Voordat het uur U slaat, kan hij nog wel wat frisse lucht gebruiken.

Twintig dagen eerder, op 20 januari, zijn ze samen naar het ziekenhuis van de Vrije Universiteit geweest voor een onderzoek. Het gaat al een tijdje niet goed met hem. De ferme kerel die de op een na grootste Ajacied was, verliest kilo’s bij de vleet. De diagnose is longkanker, in een vergevorderd stadium. “Terwijl Piet al 25 jaar niet meer had gerookt.” Het onrecht klinkt nog altijd door in de stem van zijn vriendin Angela.

Doodgaan is een kwestie van maanden geworden, misschien wel van weken. Keizer hijst meteen de witte vlag. Hij gaat van deze ziekte geen wedstrijd maken, zoals Johan Cruijff een paar jaar eerder deed. Diens overlijden, nog geen jaar ervoor, heeft hem alleen maar gesterkt in die overtuiging. Piet Keizer is eerder een fatalist dan een optimist. Hem zul je niet horen zeggen dat hij met 2-0 voorstaat om vervolgens kansloos het onderspit te delven.

Angela: “Piet had Johan vlak voor zijn dood nog aan de lijn. Die dacht op dat moment nog echt dat ie het ging redden. Twee weken later was het gebeurd. Het is de enige keer dat ik Piet heb zien huilen.”

Keizer heeft het leven geleefd dat hij wilde leven en op die manier wil hij er ook een einde aan maken, in de grootst mogelijke zelfstandigheid, op een door hem te bepalen plek en tijd. Met zijn huisarts is Keizer het daarover snel eens. Aan de uitvoering gaat een bepaalde procedure vooraf, inclusief dus die ambulancebroeder. Hij moet twee uur van tevoren een infuus aanleggen.

De laatste thuiswedstrijd

Op 18 december 2016 bezoeken vader en zoon Keizer de laatste thuiswedstrijd van Ajax voor de winterstop. Hun vaste plek is voor de skybox van de familie Strating. In de rust gaat het venster open. Of Piet Keizer en zijn gast iets willen drinken.

De skybox staat op naam van beurshandelaar en voetballiefhebber Adri Strating, tevens grootaandeelhouder van Ajax. Piet en hij zijn bevriend geraakt. Maar Stratings aanbod om de wedstrijden voortaan te volgen in het comfort van een skybox heeft Keizer altijd afgeslagen. Piet wil tijdens voetbal niet gestoord worden door een bitterbal. Vandaar het doorgeefluik, deze zondag voor het laatst in functie.

Jongste zoon Rinse Keizer heeft zijn vader de laatste maanden achteruit zien gaan. Hij is behoorlijk afgevallen en klaagt over kortademigheid. “Maar hij had nog genoeg energie om over de beperkingen van de spelers te babbelen.” De wedstrijd tegen PSV eindigt in 1-1.

Daarna gaan Kerstmis en oudjaar voorbij zonder dat ze contact hebben. Rinse heeft een paar keer tevergeefs gebeld, maar krijgt hem niet te pakken. Wanneer het contact eindelijk wordt gelegd, is de fatale diagnose al gesteld. Hoe gaat het? Kut. Ziek. Dood.

In wisselende samenstelling is het gezin van Rinse de daaropvolgende weken geregeld bij hem te vinden, ook om Angela te ontlasten. Rinse laat op zijn telefoon een ontroerende selfie zien, een foto van zijn kinderen en zijn vader. “Daar was Piet nog mobiel.”

Dat is gauw voorbij. Het idee om samen met zijn naasten nog een laatste weekeinde ergens door te brengen, kan Piet Keizer vergeten. Hij komt zijn huis niet meer uit. Vader en zoon kijken op 29 januari nog wel samen naar de finale van de Australian Open tussen Nadal en Federer. Zelfs zo’n titanenduel kan Keizer, die na zijn voetballoopbaan een hartstochtelijk tennisser werd, niet meer boeien.

Rinse: “We hebben gedaan wat we konden. Maar het was wel duidelijk dat het niet altijd hoefde.” Marion, zijn vriendin: “Toen hij eenmaal had besloten eruit te stappen, was het eigenlijk al afgelopen.”

Kaarten op zondagochtend

Thijs Lindeman is bij Ajax de man die waakt over het erfgoed. Zijn werkkamer in het kantorencomplex van de Arena ademt vervlogen tijden en is een zoete inval voor mensen als Piet Keizer, die de ouderwetse geborgenheid van een voetbalclub missen. “Even buurten, zo zei hij dat. Kwam ie binnen, hoor. Piet met z’n pet op.”

Generatiegenoot Lindeman groeit op in Amsterdam-West, dan nog het territorium van DWS. In het café kaart hij op zondagochtend met de onvervalste DWS’ers Frits Flinkevleugel en André Pijlman. Daarna scheiden hun wegen zich. Pijlman en Flinkevleugel gaan op pad om de blauw-zwarte eer te verdedigen. Thijs Lindeman reist naar de andere kant van de stad om rood-wit aan te moedigen, Piet Keizer in het bijzonder.

Dankzij zijn vriendschap met Barry Hulshoff dringt Thijs Lindeman langzaam maar zeker door tot de kern van de kleine gemeenschap die Ajax 1 is. Lindeman neemt de organisatie van de traditionele visdag op zich. Het is een ritueel waaraan Piet Keizer als fanatiek visser is gehecht. Zo ontstaat een hechte vriendschap.

Verpletterende boodschap

Wanneer Thijs Lindeman daarover begint te praten, over die goeie ouwe tijd, houdt hij niet gauw meer op. “Vroeger was Ajax een dorp. Tegenwoordig is het een megagrote stad. Ik moet de hele boel bij elkaar houden en daar was Pietje goed voor. Een icoon, niet meer en niet minder.”

In dat verband doet Lindeman een beroep op hem bij de totstandkoming van de Ajax Experience. Maar Keizer maakt onmiddellijk rechtsomkeert zodra hij ziet dat de gloriejaren van Ajax worden voorgesteld als het bouwwerk van slechts twee spelers, Johan Cruijff en hijzelf. “Zo was Piet. Moeilijk voor zichzelf, maar ook altijd trouw aan zichzelf. Juist dat heeft hem tot een vriend van mij gemaakt.”

Zaterdag 4 februari 2017 zit Lindeman in de Duitse havenstad Bremen op de tribune bij het tweede elftal van Werder om kleinzoon Jesper Verlaat (zoon van oud-Ajacied Frank Verlaat) aan het werk te zien. Zijn telefoon gaat. Lindeman hoort dat het Piet Keizer is, maar kan hem door het omringende kabaal niet verstaan.

Twee dagen later, terug in Amsterdam, belt Lindeman hem terug. “Hij zegt: ‘Ik stap eruit vrijdag’.” Een verpletterende boodschap, verpakt in het minimum van vier woorden. Typisch Piet.

Keizer zou het fijn vinden wanneer Lindeman samen met Jeroen Slop, financieel directeur van Ajax, later die week langskomt. Wat hem betreft is dat tevens zijn afscheid van Ajax. De volgende dag, dinsdag 7 februari, meldt het tweetal zich in de bovenwoning van Angela en Piet.

Op weg daar naartoe heeft Thijs Lindeman een knoop in zijn maag. Gedachten en gevoelens schieten door elkaar heen. Lindeman ziet er als een berg tegenop en kijkt er ook naar uit, op een of andere manier. Achteraf is hij verbaasd over de vanzelfsprekende manier hoe zoiets uiteindelijk gaat, voorgoed afscheid nemen.

Ze halen herinneringen op om hun vriendschap te bezegelen. En ze bespreken hoe dat komende zondag moet gaan wanneer Ajax thuis speelt tegen Sparta en heel Nederland inmiddels weet dat Piet Keizer is overleden. Keizer vraagt hoe lang de Arena vorig jaar stil was bij de dood van Johan Cruijff. Twee minuten? “Doe mij dan maar tien.” Typisch Piet, die galgenhumor.

Piet Keizer, 6 maart 2015. Beeld Michel Utrecht/SCS/VI/HH

Wat Lindeman zich van die bewuste vrijdag vooral is bijgebleven, is de klok in zijn werk­kamer. Hoe de wijzers traag maar onverbiddelijk richting 16.11 uur gaan. Voor hem zijn dat tijdstip en die datum misschien wel meer dan het einde van een tijdperk.

“Ik zie Piet Keizer en Johan Cruijff nog zo voor me. Stonden ze aan zo’n statafeltje op De Toekomst. Alles wat jouw wereld is, staat daar gewoon, alsof het de normaalste zaak van de ­wereld is. Ze kennen je en ze begroeten je met een kus. En die wereld is er ineens niet meer.”

Repetitie van een uitvaart

In de week voorafgaand aan zijn dood nodigt Piet Keizer vrienden en familie voor een laatste afscheid uit in zijn bovenwoning in de Floris Versterstraat. Met Maarten Fontein en diens vrouw Yvonne worden herinneringen opgehaald aan de gezamenlijke vakanties naar Zuid-Afrika en Abu Dhabi.

Fontein haalde zijn voetbalheld Keizer in 2005 ­terug in de Ajaxorganisatie. Hijzelf was toen net aangesteld als algemeen directeur. “Het klikte meteen.” Vanuit de klik is een vriendschap opgebloeid, die bekrachtigd wordt met de dichtbundel waarin Keizers kwaliteiten worden bezongen. In het exemplaar dat Maarten Fontein bezit, staat geschreven: ‘Voor een loyale fan. Van een loyale vriend.’

Fysiotherapeut Reinier van Dantzig en Mark Geestman – jongen van de club en voormalig selectie­speler – komen die week twee keer langs. Met hen trok Piet Keizer in de laatste fase van zijn leven het meest op, zowel in vriendschap als in kwesties betreffende Ajax.

Vlak voor hun laatste afspraak heeft Geestman een ingeving. Is het niet gek, zegt hij tegen Van Dantzig, om tijdens de crematie het woord te richten tot iemand die er feitelijk niet meer is? Waarom doen we het nu niet alvast, nu hij er nog is? Waarom zeggen we nu niet tegen Piet hoe waardevol onze vriendschap is geweest? Dat is toch veel logischer? Dat past toch ook veel beter bij hem?

Zo kan het gebeuren dat die donderdag­ochtend een uitvaart als het ware wordt gerepeteerd. Geestman en Van Dantzig doen hun best, zo goed en zo kwaad als dat gaat. Piet Keizer hoort het aan, zo goed en zo kwaad als het gaat.

Wanneer ze zijn uitgesproken, is het even stil. Dan zegt Piet Keizer teleurgesteld te zijn. Is dat alles? Is dat het verhaal van een jarenlange vriendschap? Waar is die gebleven? Ze hebben altijd zoveel gelachen. Waar is dat gebleven?

Tja, waar is het allemaal gebleven? Waarschijnlijk is het verloren gegaan in hun bewondering voor een held die ze hun vriend mogen noemen. Nou ja, zegt Piet Keizer tot besluit: “Jullie komen er vast wel uit. Straks is het mijn probleem ook niet meer.” Angela, die zich discreet heeft teruggetrokken, schrikt op van een lachsalvo vanuit de slaapkamer.

Rotsvaste overtuiging

“Als ik aan die laatste dagen denk, is het net een film,” zegt Angela. En die film blijft zich herhalen in haar hoofd, waarbij ze zich telkens afvraagt wat anders had gekund. Had ze dit nog moeten doen? Had ze dat nog moeten zeggen? Ze had zo graag hun slaapkamer willen vullen met bloemen, maar zelfs dat wilde Piet niet. Het was goed zoals het was, zoals het altijd was geweest.

Gedurende die laatste dagen merkt Angela niets van spijt over de afgesproken euthanasie. Integendeel zelfs. Haar momenten van twijfel wegen niet op tegen zijn rotsvaste overtuiging. “Hij was alleen maar blij.”

Wanneer de huisarts op het afgesproken tijdstip zijn afgesproken werk doet, gaat ze naast hem liggen. Geruisloos treedt de dood in. “Hij is in mijn armen gestorven. Best heel mooi en vredig. Ik kreeg nog een kneepje van hem.” Zo liggen ze een tijdje op bed, in de intimiteit die ze de afgelopen decennia hebben opgebouwd.

Tot op de dag van vandaag is die intimiteit intact gebleven. Aan de keukenmuur hangt een ingelijste foto, genomen in een café in Muiden een jaar nadat hij Angela had leren kennen. In hun verliefdheid hebben ze genoeg aan twee rietjes en één glas.

Op tafel in de woonkamer liggen zijn aantekeningen over het edele ambacht dat voetbal heet. Hoe het gespeeld moet worden. Hoe het georganiseerd moet worden op het hoogste niveau. Het was zijn bedoeling dat ooit nog eens helder voor het voetlicht te brengen.

Tussen de paperassen ook foto’s uit zijn eigen voetbalverleden. In de jaren zestig van de vorige eeuw zie je hem met een piepjonge Johan Cruijff hurken in een hoekje van De Meer om een reclamebord van Sony in beeld te brengen. In de jaren nul van deze eeuw zitten ze samen in een chic restaurant ergens buiten Barcelona. Fotografisch bewijs van een teamverband dat zich nooit uit elkaar liet spelen.

Ook in de jaren na zijn dood heeft Angela van den Boezem haar portie tegenslag wel gehad. Daarbij zijn de praktische wijsheden van Piet haar nog dagelijks tot steun. Pratend over hem en hun relatie kan ze in één adem overschakelen van de verleden tijd naar de tegenwoordige tijd.

Over zijn rechtlijnigheid zegt ze: “Hij was bepaald geen slijmerd. Als Piet iemand niet mag, gaat hij daar echt niet gezellig mee doen. Heel consequent, in alles eigenlijk. Soms was dat best lastig, voor hem zelf het meest, maar het is ook best knap. Je blijft wel trouw aan jezelf. Zo was Piet. Een persoonlijkheid, altijd geweest.”

Een journalistieke eer

Zaterdag 11 februari presenteert Dione de Graaff de middaguitzending van NOS Sport. Ze kondigt aan dat die in haar geheel gewijd zal zijn aan het WK schaatsen in de categorie afzonderlijke afstanden. “Maar dit is vooral ook de dag dat ­bekend werd dat Ajaxicoon Piet Keizer is over­leden,” luidt haar tweede zin.

Het icoon heeft de berichtgeving over zijn dood zelf nog geregisseerd. Mark Geestman heeft, een paar dagen tevoren, contact opgenomen met de toenmalige NOS-directeur Jan de Jong om hem op de hoogte te stellen van het naderende einde.

Volgens zijn laatste wil brengt de NOS het nieuws als eerste naar buiten. Pas daarna mag Ajax het overlijden van Piet Keizer melden. Dat mag worden beschouwd als een laatste blijk van zijn onafhankelijkheid. En verder wil Keizer dat Tom Egbers hem op de televisie uitgeleide doet. Waarom Egbers? Geestman: “Die vond hij lekker neutraal, niet zo’n slijmbal.”

Tom Egbers is vereerd. Nou ja, hij denkt dat hij vereerd is. Kun je van eer spreken bij zo’n trieste aangelegenheid? Maar Piet Keizer is hem, van alle voetballers die hij zag, wel altijd bijgebleven als het meest bijzondere exemplaar. Dus ja, in journalistiek opzicht is het een eer.

Toevallig is Egbers om en nabij het tijdstip van Keizers overlijden in de Watergraafsmeer, waar zijn zoon woont op het oude complex van Ajax. Hij vereeuwigt het toeval met een foto van de Piet Keizerbrug. De voorbereiding die de NOS is gegund, pakt goed uit. Egbers houdt het in zijn necrologie inderdaad zakelijk. De beelden vertellen het verhaal met als kers op de taart het onvervalste commentaar van tv-commentator Herman Kuiphof. “Keizerrr! Kans nu! Ja, hij schiet ’m erin!”

In het filmpje van vier minuten komt ook Rinus Michels aan het woord. Hij zegt dat Piet Keizer openingen creëert zoals alleen Piet Keizer dat kan. Daarna zegt Johan Cruijff dat je die bewegingen van Piet Keizer, simpele en effectieve bewegingen, nooit meer ziet op de voetbalvelden.

Aan het eind van dat ingelaste onderdeel leest De Graaff een verklaring voor, die Rinse Keizer namens de familie heeft opgesteld: “In zijn huiselijk bed heeft Piet tot op het laatst rust en een scherpe geest gehad. Wij herinneren hem als een lieve man met een gouden hart.”

Bart Jungmann en Jaap Visser: Keizer. Kick Uitgevers, € 39,95, 264 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden