Plus PS

Angst en verbeelding in de pokerwereld: 'Je hebt diepe kennis nodig'

Sander Collewijn (38) dompelde zich drie jaar onder in de fascinerende wereld van het pokeren. Hij schreef er een boek over. 'Behendigheid en intelligentie, daar draait het om.'

Sander Collewijn Beeld Charlotte Odijk

Hij is dus géén gokker. Alsjeblieft, daarover vooral geen misverstand. Journalist Sander Collewijn speelt serieus poker. Hij speelt het en schreef erover, jarenlang, elke dag. Maar als hij speelt, heeft dat met gokken niets te maken.

Pokeren is kunnen, zegt hij. Ervaring. Snel denken, goed rekenen. Kansen inschatten. Er wordt soms gegokt, maar risico's zijn, als het goed is, gecalculeerd en beredeneerd.

"Behendigheid en intelligentie, daar draait het om," zegt Collewijn. Natuurlijk, er is het kansspelelement, maar als je niet weet wat je doet, als je aanvalt terwijl je je eigenlijk beter kunt terugtrekken, dan krijg je klop, hoe dan ook. Je verliest het spel en als je pech hebt, verlies je ook je geld. Maar dat is voor hem niet het belangrijkste. "Om goed te zijn, heb je diepe kennis nodig. Dát is echt mooi."

Luxe
De auteur van All-in: Een Reis Door De Wereld Van Het Poker schreef ongeveer drie jaar dagelijks over het kaartspel, voor De Telegraaf en Pokerstars, de grootste pokerwebsite ter wereld.

Hij vloog de wereld over, van het ene luxe resort naar het andere vijfsterrenhotel. Hij feestte mee met de toppers van het pokeren, maar voelde zich ook allenig te midden van zevenduizend wedstrijdpokeraars in Las Vegas. Zelf speelde hij ook, in cafés in Amsterdam en thuis op de computer.

Afgestompt
Het gesprek vindt plaats in Café Lust in De Pijp. Gezellig en met personeel dat je ziet staan. Het is in deze kroeg dat Collewijn voor het eerst meedeed - met knikkende knieën - aan een pokertoernooi.

Het was vlak nadat hij, geheel toevallig, was gevraagd om stukjes te schrijven voor een website. Hij kende het spel, maar vond dat hij zich er beter in moest verdiepen. Dus las hij boeken, keek instructiefilmpjes en schreef zich in voor dat toernooitje in Lust.

Hij speelde goed, vooral door zijn voorzichtige insteek, en kwam best ver die avond. "Ik heb zes uur meegedaan en vier of vijf keer écht meegespeeld. Het sprak me dus wel aan. Drie jaar lang heb ik me ondergedompeld in de pokerwereld."

Nors
"Poker bleek alles te zijn: leuk en interessant, maar ook irritant en vaak enorm saai. Ik heb er een haat-liefdeverhouding mee. Uiteindelijk stopte mijn werk en ik durf best te zeggen dat ik daar blij mee ben."

Collewijn raakte afgestompt van de allesbehalve sociale wereld waarin hij terecht was gekomen. "Pokerspelers zijn vaak in zichzelf gekeerd, met name op de grote toernooien," zegt hij. "Ze kijken stuurs, met glazige ogen en een verlegen of juist norse blik."

Het is allemaal terug te lezen in All-in. Collewijn schrijft over poker en de pokersport, maar ook over poker als verschijnsel. Het is een erg leesbaar boek geworden. Ontluisterend soms, maar wel steeds met liefde voor het spel. Als niet-pokeraar haak je soms misschien een alineaatje af door het - functioneel - gebruik van jargon, maar vervolgens wordt het weer herkenbaar.

Winnende kaart
Succes in poker hangt voor tachtig procent af van de speler, voor twintig procent van de kaarten. Collewijn zegt dat het moeilijk in cijfers is te vatten, maar hij schat in dat het daarop zou neerkomen.

De kaarten die je krijgt, krijg je nu eenmaal, niets aan te doen. Maar dan? Wat doe je met de combinatie? Hoeveel zet je in? En wat betekent het als je veel inzet, of weinig? En wat betekent het als je tegenstander ineens veel inzet?

Heeft je tegenstander die ene winnende kaart gekregen? Statistisch onwaarschijnlijk, maar stel dat ie toch dat monster in zijn hand heeft? Angst, hoe irreëel ook, moet haast gekmakend zijn.

Eindeloze dagen
Dat kan niet anders als je All-in leest: 'Ik weet niet wat jij hebt en ik weet niet wat jij denkt dat ik heb en ik weet niet wat jij denkt dat ik denk dat jij denkt dat ik heb, maar ik zet gewoon al mijn chips in en dan gaan we eens zien hoe jij daarover denkt.' Dat klinkt niet bepaald ontspannen.

Collewijn schetst geen rooskleurig beeld van de pokertoernooien, waar je soms ook met een 171ste plaats nog een bedrag van 57.000 dollar kan winnen. Naast stripclubs en drank zijn er eindeloze dagen die bestaan uit wachten op die goede kaarten. Er is weinig sociaal contact, niet de minste interesse in de ander.

Maar er is ook een andere kant, zegt hij. "Voor veel mensen zijn die toernooien fantastisch. Het spreekt tot de verbeelding. Mensen sparen voor een ticket, willen één keer in hun leven in Las Vegas zijn geweest. Ik begrijp dat heel goed. Wij kijken naar Messi, anderen kijken op dezelfde manier naar de Nederlandse toppokeraar Marcel Luske."

Smeerolie
Pokeraars kunnen klauwen vol geld winnen en een flink aantal mensen is er miljonair mee geworden. Maar natuurlijk telt poker oneindig veel meer verliezers dan winnaars. Dat is het paradoxale aan de pokerwereld, zegt Collewijn.

Slechte spelers zijn de smeerolie van de pokereconomie, zonder wie het hele systeem zou opdrogen. 'Vissen' worden ze genoemd: de spelers die boven hun niveau spelen, die puur zijn overgeleverd aan de kaarten die ze krijgen. Zoals Collewijn zegt: "Die zijn geld aan het verbranden."

Hij nam afstand, maar pokert nog wel degelijk. "Een beetje, als het zo uitkomt," zegt hij. "Ik speel te weinig om echt beter te worden, maar als de kans zich voordoet schrijf ik me in voor toernooitjes en toernooien."

Het klinkt gezonder dan hoe hij zich eerder tot het spel verhield, toen hij er veel over schreef en veel speelde. Minder dwangmatig. Was hij nooit bang verslaafd te raken?

"Mensen vragen ernaar, mijn moeder was er ook bang voor. Maar ik ben geen gokker, voor mij is poker een fantastisch spel. Als ik verlies, dan stop ik en ga ik in het zonnetje zitten. Geen haar op mijn hoofd die eraan denkt om verloren geld meteen weer terug te willen winnen."

Sander Collewijn: All-in: Een Reis Door De Wereld Van Het Poker, uitgeverij Ambo|Anthos, €20.

Miljoenenspel

In het poker gaan gigantische bedragen om. Tijdens het jaarlijkse toernooi World Series of Poker in Las Vegas moeten deelnemers 10.000 euro inleggen. De prijzenpot bedraagt meestal meer dan zestig miljoen euro, de winnaar kon in 2006 het recordbedrag van twaalf miljoen dollar bijschrijven.

Pokeren op internet is in Nederland officieel verboden, prijzengeld moet wel worden aangegeven bij de belasting. In Nederland en vrijwel alle andere Europese landen plaatst de overheid het onder de kansspelen: het wordt niet gezien als 'behendigheidsspel'. Sinds april 2010 erkent de International Mind Sports Association poker wel als denksport.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden