John van den Brom: ‘Jonge voetballers weten tegen­woordig exact waar ze het over hebben, zo zijn ze opgeleid.’

Plus Interview

Coach John van den Brom: ‘Topsport is nooit tevreden zijn’

John van den Brom: ‘Jonge voetballers weten tegen­woordig exact waar ze het over hebben, zo zijn ze opgeleid.’ Beeld BSR Agency

Trainer John van den Brom heeft een indrukwekkend cv en is net begonnen aan weer een nieuw avontuur, nu met FC Utrecht. ‘Ik ben duidelijk in wat ik verwacht.’

In zijn beginperiode als trainer werkte John van den Brom bij AGOVV – en later ook bij Vitesse – samen met Ted van Leeuwen. De huidige technisch manager van FC Twente had een mooie omschrijving voor de voetbalvisie van Van den Brom: “John laat zijn teams een optimistisch soort voetbal spelen.”

Van den Brom grijnst. “Ik houd van uitdagend, risicovol, aanvallend spel. Maar mijn aanvankelijke naïviteit ben ik wel kwijt. Met AGOVV kregen we in mijn eerste seizoen geloof ik meer dan 120 goals tegen. Als we achter kwamen, gingen we vól op de aanval, achterin één tegen één. Ik ben inmiddels wat ouder, wat meer ervaren, zonder cynisch te zijn geworden. Maar ik weet nu: als ik een keer met tien man voor mijn eigen doel moet hangen om een overwinning over de streep te trekken, doe ik dat.”

Bij AGOVV werkte hij met Dries Mertens en Nacer Chadli. Beiden groeiden uit tot Europese topspelers. Van den Brom geniet daar het meest van: de individuele ontwikkeling van spelers. Niet alleen jonge spelers, maar ook voetballers die soms al langer meelopen en boven zichzelf uitstijgen, zoals Wesley Verhoek en Lex Immers bij ADO. “Daar ligt de sleutel naar prestaties. Hoe beter je spelers worden, hoe groter de kans dat je wedstrijden wint. Tactiek is belangrijk, maar slechts een houvast om elf spelers tot een geheel te smeden.”

Soort vaderfguur

Het samen doen, vindt hij het mooiste van voetbal. Van den Brom ziet mensen, geen poppetjes of pionnen. Hij gunt zijn spelers veel, maar het is geven en nemen, zegt hij. “Elk team heeft wel een individualist. Iemand die net even anders denkt en handelt dan de rest. Die spelers zijn vaak beslissend, maar daar moet je er dus geen elf van hebben. En zolang een voetballer iets teruggeeft aan het geheel, krijgt hij met mij geen problemen.”

Van den Brom zit zijn voetballers dicht op de huid. Hij voelt zich nauw betrokken bij hun wel en wee. Bij AZ kreeg hij te maken met ernstige blessures van Calvin Stengs en Myron Boadu. “Jonge spelers, in de bloei van hun leven, die zo ver worden teruggeworpen dat je je afvraagt of ze wel op hoog niveau terug kunnen komen. Dat emotioneert. Ik ben een soort vaderfiguur geworden. Ik word steeds ouder en die gasten blijven 20. Veel van mijn spelers zijn onderhand jonger dan mijn dochters.”

De voormalige middenvelder van onder meer Ajax en Vitesse is nu 12 jaar hoofdtrainer. Hij bouwde in die periode een mooi cv op. Van den Brom liet al zijn teams naar zijn ideeën voetballen en hij kwam nergens in een gespreid bedje terecht. “Een team opbouwen vind ik mooi.”

Hij werkte bijna 2 jaar bij de Belgische topclub Anderlecht. In zijn eerste jaar werd de club kampioen, twee keer loodste hij Anderlecht naar de Champions League. Er werden spelers verkocht die veel geld hebben opgeleverd. “Dan denk je: mij gebeurt niks. Maar krediet is beperkt in voetbal. Er kwamen geen adequate vervangers voor de verkochte spelers, terwijl dat wel was beloofd. Ik ben loyaal geweest naar de club, naar de beleidsmakers, maar had daarin harder moeten zijn. Dat is leerzaam voor me geweest.”

Afgerekend op resultaat

Het tweede seizoen verliep moeizamer. Anderlecht stond derde, maar had in de play-offs nog om de landstitel kunnen strijden. Die kans werd hem niet gegeven. “Mijn laatste wedstrijd was in Leuven. Wij schoten diep in de tweede helft een bal op de paal, een paar minuten later kregen we een beslissende goal tegen. Na die wedstrijd wist ik direct dat het over was. Ik ben niet gek. De volgende ochtend was ik om acht uur op de club. Manager Herman van Holsbeeck was er al. Dat weet je dat het fout zit. Die komt niet omdat de koffiemachine stuk is.”

“Het was voor het eerst dat ik ontslagen werd. Je weet niet wat het met je doet. Ik vond het pijnlijk. Je pakt je spullen en ineens zit je thuis. Oneerlijk, zo voelde het. Maar het is niet oneerlijk. Je wordt afgerekend op het resultaat.”

“Voor die tijd was ik niet bezig met de mogelijkheid mijn baan te verliezen. Ik was bezig met die ploeg. Hoe kan ik het omdraaien? Ik ben sfeergevoelig en de sfeer met de spelers was prima. Er zijn er altijd een paar ontevreden, maar dat heb je ook als het team wint. Als trainer kun je in belangrijke mate bijdragen aan de sfeer. Jongens moeten zich veilig voelen in de omgeving waarin ze moeten presteren.”

“Ik loop drie, vier keer per dag de kleedkamer in. Ook gewoon voor een babbeltje. Losjes. Spelers praten en geinen dan gewoon door. Er moet geen stilte vallen als de trainer ineens binnenkomt. Je moet lachen met elkaar, en soms boos zijn op elkaar. Als de sfeer goed is, ben je sneller geneigd de belangrijke dingen te zeggen. Dat hoeft niet alleen maar leuk en aardig te zijn.”

“Ik ben duidelijk in wat ik verwacht en wat ik wil. Maar er moet een balans zijn tussen wat ik eis en de sfeer waarin die prestaties moeten worden geleverd. Die balans vinden, is voor een trainer belangrijk. Voetbal is een spelletje én keiharde topsport. Ik zeg weleens: als je geen zin hebt om te trainen, blijf binnen. Verstier de training niet. Het begint allemaal met plezier. Straal dat uit.”

De trainer heeft niet altijd gelijk, vindt Van den Brom. Maak je een fout, geef dat toe. Stel je kwetsbaar op. Geen toneelstukjes opvoeren, want spelers zijn niet achterlijk. “Je kunt voetballers van 18 tegenwoordig voor het bord zetten en ze een tactische verhandeling laten geven. Ze weten exact waar ze het over hebben, zo zijn ze opgeleid. Je kunt spelers alleen meenemen in jouw verhaal als je de goede dingen zegt.”

Niet geërgerd

Van den Brom heeft bij al zijn clubs gepresteerd. En overal wordt met waardering gesproken over de mens en de trainer Van den Brom. Maar toen Feyenoord afgelopen zomer na het vertrek van Giovanni van Bronckhorst een nieuwe trainer zocht, kwamen ze niet bij hem uit. “Ik ben nog nooit door een club uit de top drie voor de functie van hoofdtrainer benaderd.” Hij zegt het zonder verbazing of ergernis. Van de belangstelling en de ambitie van FC Utrecht werd hij direct enthousiast. “Prachtige club.”

“Ik ben 53 en nog niet uitgekeken op dit vak. Als ik elke dag met de pest in mijn lijf in de auto stap, houdt het op. Ik ben ambitieus, wil het hoogste bereiken. Dat heb ik overal geprobeerd, en dat is nu mijn uitdaging met FC Utrecht. Topsport is nooit tevreden zijn. Altijd meer en hoger willen, dat houd ik mijn spelers ook voor.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden