PlusInterview

Davy Klaassen, altijd op de goede plek bij Ajax: ‘Een combinatie van inzicht en intuïtie’

Davy Klaassen, op jacht naar de bal in duel met Yorbe Vertessen van PSV. Beeld Pro Shots / Stanley Gontha
Davy Klaassen, op jacht naar de bal in duel met Yorbe Vertessen van PSV.Beeld Pro Shots / Stanley Gontha

Davy Klaassen heeft een niet te onderschatte kwaliteit: hij is altijd daar waar de ploeg hem het hardst nodig heeft. De vraag is of trainer Erik ten Hag wel een rol voor hem ziet tegen Benfica.

Dick Sintenie

Het is stuivertje wisselen de laatste maanden op het middenveld van Ajax. Op het moment dat Davy Klaassen geblesseerd raakte bij het Nederlands elftal (in september) nam Steven Berghuis zijn positie over. De laatste weken is Klaassen weer terug in de basisploeg als vervanger van Ryan Gravenberch, die even uit de running was vanwege een coronabesmetting. Het is de verwachting dat slechts twee van de drie woensdagavond gaan spelen in Estadio da Luz in Lissabon. De derde man op hun deel van het veld is Edson Álvarez, inmiddels de meest onbetwiste middenvelder.

Klaassen, Berghuis en Gravenberch zijn op geen enkele manier met elkaar te vergelijken. Gravenberch heeft de fysieke kracht, de dynamiek en de dribbel, Berghuis de passing en de creativiteit, Klaassen de slimheid, het arbeidsethos en het scorend vermogen. Maar de grootste kwaliteit van de 28-jarige Klaassen is dat hij vrijwel altijd op de goede plek staat. “Inzicht? Intuïtie? Het zal een combinatie zijn van die twee dingen,” denkt hij zelf.

De klassieke nummer 10

“In de jeugd bij Ajax begon ik als spits. Daarna heb ik op verschillende plekken op het middenveld gespeeld. Uiteindelijk was de positie daar tussenin mij op het lijf geschreven. De klassieke nummer 10, de spelverdeler, de man die de bal en de regie opeiste, was toen al bijna uitgestorven. Tegenwoordig maken alle teams het veld zó compact dat alleen aan de buitenkanten soms wat ruimte is. De nummer 10 wordt steeds meer een loper. Mijn motto is: je loopt nooit voor niks. Krijg je zelf de bal niet, dan creëer je wel een situatie waarin een ploeggenoot vrijkomt.”

“Het winnende doelpunt tegen PSV was daar een schoolvoorbeeld van. Het ging na afloop over die bal die Daley Blind wel of niet binnen de lijn had gehouden, maar in het vervolg van die aanval kwam ons spelidee mooi tot uiting. Steven Berghuis kreeg de bal, ik trok een sprintje het strafschopgebied in, waardoor achter mij rechtsback Noussair Mazraoui vrijkwam. Hij schoot de bal met links snoeihard raak. Zo willen we de backs gebruiken. In het voetbal zijn bijna geen specialisten meer. Van de links- en rechtsback wordt ook verwacht dat ze het middenveld inkomen, meedoen aan het positiespel en in scoringspositie komen.”

Ruimtelijk inzicht

“Voetbal speelt zich voor een groot deel in je hoofd af. Als je heel snel of heel sterk bent, hoef je minder na te denken. Dan kun je in veel situaties vertrouwen op die fysieke kwaliteiten. Ik was een klein en dun mannetje vroeger. Om overeind te blijven, werd ik gedwongen snel te denken en te handelen. Ik voetbal simpel. Dat heb ik me eigen gemaakt, ook technisch. Bij Ajax gebeurde dat, maar ik ging thuis vrolijk verder, tegen de muur in het poortje: aannemen, spelen, aannemen, spelen. Links en rechts. Mijn moeder werd er soms gek van.”

“Het wordt geregeld aan me gevraagd: hoe komt het dat je zo vaak op de goede plek staat? Dat je zo vaak het eerste doelpunt maakt in een wedstrijd? Ik had op het vwo een 10 voor wiskunde dus het zal misschien best met ruimtelijk inzicht te maken hebben. Maar het zijn ook de patronen in ons spel. Sommige situaties hebben zich al duizenden keren voorgedaan. Je herkent ze en handelt ernaar. Basketballer Dennis Rodman van de Chicago Bulls vertelde in de docu The Last Dance dat hij wist waar hij onder het bord moest staan voor de rebound als Michael Jordan en Scottie Pippen schoten. Dat zag hij aan de positie waaruit ze schoten, en aan de draai die ze de bal meegaven.”

“Tuurlijk speelt geluk ook een rol, maar het is in mijn geval ook een kwestie van steeds weer gaan. Als je vijf keer voor niks die sprint hebt gemaakt de ‘zestien’ in, toch die zesde keer wéér doen. Dat wordt beloond.”

De reservebank

“Voor de winterstop was ik mijn plek kwijtgeraakt. Kwestie van op het verkeerde moment geblesseerd raken. Dan is topsport bikkelhard. Je kunt ook niemand de schuld geven. Maar het is soms zwaar irritant om niet te spelen. Ik heb geen moeite om snel het ritme van de wedstrijd te pakken als ik moet invallen. Je bent verplicht om alles geven voor het team. Dat zou ik ook eisen van een ander. We zijn best fel op elkaar. Het knettert soms, dan staan er ineens twee spelers met de koppen tegen elkaar op het trainingsveld. Dat moet ook af en toe, als het daarna maar snel weer goed is. En dat is het.”

Ajax

“Het is fantastisch om terug te zijn. De manier waarop we voetballen, de prestaties in de Champions League. Ajax is op dit moment top 15 van de wereld. Het niveau wordt steeds verder opgeschroefd. De eisen zijn hoog. Ik merk het aan de jeugdspelers die aansluiten. Ik was echt een broekie toen ik mijn debuut maakte, nu zijn het al kerels op hun achttiende.”

“Ik heb het de afgelopen jaren best naar mijn zin gehad bij Werder Bremen en Everton, ook al speelde ik daar weinig. Ik maak er elke dag wel het beste van, zo zit ik in elkaar. Maar ik denk dat iedere voetballer één club heeft die echt in zijn hart zit. Voor mij is dat Ajax. Ik ben hier thuis, ken zoveel mensen op de club. Maar dat geldt ook voor mijn ouders en mijn opa, die kennen al die mensen ook. Als zij naar de wedstrijd komen kijken, hebben zij het ook gezellig. Het is een mooie tijd om bij Ajax te zijn. Ik geniet ervan, want het is ook weleens minder geweest.”

Luister onze Ajaxpodcast Branie:

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden