PlusInterview

Arno Kamminga bereidt zich anders voor op zwem-WK: ‘Eerst kijken ze je raar aan, daarna zie je kopieergedrag’

Arno Kamminga (26) benadert het zwemmen op geheel eigen manier. Nederlands grootste medaillehoop bij de WK langebaan in Boedapest, die vrijdag zijn begonnen, geeft een inkijkje in het proces om de beste schoolslagzwemmer ter wereld te worden.

Linda Derksen
Arno Kamminga. Beeld Getty Images
Arno Kamminga.Beeld Getty Images

Drie wedstrijden aan de Middellandse Zee, drie keer was Arno Kamminga de snelste op de 100 en 200 meter schoolslag. Hij won in mei het overall klassement van de Mare Nostrum Tour. “Ze zeggen dat je je laatste resultaat meeneemt naar het volgende toernooi. Dat belooft wat voor de wereldkampioenschappen. Ik sta er goed voor; voel me fitter en sterker dan ooit, heb harder getraind dan ooit, ben voor mijn gevoel een stap verder dan vorig jaar. Het wordt tijd om dat op het hoogste podium te laten zien.”

Vijf jaar geleden debuteerde Kamminga in Boedapest op de WK langebaan. Inmiddels is de 26-jarige Katwijker in het bezit van twee olympische plakken. En kan hij Marcel Wouda opvolgen, de eerste en nog steeds enige Nederlandse man die ooit een wereldtitel won in het 50 meterbad (200 meter wisselslag in 1998). Dit weekeinde zwemt schoolslagspecialist Kamminga de 100 meter, later in de week volgt individueel nog de 200.

Liever Peaty erbij

Met wereldrecordhouder Adam Peaty behoort de Nederlandse troef tot het selecte gezelschap van twee zwemmers die ooit onder de 58 seconden doken op de 100 meter. De Brit moet geblesseerd verstek laten gaan. “Ik versla hem liever dan dat ik misschien mijn eerste wereldtitel win zonder hem erbij,” aldus Kamminga. “Als ik kan laten zien wat ik waard ben, wordt het voor anderen extreem lastig om aan mijn tijd te komen. Ik zat al op het allerhoogste niveau, met nog steeds een stijgende lijn. Het is zo’n leuk proces aan het worden.”

Kamminga geeft in Van der Valk Hotel Eindhoven graag een inkijkje in hoe dat bij hem in zijn werk gaat. Hoe hij bijvoorbeeld na het succes op de Olympische Spelen van Tokio moest wennen aan de nieuwe realiteit. Een zwart gat wil hij het niet noemen, lastige maanden vond hij het wel. “Topsport an sich is behoorlijk eenzaam en dat is in die periode 180 graden gedraaid. Sta je ineens centraal, er kwam zoveel op me af. Supertof, maar ook onwennig toen dat in één keer allemaal weer wegviel. Ik was vrij, maar niks was fijn. Eten niet, een serie kijken niet en ook slapen niet.”

Niet in happy zone

Als zwemmer weer opstarten met de International Swimming League – een zwemcompetitie in teamverband – was eens maar nooit meer. Hij zat, zoals hij het zelf verwoordt, tot januari niet in zijn happy zone. “Bij de ISL ben je niet samen met je eigen vertrouwde clubje mensen. Mijn coach Mark Faber schreef de trainingen en die moest ik zelf uitvoeren. Ik dacht alweer aan de lange termijn, terwijl mijn Italiaanse teamgenoten het vooral als een betaalde vakantie zagen. Had ik al een kilometer gezwommen op de training voordat de rest überhaupt het bad indook en ik ging nog langer door ook.”

“Er is een tijd van feest en een tijd van hard werken. Ik schuw dat niet en een professionele setting geeft mij energie. Thuis in Amsterdam heb ik dat echt goed voor elkaar, met mensen om mij heen die even groot durven dromen en dezelfde insteek hebben. Het is afzien, maar ook een genot om zo bezig te zijn.”

Best veel ideeën ontstaan per toeval, geeft hij aan, of min of meer als een grap. Dat hij gekscherend wat roept, zich door iemand laat prikkelen. “Ik geloof dat het bij meer mensen zo gebeurt, alleen sta ik er echt bij stil en trek er mijn lessen uit. Dat maakt het verschil tussen mij en de rest.”

“Als je steeds hetzelfde doet, word je nooit beter. Eerst word ik dan raar aangekeken, vervolgens zie je steeds meer kopieergedrag. Zo werkt dat aan de top,” merkt Kamminga. “Ik ben er nog niet, wil er ook helemaal niet zijn. Want dan is het klaar denk ik, omdat je de uitdaging kwijt gaat raken. Keer op keer hebben wij nog iets nieuws te ontdekken.”

Wedstrijdvoorbereiding

Zo wekte hij verbazing door in zijn wedstrijdvoorbereiding het zwembad links te laten liggen. Na een zogenaamde landtraining zwom hij eens een halve seconde sneller over 50 meter op maximale kracht dan een week ervoor met een warming-up in het water. Het stemde Kamminga tot nadenken. “Dat is extreem veel, dus dan sta ik er wel voor open om het vaker te proberen. En wat blijkt, het werkt bij mij. Ik word er niet zenuwachtig van als ik geen oefenstart meepak of mijn slagfrequentie niet nog even voel. Vertrouw erop dat ik genoeg in het water lig om dat vlak voor mijn race niet meer nodig te hebben.”

Dus ging Kamminga met zijn team uitvogelen wat hij beter kon doen om zich warm te draaien. Het werd een work-out die hij altijd perfect kan uitvoeren. “Ik heb er geen last van dat het water van het inzwembad niet de juiste temperatuur heeft of als het te vol ligt.” Zo’n sessie duurt inclusief racen iets van 3,5 uur, en dat vaak twee keer op een wedstrijddag. “Ik ga diep, heb spierpijn na de wedstrijd. Aan een WK begin je echter uitgerust, dus dan herstel ik ook snel en is dat geen probleem.”

Thermokleding

Kamminga ontdekte op een trainingskamp in Oman – waar het zwemwater in het weekend extra verwarmd werd omdat er kinderen zwemles in kregen – dat hij sneller ging wanneer zijn spieren heel warm zijn. “De meesten kregen problemen door oververhitting, ik zwom juist het ene na het andere trainings-pr. Het sein om kritisch te kijken waarom dat zo is. Warmte helpt mij, vandaar dat ik me dik aankleed,” zegt Kamminga, die op het pooldeck voor de start onder zijn teamoutfit meerdere lagen thermokleding met ook nog warmte-elementen draagt. Lachend: “Ik ben net zo nat als ik zou zijn als ik wel had ingezwommen. Fijn is anders, maar mijn lichaam gaat er goed op.”

Hij spreekt vol bravoure uit dat hij medailles wil winnen, en beaamt dat hij denkt dat hij een wereldrecord kan zwemmen. “Elk jaar heb ik het gat tussen mijn pr en het wereldrecord verkleind. Het doel is om die lijn door te trekken. Ooit in mijn carrière wil ik een piek beleven. Of dat nu op dit WK is of over een aantal jaar, dat maakt mij niet zoveel uit. Een wereldrecord moet je overkomen, dan moet echt alles goed vallen. Laten we hopen dat die race een keertje komt. Ik hou me niet bezig met de prestatie, wel met de uitvoering – het enige wat ik zelf in de hand heb. Vroeger was het ongrijpbaar, kon ik mijn beste race zwemmen en nog niks hebben. Het is een fijne gedachte dat als ik dat nu doe, ik op het podium sta.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden