PlusExclusief

De broertjes Timber staan nu tegenover elkaar: ‘Het wordt oorlog, net als vroeger op het trapveldje’

Quinten en Jurriën Timber vieren met Ajax Onder 19 het kampioenschap na de wedstrijd tegen Feyenoord, juni 2019. Beeld Getty Images
Quinten en Jurriën Timber vieren met Ajax Onder 19 het kampioenschap na de wedstrijd tegen Feyenoord, juni 2019.Beeld Getty Images

De eeneiige tweeling Jurriën en Quinten Timber (Utrecht, 17 juni 2001) was ook op het voetbalveld jaren onafscheidelijk. Nu staan de broers zondag tijdens Ajax-FC Utrecht tegenover elkaar.

Wie van jullie twee is de oudste?

Jurriën, verdediger van Ajax: “Quinten is ouder, tien minuutjes. Vindt hij ook altijd leuk om te zeggen.”

Quinten, middenvelder van FC Utrecht: “Mensen vragen er vaak naar. Dan zeg ik vol trots dat ik ouder ben. Maar ik speel niet de baas over hem hoor.”

Waar kan je broer hard om lachen?

J: “Om zijn eigen grappen. Als hij op de bank zit en een grap maakt, valt hij er bijna vanaf. De rest lacht dan vooral om zijn manier van lachen. Aanstekelijk.”

Q: “Jurriën vindt de serie Friends leuk. We delen thuis in Utrecht een kamer, dus soms kijken we samen een serietje, maar meestal ben ik te snel voor hem. Jurriën kijkt in zijn eigen tempo. Ik ben minder snel afgeleid, dat was op school ook al zo. Laatst nog: hadden we een nieuwe kast gekocht voor de kamer. Was een hoop werk om dat ding in elkaar te zetten. Ik heb bijna alles gedaan met mijn moeder. Jurriën pakt dan steeds zijn pauzetjes. Ik houd vol tot iets af is.”

Wat kunnen jullie niet samen doen?

Q: “We kunnen alles samen doen.”

J: “Verliezen. We hebben tot vorig seizoen bij Ajax bijna altijd in hetzelfde team gespeeld. Als we verloren, dan pakten we elkaar keihard aan. Dat is wel tweelingen eigen. Ronald en Frank de Boer hadden dat ook, volgens mij. Voor de rest hebben we geen problemen. We maken eigenlijk nooit ruzie.”

Wat kunnen jullie goed zonder elkaar?

J: “Het blijkt dat we heel goed zonder elkaar kunnen voetballen. Dat ontdekken we nu. We wisten dat onze wegen ooit zouden scheiden, daar zagen we ook niet tegenop. We hebben allebei ambities, maar we kijken niet te ver vooruit. We hebben al die jaren veel aan elkaar gehad. Als we thuiskwamen van een wedstrijd, konden we daar nog lang over napraten. Samen ben je toch sterker. Dat gevoel had ik ook in het veld. Als er een keer een akkefietje was, wist ik dat Quinten achter me stond.”

Q: “We kunnen eigenlijk best goed alleen zijn. Vooral toen we heel klein waren, deden we alles samen. We hadden dezelfde vriendengroep, maar wel allebei een eigen beste vriend. Nu is Jurriën mijn beste vriend. Met delen hebben we geen moeite. We hebben zelfs een tijd met één telefoon gedaan.”

Wie van de twee is het ijdelst?

J: “Dat zijn we allebei wel, maar niet extreem. Ik kan de deur uitlopen zonder te kijken wat ik aan heb, of hoe mijn haar zit. We hebben altijd hetzelfde kapsel gehad. Quinten heeft het nu korter. Leuk, want je wilt niet altijd op elkaar lijken. Trainers hadden vaak moeite om te zien wie wie is. Quint en ik hebben ook hetzelfde loopje. Ik zei altijd: kijk maar naar de schoenen. Bondscoach Louis van Gaal had er ook moeite mee om ons uit elkaar te houden, toen Quinten laatst mocht meetrainen bij Oranje. De trainer gaf mij een compliment tijdens een positiespel, maar hij vroeg meteen: ben je nou Jurriën of Quinten? Ik vind zelf dat we steeds minder op elkaar gaan lijken naarmate we ouder worden.”

Q: “Jurrien denk ik, nu hij een vriendin heeft. Hij gaat wat vaker uit eten, of op bezoek bij zijn schoonfamilie. Dan moet je er goed uitzien. Hij laat de keuze soms aan mij: zoek effe een outfitje voor me uit, zegt hij dan.”

Wie is het meest een moederskindje?

J: “Quinten is het meest thuis, maar ik denk dat ik meer een moederskindje ben. Ik knuffel meer met haar dan hij. Onze moeder is heel belangrijk voor ons. Zij heeft ons goed opgevoed en een sterke basis gegeven. Door haar zijn we zover gekomen. Ik voetbal ook om haar te laten genieten op de tribune.”

Q: “Zegt Jurriën dat hij dat is? Ik vind van niet. We moeten dit eigenlijk aan mijn moeder vragen, maar ik denk dat ze zondag stiekem voor mij is. Dat schreeuwde ik van de week nog naar boven: ‘Jurriën, mama is voor mij, hoor!’ Dan moet ze hard lachen. Ik denk dat ze hoopt op een gelijkspel, denk je niet?”

Wie van jullie is het brutaalst?

Jurriën: “Quinten. Geen twijfel. Het is zijn karakter: hart op de tong. Ik denk langer na. Met Quint heb je iets sneller ruzie. Hij gaat zijn eigen weg, is niet snel onder de indruk. Daarom is hij bij FC Utrecht zo sterk begonnen. Vroeger dacht ik weleens: dat brutale zou ik ook meer moeten hebben, maar het pakt niet altijd goed uit.”

Q: “Ik reageer snel op dingen, wat feller ook, je hebt mij eerder op de kast. Ik heb een sterke eigen mening, maar soms uit ik die te snel.”

Waar kun je je broer ’s nachts voor wakker maken?

Q: “Nergens voor. Je moet hem niet storen in zijn slaap. Wordt hij chagrijnig. Hij praat wel in zijn slaap. Daar word ik soms wakker van, maar het is gebrabbel, ik versta het nooit. Jurriën zegt dat ik snurk. Valt volgens mij wel mee. Hij is wel iets slordiger dan ik.”

J: “Als ik laat terugkom van een wedstrijd en ik wil hem daar nog even over spreken, kan ik hem wel wakker maken. Vindt hij niet erg. We liggen goed zo met elkaar op een kamer. Met mijn andere broers zou ik dat niet willen, maar voor ons is het heel normaal. Het blijft ook nog wel even zo, denk ik. We hebben geen plannen om uit huis te gaan. Mijn moeder vindt het ook leuk als haar kinderen allemaal thuis zijn. Ze kan heerlijk koken. Ze is Antilliaans, haar eten ben je nooit zat.”

Wat is de beste eigenschap van je broer?

J: “Dat Quinten zo uitkomt voor zijn eigen mening en erg zijn eigen weg kiest. Hij zegt waar het op staat en is altijd zichzelf.”

Q: “Jurriën heeft veel geduld, kan goed luisteren. Dat heeft hij van onze moeder. Hij wordt niet zo snel boos. Jurriën is onverstoorbaar. Kijk maar hoe hij voetbalt. Zo is hij ook buiten het veld. In de Champions League moet Ajax binnenkort tegen Borussia Dortmund spelen, met Erling Haaland. Een ander ziet er misschien tegenop om tegen zo’n sterke spits te spelen, Jurriën niet. Hij kijkt ernaar uit. Hij heeft veel vertrouwen.”

Wanneer hadden jullie voor het laatst ruzie?

J: “Echt geen idee. Ik kan me niet herinneren. Benieuwd wat Quinten zegt.”

Q: “Misschien toen we heel klein waren, maar nu hebben we vooral veel discussies. Beetje kibbelen, maar nooit ruzie.”

Hoe krijg je je broer boos?

J: “Ik denk als je oneerlijk tegen hem bent. Of onrechtvaardig. Dan wordt hij wel fel.”

Q: “Als ik vervelend blijf doen tegen hem, irritant, beetje uitdagen. Uiteindelijk hapt hij dan wel.”

Wie is het drukst in gezelschap?

J: “Quinten.”

Q: “Ik.”

Wie haalde de beste cijfers op school?

J: “Ook Quinten. Hij kan zich langer concentreren dan ik. We hebben de havo gedaan, op het Pieter Caland. Allebei het diploma gehaald. Quinten haalde vijf jaar betere cijfers, maar ik heb mijn examen beter gedaan. Ik denk dat hij de druk niet aan kon, de verwachtingen waren te hoog.”

Q: “Onzin. Ik heb mijn examen ook beter gemaakt. Kijk, zo maak je mij dus boos. Ik was serieuzer met huiswerk. Als er geleerd moest worden, ging ik ervoor zitten. En dan moest ik Jurriën motiveren om het ook te doen. Hij zocht vaak uitvluchten.”

Wie is de beste voetballer?

J: “Soms denk ik Quinten, soms ik. Als voetballers lijken we niet op elkaar. Hij kan dingen die ik niet kan, en andersom. Ons karakterverschil zie je terug op het veld. Hij durft meer, is speelser. Ik kijk wat nodig is voor het team, voor de wedstrijd.”

Q: “Ik ben altijd avontuurlijker geweest. Als we samen op het veld stonden, ging ik dribbelen en Jurriën bleef dan achter. Dat vond hij wel prima. Daarom ben ik een middenvelder geworden en is hij een verdediger. Hij staat op een plek waar hij voor zekerheid moet zorgen. Ik ga graag aan de wandel. Jurriën is momenteel beter dan ik. Hij speelt op een hoger niveau: Ajax, Champions League, Nederlands elftal. Ik hoop dat we ooit weer bij elkaar in een team komen. Het is niet per se een doel, want ik heb ook heel bewust voor FC Utrecht gekozen, maar wel een wens.”

Hoe ziet zondag 3 oktober eruit voor jullie?

J: “Samen spelen op het hoogste niveau was altijd een droom voor ons – en dat is het nog. Maar om tégen elkaar te spelen in de Johan Cruijff Arena is ook een droom. Mijn moeder en onze drie broers zitten allemaal op de tribune. Dat is prachtig.”

Q: “Als je een jaar geleden had gezegd dat we nu in de eredivisie tegen elkaar zouden spelen, had ik het niet geloofd. Het gaat gebeuren. Mooi, maar ook best gek. De voorbereiding doen we samen. We ontbijten samen, kijken een serietje, we doen een dutje en dan melden we ons op de club. Een paar uur later zien we elkaar op het veld en dan wordt het oorlog, haha. Net als vroeger op het trapveldje. Als we partijtjes maakten, zaten we ook nooit bij elkaar en dan ging het hard tegen hard.”

Luister onze Ajaxpodcast Branie:

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden