Plus

Amsterdamse roeiploeg Nereus is Nederland ontgroeid

Nereus is dit weekeinde op de Amstel topfavoriet bij de Heineken Roeivierkamp. De ploeg is in eigen land oppermachtig en zoekt naar uitdaging in het buitenland.

De acht van Nereus tijdens de Heineken Roeivierkamp van vorig jaar Beeld Merijn Soeters

Spek en bonen. Meer valt er dit weekeinde voor de tegenstanders van Nereus niet te halen op de Amstel. Het moet gek lopen, willen de Amsterdamse roeistudenten de concurrentie niet op een straatlengte zetten.

Toch houdt coach Diederik Simon (46) een slag om de arm. Hij kent de wetten van de voorjaarsklassiekers als geen ander, zet al jaren eigenhandig met piketpalen het parcours uit op de rivier.

Er gebeurt altijd wel wat: gebroken riemen, ploegen die uit de bocht vliegen of zichzelf in volle vaart op een brug parkeren. Alleen al daarom zou de nestor van Nereus heel Amsterdam willen uitnodigen om te komen kijken. Campingstoel in de kofferbak, thermosfles koffie mee en lekker in de voorjaarszon genieten van het spektakel op de Amstel.

"Voor ons is het een mooie oefenpot om te ­kijken hoe goed we zijn," zegt Simon over zijn acht. "We moeten wel wat laten zien. Als we hard genoeg gaan, is dat een aanleiding om verder te kijken."

Voor de duvel niet bang
'Verder' betekent over de grens. De mannen van Nereus zijn de Nederlandse markt namelijk ontgroeid. De ploeg, die vrijwel volledig bestaat uit jonge talenten die staan te trappelen om de nationale equipe te bemannen, is de afgelopen seizoenen door Simon gesmeed tot een hecht collectief. Ze zijn voor de duvel niet bang, en zo goed op elkaar ingespeeld dat ze internationale topploegen angstzweet bezorgen.

Op de Heineken Roeivierkamp van 2016 moest de Holland Acht, later dat jaar goed voor brons op de Olympische Spelen van Rio de Janeiro, nog tot het uiterste gaan om de jonge honden van het lijf te houden.

Een week geleden roeide Nereus op de Theems in Londen twee keer tegen de Boat Race-acht van Oxford. Normaal gesproken heb je daar als Nederlandse verenigingsploeg weinig tegen in te brengen. Nereus legde Oxford de eerste keer echter knap over de knie en verloor het tweede duel nipt.

Geen wonder dat Simon met de Nederlandse roeibond in gesprek is over het roeien van ­wereldbekerwedstrijden, waar zijn ploeg de ­degens kan kruisen met de wereldtop.

Oude tijden herleven
Normaal gesproken is het startrecht daar voorbehouden aan de nationale equipe, maar in een post-olympisch jaar is bondscoach Mark Emke bereid een uitzondering te maken. "Het zijn jongens waar we wat van verwachten in de toekomst, dus die moeten de uitdaging opzoeken," aldus Emke. "Als het aan mij ligt, starten ze de eerste wereldbekerwedstrijd in Belgrado."

Daarmee zouden oude tijden herleven. Nereus is al ­jaren hofleverancier van de roeibond, maar wie een volledige verenigingsacht wil vinden die de Nederlandse driekleur verdedigde bij een groot toernooi, moet ver terug in de tijd. Op de Olympische Spelen van 1972 was het voor het laatst raak. Destijds werd een ploeg van het Groningse Aegir tiende.

"Het zou vrij uniek zijn," zegt Simon. "We moeten natuurlijk eerst kijken of we het niveau hebben. Als we niet mee kunnen komen, is het allemaal leuk en aardig, maar dan moet je je afvragen of je het wel had moeten doen."

Dus gaat dit weekeinde het gas er vol op. Vliegen over de Amstel, de tegenstand vermorzelen en indruk maken op de roeibond.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden