Plus

Andries Jonker wil De Volewijckers laten herrijzen uit de dood

Voetbaltrainer Andries Jonker is bezeten van De Volewijckers. 'Zijn' club hield vijf jaar geleden door een fusie op te bestaan, maar als het aan Jonker ligt, is een terugkeer nabij. 'Het zit diep bij mij. Heel diep.'

Beeld Elmer van der Marel

Uit de woorden van Andries Jonker (56) spreekt een groot verlangen, een mengsel van weemoed, nostalgie en sentiment. De voetbaltrainer wil zijn trots, De Volewijckers, terug in het amateurvoetbal.

De club ging vijf jaar geleden met DWV op in d.v.c. Buiksloot: DWV Volewijckers Combinatie Buiksloot. Aan de grote houten tafel in het midden van het clubhuis van de fusieclub schetst Jonker de pijn die hij voelt door het verdwijnen van de naam De Volewijckers. Jonker is Amsterdammer, een Noorderling, maar echt trots wordt hij als het over 'zijn' club gaat.

Levendige club
De Volewijckers kon zich lang de grootste club van Amsterdam noemen. De club werd in 1944 landskampioen en was een begrip in het betaald voetbal. Bijnaam: De Mosveldbaby's. "Onze club was roemrucht en legendarisch," zegt Jonker, "maar door een mislukte fusie werd de De Volewijckers van de kaart geveegd."

Terwijl achter Jonker een schaker van De Vole­wijckers - de schaakclub die nog wel steeds die naam draagt en het clubhuis deelt met de voetbalvereniging - een stuk verplaatst, vertelt de voormalig rechterhand van Louis van Gaal bij FC Barcelona en Bayern München over vroeger.

Over hoe hij in de jaren zeventig hielp bij de schoonmaak van de kantine, hoe hij zeven dagen per week met zijn vrienden scharrelde rond de velden, over zijn eindexamenfeest dat hier werd gehouden en over zijn ouders die het een goed idee vonden hun huwelijksjubileum op deze plek te vieren.

Na zijn ontslag als coach van VFL Wolfsburg keerde Jonker een jaar geleden terug op het terrein en zag hij dat zijn herinneringen aan een levendige club waren ingehaald door de tijd. Toch besloot hij voor het eerst sinds het seizoen 1988-1989 weer te gaan voetballen. Als het niet bij De Volewijckers kon, dan maar bij de fusieclub.

Na een basisplek en negen invalbeurten als vrije middenvelder in het eerste zondagelftal overtuigde zijn broer hem ervan dat het beter was te stoppen. "Hij kwam na een wedstrijd naar mij toe met een heldere boodschap: 'Niemand durft dit waarschijnlijk tegen je te zeggen, dus doe ik het. Je gaat geen duel aan, je doet alles in één tempo, je beweegt amper en voor die vrije trappen kunnen ze wel iemand anders vinden. Je speelt de bal nog wel naar de goede kleur, maar stop onmiddellijk, want dit is levensgevaarlijk'."

Jonker stopte, maar had toen zijn schouders al gezet onder een project dat misschien wel zijn levenswerk moet worden: De Volewijckers weer roemrucht en legendarisch maken. Van een plafond wil hij niets weten. "Amsterdam verdient nog een grote club. Het is nu zaak te overleven, maar daarna willen we naar de hoofdklasse of de derde divisie. En dan moet je kijken of er nog meer in zit. Betaald voetbal? Durf ik als ambitie best uit te spreken."

Representatief elftal
De club stond aan het eind van afgelopen seizoen op omvallen, vertelt Jonker. Zijn stem wordt zo nu en dan onderbroken door het metrosignaal op het eindstation van de Noord/Zuidlijn. Wandelend in het donker langs de vier velden op Buik­sloterbanne wijst hij naar een stel ­verlichte huizen. Daar stond ooit het stadion met plek voor 15.000 toeschouwers.

"Er waren in het voorjaar geen spelers meer voor een eerste elftal. Toeschouwers kwamen hier niet meer. De spirit was verdwenen, de overgebleven bestuursleden trokken aan een dood paard. Gelukkig heb ik samen met fysiotherapeut Richard Smith deze zomer 29 jongens gevonden die nu samen op zaterdag een heel representatief elftal vormen in de derde klasse. De volgende stap is de naam d.v.c. Buiksloot vervangen door De Volewijckers. Die naam is een begrip in de voetballerij en spreekt veel meer aan bij het grote publiek. Het aandeel DWV in deze club is klein, dus mijn verwachting is dat ik dat bij de ledenvergadering wel voor elkaar krijg."

Tot in de botten
Tegenstand voor de naamswijziging is er nog zeker binnen de fusieclub. Er woedt een bescheiden koude oorlog, met pesterijtjes over en weer. De geel-zwarten van DWV hekelen het groen-wit van De Volewijckers. Pas geleden werd in het clubhuis over een pop van Patrick Kluivert een groen-wit shirt gehangen.

"Kort daarna was het shirt verdwenen," zegt Jonker, terwijl hij de ruimte met de toiletruimte betreedt. "Kom mee. Kijk, hier zijn groen-witte en geel-zwarte tegels opgehangen. Je kunt wel raden welke tegels hier een andere kleur moeten krijgen."

De afgelopen maanden heeft Jonker een groep mensen om zich heen verzameld die met hem meewerken aan de terugkeer van De Volewijckers. De voorzitter en de hoofdtrainer zijn met hem. "De Volewijckers zit bij hen ook tot in de botten. In mijn filosofie wordt dit weer een grote club met een bijna onverslaanbaar eerste elftal en een florerende jeugdafdeling."

"De afgelopen weken heb ik aanbiedingen afgeslagen uit België, Turkije, Polen en Israël, die clubs waren het gewoon net niet. Maar ik ambieer nog een aantal jaren het trainersvak. Dan ben ik misschien in het buitenland en kan ik me niet wekelijks bemoeien met De Volewijckers. Daarom mobiliseer ik nu mensen om het leven in de club terug te krijgen. Zonder mij moet dat ook doorgaan, ik kan dat niet alleen. Als de naamswijziging plaatsvindt, komt er een tijd dat ik hier elke dag wil rondlopen."

Door de overwinning waren De Volewijckers kampioen van de tweede divisie en wordt Volewijckers-trainer Jany van der Veen op de schouders gedragen Beeld Nationaal Archief
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden