PlusInterview

Baanwielrenner Nils van ’t Hoenderdaal heeft nog 3 krachtexplosies nodig

null Beeld Cor Vos
Beeld Cor Vos

Nils van ’t Hoenderdaal strijdt donderdag in het Zwitserse Grenchen met twee andere Nederlandse baanwielrenners om de laatste plek in de sprint­ploeg voor de Spelen. Plaatsing betekent voor de Amsterdammer een buitenkans op olympisch goud.

Drie korte krachtsexplosies op de wielerbaan, dat is alles wat Nils van ’t Hoenderdaal (27) scheidt van zijn tweede Olympische Spelen. Drie keer een sprint van nog geen twintig seconden, drie keer op een middag met maximaal vermogen op de pedalen duwen. Daarna berekent bondscoach Hugo Haak aan de hand van de gemiddelde tijd van de drie losse rondes of Van ’t Hoenderdaal of een van zijn rivalen – Roy van den Berg of Theo Bos – naar Tokio gaat.

Er is slechts één meetmoment op de wielerbaan in Grenchen in Zwitserland, die van alle Europese pistes de grootste gelijkenis vertoont met de baan in Japan. Wie corona heeft of ziek is, doet niet mee aan deze beslissende bike-off. Prestaties uit het verleden doen er niet meer toe. Een slechte dag is funest. Er kan er maar één mee naar Tokio. “Deze dag is belangrijker dan de Olympische Spelen zelf,” zegt Van ’t Hoenderdaal telefonisch vanuit zijn hotelkamer.

Aantrekkelijkste klus

De drie kanshebbers zitten voorafgaand aan de onderlinge krachtmeting twee weken in quarantaine, op afzonderlijke kamers. “Als het niet lukt, hoef ik een paar maanden niet meer aan de bak,” zegt Van ’t Hoenderdaal. “Kwalificatie betekent voorbereiden op Tokio, bij afhaken is alles nog onzeker. Mijn leven is de laatste jaren gericht op deze dag. Hier moet het gebeuren. Andere plannen heb ik niet gemaakt, ik weet niet wat de toekomst mij brengt.”

Tot voor kort woonde Van ’t Hoenderdaal in Apeldoorn samen met Harrie Lavreysen, meervoudig wereldkampioen op de baan en straks op de Spelen de tweede renner in de rij van drie die een rondje van 250 meter op volle snelheid rijdt op het onderdeel teamsprint. Jeffrey Hoogland, ook behorend tot de wereldtop, is de derde en de afmaker van het trio.

Het starten van het treintje Lavreysen-Hoogland op de Spelen is misschien wel de aantrekkelijkste klus van de voltallige olympische selectie. De starter trekt het drietal in gang en mag na een ronde uitsturen wanneer Lavreysen de turbo aanzet. Meedoen met de twee beste sprinters ter wereld lijkt op voorhand een garantie voor goud. Zelfs de Britten, jarenlang dominerend bij het baanwielrennen, verbleken bij het Nederlandse sprintgeweld.

Van ’t Hoenderdaal, die in 2018 goud won op de wereldkampioenschappen op dit onderdeel, kent het internationale aanzien van de Nederlandse sprintequipe. Tussen 2016 en 2018 was hij de vaste starter, daarna nam Van den Berg die positie over. “Een zekerheidje op goud in Tokio hoor je mij niet zeggen over deze ploeg. Maar het is duidelijk dat er veel fout moet gaan, wil dat mislukken.”

Voor de Amsterdamse krachtpatser was het uitstellen van de Olympische Spelen vanwege het coronavirus een geluk bij een ongeluk. Een jaar geleden kwakkelde Van ’t Hoenderdaal met zijn rug. Het euvel ontstond in het krachthonk, waar de sprinters veel meer dan de wegwielrenners werken aan hun beenspiermassa door met extra kilo’s in de nek herhaaldelijk te squatten.

“Tijdens het fietsen had ik nergens last van, maar na elke training trok ik weg van de pijn. Elke keer moest ik weer naar de masseur en de fysio­therapeut. Niets hielp eigenlijk, behalve rust nemen, maar dan zou ik kwalificatie mislopen. Dat kon gelukkig toen de Spelen werden uitgesteld.”

Moeite met topsnelheid

Van ’t Hoenderdaal paste zijn trainingsgewoonten aan. Om overbelasting te voorkomen zette hij een vierkante box onder zijn achterwerk zodat te diep squatten onmogelijk werd. Het hielp, want de sprinter is nu alweer maanden pijnvrij.

Op een onofficiële testdag in november noteerde de Amsterdammer zelfs de beste tijden, met 17,4 seconden over de 250 meter was hij sneller dan Van den Berg en Bos. Naar verwachting zal dat nu niet genoeg zijn, al zijn de verschillen minimaal. Van ’t Hoenderdaal: “Ik ben het snelst op de eerste meters en heb moeite met de topsnelheid in het laatste deel, terwijl Bos juist moeizamer op gang komt en vervolgens door kan accelereren en Van den Berg is een krachtmens. Hij kan alles, maar ik ben er ook klaar voor.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden