Nieuws

Boze judoka Henk Grol wil trainen: ‘Dit is te zot voor woorden’

Terwijl veel topsport in omringende landen weer van start gaat, zit een deel van de Nederlandse topatleten voorlopig in de wachtkamer. Tot onvrede van judoka Henk Grol. ‘Topsport is een beroep, dat hoor ik nergens.’

Beeld EPA

Henk Grol zegt het maar gewoon: hij snapt er he-le-maal niks van. “Ik mag naar de kapper en me laten masseren. Maar ik mag niet judoën. Volkomen belachelijk. Te gek voor woorden.”

Eerder deze maand maakte het kabinet een uitzondering voor topsporters. Ze konden, onder strikte voorwaarden, weer gaan trainen. Maar voor judoka’s veranderde er weinig. Zonder contact te mogen maken met een ander, blijft het bij kracht- en conditietraining. Vooralsnog is er geen zicht op snelle versoepelingen.

Het maakt Grol boos. “Waar zijn we nou mee bezig,” vraagt hij zich af. “Wij topsporters vormen een niche, een kleine groep mensen die kerngezond zijn en elke dag met hun lichaam bezig zijn. Ons bloed wordt regelmatig gecontroleerd en we kunnen ons nog vaker laten testen. We vormen een kleine beroepsgroep die maar heel kort de tijd heeft om tot een topprestatie te komen. Dat kun je niet uitstellen, het moet nú gebeuren en het loopt nu van ons weg. Topsport is een beroep, dat hoor ik nergens.”

‘Niveau zakt weg’

Grol denkt dat het risico nihil is, als op Papendal in kleine groepjes weer serieus kan worden gejudood. “Uiteraard met restricties en een goed protocol. Al is het maar twee keer in de week, om toch het basisniveau op peil te houden. Dat zakt nu weg en daardoor heb je straks langer nodig om het weer terug te krijgen.”

Hij vindt niet direct dat NOC*NSF of de Judobond onvoldoende lobbyen voor meer ruimte. “Ik ben niet bij die gesprekken, iedereen doet vast zijn best. Natuurlijk hebben we een voorbeeldfunctie, maar ik denk dat iedereen het zou begrijpen als wij topsporters weer in kleine groepjes ons vak gaan uitoefenen.” Volgens Grol denken zijn collega’s er net zo over. “Alleen bij gebrek aan wedstrijden op korte termijn, houdt iedereen zich nog rustig.”

Het is niet eens zozeer dat Grol er onrustig of jaloers van wordt dat er in andere landen, zoals Duitsland, nu of binnenkort wel alweer ‘normaal’ wordt getraind. “Ik ben 35 jaar, ik kan best een tijdje zonder. Maar ik wil gewoon weer aan de gang. En het is wel oneerlijk, 14 maanden voor de Olympische Spelen. En dan mag het straks over één of twee maanden wel: wat is er dan veranderd met het virus? Dat wij op deze manier omgaan met de topsport, vind ik te zot voor woorden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden