Bos vertrouwt vooral op zijn techniek

WOLVEGA - Ja, Jan Bos weet ook wel dat hij tien jaar geleden wereldkampioen sprint werd. Maar hij ziet in het WK dit weekeinde in Heerenveen geen aanleiding om bij het jubileum stil te staan.''Er is in die tien jaar zoveel gebeurd aan hoogte- en dieptepunten... Als ik de mooiste dingen uit mijn schaatsleven moet opnoemen, weet ik niet eens of het wereldkampioenschap op één staat.''

Hij hoeft in het schaatsershotel in Wolvega, op tien kilometer van WK-stadion Thialf, niet diep te graven als hij een herinnering vindt die hem vele malen zoeter smaakt dan die wereldtitel uit 1998 in Berlijn: een trainingsrit in Collalbo. ''Toen bekend werd dat mijn ploeg, DSB, ermee ophield, in februari 2004, reed ik heel slecht. Ik twijfelde ernstig aan mezelf: wat is er in vredesnaam aan de hand? En onderweg naar Collalbo, waar een wereldbekerwedstrijd werd gereden, hoorde ik ook nog eens dat nieuws. Ik reed er out-of-competition een wereldtijd. Dat was een heel emotioneel moment en misschien wel het mooiste uit mijn schaatscarrière.''

Het tekent de gevoelsmens Jan Bos. De man die de winst bereikt dankzij zijn mooie slag, dankzij het juiste contact met zichzelf en het ijs. ''Ik zag vanmorgen in de fitnessruimte bij Thialf Jenny Wolf nog even squatten met 120 kilo. Dat zou ik dus nooit doen, twee dagen voor een toernooi. Maar zij moet het hebben van kracht, ik van techniek en me fris voelen.''

Hoe hij zich goed moet voelen, is inmiddels geen geheim meer voor de ervaren Bos (32). ''Als het toernooi begint, gaan bij mij de luiken dicht. Ik moet goed gefocust zijn op de wedstrijden, ik laat me nergens door afleiden. Valpartijen van anderen? Jammer voor ze. Ik weet bijna nooit wat de snelste tijd is als ik moet rijden. Dat maakt ook niet uit, tactiek komt er niet meer aan te pas. Vroeger, toen wind en ijsomstandigheden nog een rol speelden wel. Nu is het altijd voluit.''

En dat vier keer komend weekeinde, twee keer op de 500 meter en twee keer op de kilometer. ''Ook dát is een kunst op zich. Een groot toernooi is iets heel anders dan één goede afstand op een World Cup. Je hebt ervaring nodig.''

Die heeft Bos, in tegenstelling tot zijn ploeggenoten Simon Kuipers, Jacques de Koning en Lars Elgersma. Vorig jaar stelden de oudjes Bos, Erben Wennemars en Gerard van Velde bij het WK in Hamar nog tevreden vast dat zij de dienst in het Nederlandse sprinten nog altijd uitmaakten.

Inmiddels is van die garde, bepaald niet de minsten, alleen Bos nog over. ''In die tien jaar dat ik wereldkampioenschappen rijd, zijn er altijd nieuwe sprinters bijgekomen, maar ze zijn ook steeds weer afgevallen. Ik hoop dat er nu eindelijk een generatie de tijd krijgt om te groeien. Simon Kuipers, Jacques de Koning en Lars Elgersma kunnen hard rijden, maar kunnen ze het ook vier keer op rij?''

Wie dat in elk geval zou moeten kunnen, is Jeremy Wotherspoon. De Canadese houder van het wereldrecord is de grote favoriet in Heerenveen. ''Samen met Kyou-Hyuk Lee en Pekka Koskela. Waar ik mezelf plaats in dat rijtje? Ertussen. Ik weet niet of een titel echt haalbaar is. Van mijn duizendmetertijd kan wel wat af dit weekeinde. En misschien rijd ik wel een goede 500 meter. Op alle juichverhalen over Wotherspoon let ik in elk geval niet. Ik weet wel dat hij hard kan schaatsen. Maar hij heeft tot nu toe alleen op hooglandbanen in Noord-Amerika gereden en in Heerenveen heeft hij nog geen goede ervaringen.''

Bos wel. De stilist werd er twee weken geleden voor de zesde keer Nederlands kampioen, geheel in zijn eigen stijl: puur op techniek.

© Het Parool, 18-01-2008

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden