Boogerd doet even alles vergeten

ANGOULÊME - Zelfs in de ploegleiderswagens van Discovery Channel zaten Johan Bruyneel en Dirk Demol te 'supporteren' voor Michael Boogerd. ''We gunden Boogie de zege. Niet uit compassie, maar voor de manier waarop hij afgelopen weken heeft gereden,'' zei Demol na afloop.Het mocht niet baten. In de finale van de warme rit naar Angoulême zag Boogerd geen kans de etappezege naar zich toe te trekken. Hij moest het doen met een vierde plaats. Vierde van de vier vluchters, die het grootste gedeelte van de koers voorop hadden gereden en van wie Sammy Casar uiteindelijk de snelste in de sprint bleek.

Ploegleider Erik Dekker stapte toch trots lachend op Boogerd af. De twee wisselden een blik, de coureur sprak van overmacht. ''Hij was wel goed die Casar,'' zei Boogerd. De twee hadden erop gegokt dat de Fransman bij het aangaan van de sprint zijn kruit al had verschoten. Niet dus. ''Natuurlijk ben ik nu teleurgesteld,'' liet Boogerd weten. ''Na alles wat er is gebeurd, speelde het vandaag een paar keer door mijn hoofd dat ik mezelf op het einde van mijn laatste Tour legendarisch had kunnen maken.''

Hij verbeet zijn deceptie in cynisme: ''Als je een keer tot vier uur 's nachts doorzakt en twaalf Grimbergens leegdrinkt, kun je daar een paar dagen last van krijgen.''

Boogerd hield de vragen over de man die de 'Nacht van Rasmussen' had ingeleid liever van zich af. Drieënhalf uur had hij toen geslapen. ''Afgelopen nacht waren dat zes uurtjes meer.'' Na het ontbijt gisteren kwam de spirit terug. ''We zeiden tegen elkaar: vandaag gaan we weer koersen.''

Boogerd knalde naar een groepje van drie renners: Casar, Lefevre en Willems. De laatste viel weg na een aanrijding met een hond en Axel Merckx - ook al bezig aan zijn laatste Tour - sloot even later aan.

''Ik was de sterkste van de groep,'' wist Boogerd. Hij zag in de finale echter geen kans om de sprint te ontlopen. ''De finale was voor mij niet lastig genoeg.'' Een colletje van de derde categorie in de finale had hij nodig gehad, volgens Dekker.

In de finale gokte hij erop dat Casar met een eerste aanval zijn beste krachten had verspeeld. Dat bleek een misrekening. ''Ik kreeg het gat naar hem al moeilijk dicht gereden,'' vertelde hij Dekker.

De ploegleider leek minder teleurgesteld dan de renner. ''Het zou een fantastisch verhaal zijn geweest als Michael had gewonnen. Het belangrijkste was echter dat Boogerd erbij zat. Dat hij zich zo herpakt heeft binnen 24 uur vind ik knap. Je zou er bijna vrolijk van worden. Dit heeft ook de andere jongens goed gedaan.''

Voor Dekker was het nogmaals het bewijs dat de ploegleiding er goed aan gedaan heeft de renners om te praten in koers te blijven. ''Ik ben blij dat we het gedaan hebben. Naar huis gaan is de slechtste optie. Thuis ben je ook chagrijnig. Vanochtend merkte ik dat het al wat meer over de koers ging. Ze zeiden: het wordt geen massasprint. We gaan meespringen.''

De emoties zijn er volgens Dekker 'uiteraard' nog altijd. Hijzelf bracht Rasmussen in de bewuste nacht naar een ander hotel.

''Dan zie je zo'n klein zielig hoopje mens. Iemand die ontredderd

is en in tranen uitbarst. Dan stel je op dat moment verder geen

vragen.''

De ochtend erop moest hij de renners wekken. ''Dat lukte dus niet. Vind je het gek? Ze waren laat gaan slapen met de gedachte dat ze de andere dag toch naar huis gingen. Toch heb ik gezegd: doe een nummer op en ga rijden.''

Dat ze eerst niet wilden, snapte Dekker wel. ''Sommigen waren alleen al bang voor de fluitconcerten. Vandaag stonden er de eerste zestig kilometer heel veel Nederlanders langs de kant. Ze riepen harder dan ik ooit Nederlanders heb horen roepen. Dat doet je dan toch weer goed.''

© Het Parool, 28-07-2007

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden