Plus

De gouden 50 meter van Ranomi Kromowidjojo: niet te hard gaan

Het goud wilde ze graag, maar Ranomi Kromowidjojo was vooral blij met hoe ze de 50 meter vrij zwom. Ze beheerste de kortste afstand door haar koppie erbij te houden en ingetogen te starten.

Esther Scholten
Ranomi Kromowidjojo tijdens de 50 meterrace in Boedapest. Beeld AFP
Ranomi Kromowidjojo tijdens de 50 meterrace in Boedapest.Beeld AFP

De 50 meter is niet alleen maar zo hard mogelijk zwemmen. Integendeel zelfs. Ook de kortste race in het zwembad vereist een bepaalde opbouw. Ranomi Kromowidjojo noemt het daarom mentaal een zware afstand. “Het is heel onnatuurlijk om bij een sprint niet meteen alles te geven.”

Afgaande op haar recente resultaten is de 50 vrije slag het onderdeel waarop de drievoudig olympisch kampioene de meeste kans maakt op eremetaal deze zomer in Tokio. Al jarenlang is Kromowidjojo heel bewust bezig ervoor te zorgen dat alle puzzelstukjes, zoals zij het noemt, daar op dat moment goed vallen.

Ook de Europese kampioenschappen, deze week in Boedapest, dienen dat doel. “Ik zie dit toernooi als een graadmeter. Niet zozeer qua ranking of medailles, maar in hoeverre datgene waarop ik train zich gaat uitbetalen.” Gisteravond won ze goud in 23,97. Het was pas de tweede keer in haar carrière dat ze onder de 24 seconden dook. De 30-jarige Kromowidjojo is in groeiende vorm richting de olympische zomer. Deze zege betekende haar eerste Europese titel op de lange baan sinds 2016.

Onbegrepen afstand

“Hoppa! Lekker gedaan,” reageerde ze na de finale. Met 0,20 seconde was ze de regerend olympisch kampioene Pernille Blume uit Denemarken voor gebleven. Femke Heemskerk finishte als vijfde. Kromowidjojo was vooral blij dat ze ‘d’r koppie erbij’ had gehouden. “Ik voelde me sterk en dan is het de kunst om toch je eigen race te zwemmen.”

De 50 meter is een onbegrepen afstand. Zelfs veel collega-zwemmers begrijpen niet dat die moet worden opgebouwd. Kromowidjojo vertelt dat ook haar vriend, marathonzwemmer Ferry Weertman, zich daar weinig bij kan voorstellen. “Deze vorm van perfectioneren gaat om honderdsten van seconden.”

Krabbelen

Kromowidjojo heeft een sterke start in de benen. De onderwaterfase zwemt ze daarom vol­uit, vanuit haar onderlichaam. Na vijftien meter moet ze verplicht boven het oppervlak verschijnen en dan begint de voor haar grootste uitdaging. “Het is heel aanlokkelijk om dan, zeker op een 50 meter, zo hard als je kunt te gaan bewegen, maar zo snel mogelijk bewegen is niet hetzelfde als zo snel mogelijk zwemmen. Vaak ga je dan juist krabbelen en verspil je energie.”

Daarom moet ze volgens het wedstrijdplan de eerste vier, vijf, misschien wel zes slagen boven water terughoudend zwemmen. Dat zorgt er ook voor dat ze de lengte in haar slagen houdt, iets waar ze de afgelopen periode hard op heeft geoefend. Pas na 35 meter mag ze haar benen er weer bij aanzetten en er helemaal voor gaan. Ook dan blijft het belangrijk, weet ze, om niet sneller te bewegen, maar harder te duwen.

“Een fase niet voluit zwemmen is spannend om te doen. Ik heb dat moeten leren. In de olympische finale van Rio, vijf jaar geleden, lag ik na veertig meter voorop, maar werd ik de laatste meters ineens voorbij gezwommen. Ik heb er echt op moeten trainen om de eerste tien seconden niet zo hard mogelijk te gaan, zeker op de belangrijke momenten is dat moeilijk. In Rio wilde ik te graag. Ik ben nu goed getraind in hoe ik mijn eigen race moet zwemmen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden