PlusAchtergrond

De defensie van Ajax staat als een huis, hoe flikt Ten Hag dat?

Ajax bereikt niet alleen aanvallend recordhoogten. Ook de verdediging staat, met twee tegengoals na tien speelronden, als een huis. Waar komt die defensieve onverzettelijkheid ineens vandaan?

Johan Inan
Ajaxkeeper Remco Pasveer in actie tegen Sporting Portugal. Beeld Marcel van Dorst/Pro Shots
Ajaxkeeper Remco Pasveer in actie tegen Sporting Portugal.Beeld Marcel van Dorst/Pro Shots

Voor het eerst in vijf jaar kan Ajax vanavond tegen Heracles in vier opeenvolgende uitwedstrijden de nul houden. Zo stabiel als nu oogde de defensie van Amsterdammers nauwelijks eerder deze eeuw. In de eerste tien weken van dit eredivisieseizoen kwam zelfs geen enkele aanvaller of middenvelder tot scoren tegen Ajax. De kampioen hield al acht keer het doel schoon en overlegt het beste doelsaldo (37-2) sinds 1995.

Blunder Pasveer

Waar de ploeg van Louis van Gaal destijds ook alle tien de duels won, struikelde het elftal van Erik ten Hag tweemaal. Opvallend is dat daar in beide gevallen een uithaal van een verdediger in de slotfase aan voorafging. Robin Pröpper hielp Twente langszij (1-1), terwijl Django Warmerdam Ajax de eerste nederlaag in dertig eredivisieduels toediende. Bij die ene tegengoal in de Champions League, in Lissabon (1-5), blunderde Pasveer opzichtig.

Zo waren de drie tegengoals in dertien wedstrijden niet onvermijdelijk ook. In de eredivisie ligt de koploper met een moyenne van 0,2 tegengoal per duel op koers om onder de dubbele cijfers te blijven. Die kans is echter nihil omdat er altijd wedstrijden zijn waarin de te kloppen ploeg door meer weerstand, absenties en vorm- en of concentratieverlies aan het vissen gebracht wordt.

3,7 goal per duel

Zowel Ajax, PSV als Feyenoord slaagden er ondanks een paar knappe reeksen de afgelopen veertig jaar niet in om het laagterecord (13) van Twente uit de boeken te verdedigen. Het is inmiddels een goed gebruik om de lijstjes met meest productieve ploegen ooit om de paar jaar af te stoffen. Dat is dit jaar niet anders, nu Ajax met 3,7 goal per duel opnieuw het record uit 1967 (122 treffers) aanvalt. Maar bijzonder is dat de Amsterdammers vooralsnog ook met een zeer solide defensie archivarissen en cijferfetisjisten op de wenken bedient.

De grote vraag is waar die stabiliteit ineens vandaan komt. Het gemiddelde lag zelden zo laag. Het voorbije decennium ging het nog met regelmaat over het gemak waarmee Ajax goals slikte. Trainer Frank de Boer wenste zich voor 2015 minder tegengoals, terwijl onder Ten Hag de (rest)verdediging een hoofdpijndossier was toen Heerenveen (4) en Feyenoord (6) doel troffen tegen Ajax, dat in de eredivisie werd achterhaald door AZ en in Europa tegen Valencia en Getafe sneuvelde.

Bredere selectie

Ten Hag zag de blessuregolf vooral als oorzaak. Ajax beschikt inmiddels over een kwalitatief bredere selectie. Daardoor kan Ten Hag niet alleen doorselecteren, maar ook de belasting van spelers meer spreiden en de kans op blessures verkleinen. Niet dat Ajax, dat geen voorrondes speelde en ook nog niet op drie fronten actief is, blessurevrij is begonnen. Opvallend is wel dat, op de keeper na, de zes meest defensieve basisspelers nog geen wedstrijd hoefden te missen.

Naast fit- en frisheid zorgt vastigheid voor onverzettelijkheid. Dan helpt het als je als trainer eens geen basisspeler ziet vertrekken. Ten Hag borduurt voort op het eerder dit jaar gelegde fundament met de defensieve triangel Timber, Martínez en Álvarez. Sinds hun entree in februari kwam alleen Sparta, dat 4-0 achterstond, twee keer tot scoren tegen Ajax.

Ingeslepen automatismen

Waar coach Roger Schmidt bijvoorbeeld meerdere nieuwelingen inpaste in de achterhoede van PSV (momenteel 17 tegengoals), plukt Ajax nu ook de vruchten van de eerder ingeslepen automatismen. Die vinden niet alleen plaats aan de bal, maar ook in de afstemming van het drukzetten, het doordekken en de (rug)dekking.

En ja, financiële slagkracht is in het geval van Ajax een heel belangrijke factor, maar wat juist opvalt aan de verdedigende posities is dat de doelman transfervrij werd opgepikt en vier van de zes spelers zelf werden opgeleid.

Mandekker Martínez en balansbewaker Álvarez kostten Ajax net zoveel als spits Haller (ongeveer 22 miljoen euro). Het Latijns-Amerikaanse gif dat zij over de ontketende ploeg gieten, is onder meer terug te zien in het hoge percentage gewonnen duels. Daarmee voorzien zij Ajax van zowel een grond- als een luchtmacht.

Reddingspercentage

Is dat ook terug te zien in het aantal doelpogingen van tegenstanders? Niet meteen, aangezien Ajax daar een vierde plaats bezet, maar in verhouding met de drie klassieke concurrenten geeft de koploper de minste schoten tussen de palen weg. De schoten die Ajax weggeeft, vinden over het algemeen van grotere afstand plaats. Mede daardoor noteert de koploper ook het laagste aantal te verwachten tegengoals en kan keeper Pasveer in Nederland bogen op het hoogste reddingspercentage.

Zo wordt het fort van Ajax, waar verdedigers Timber en Mazraoui als beste tackelaars van de eredivisie en de hongerige aanvallers ook aan bijdragen, met steeds meer kunde, bezieling en chemie bewaakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden