Plus

Amsterdammer Didi Gregorius is de held van de Yankees

In zijn vierde seizoen bij de New York Yankees geniet Didi Gregorius een sterrenstatus. De geboren Amsterdammer beleeft opnieuw een geweldig jaar. 'Didi is altijd positief. Dat zien de supporters ook.'

Didi Gregorius wordt bij de bank onthaald door zijn teamgenoten na alweer een homerun Beeld Getty Images

Onophoudelijk daalt de regen neer op het met zeil bedekte veld van Yankee Stadium als een cartoonversie van Didi Gregorius (28) op het grote beeldscherm verschijnt. Het is Moederdag, een zondagmiddag. Gehonkbald wordt er voorlopig niet, dus moeten de in poncho's gehulde toeschouwers op een andere manier worden vermaakt.

De cartoon-Didi, voorzien van de stem van het origineel, legt uit hoe hij in 2011 werd geridderd, nadat hij met het Nederlands honkbalteam wereldkampioen was geworden. Vandaar, Sir Didi. Het filmpje wordt aangevuld met beelden van zijn beste klappen van het nog prille seizoen. 'Yes Indidi!' klinkt het commentaar bij een van zijn homeruns.

Beste speler
De geboren Amsterdammer is de man van het moment bij de New York Yankees, de beroemdste honkbalclub ter wereld. In april, de eerste maand van het seizoen, werd hij uitgeroepen tot beste speler van zijn divisie, de American League. In 25 wedstrijden bezorgde hij zijn team 30 punten, onder meer dankzij 10 homeruns. Lang hield Gregorius met zijn productie gelijke tred met de beste seizoenstart die de legendarische Babe Ruth ooit kende.

De Didikoorts woedde hevig in de Major League Baseball (MLB), waarin sommige kenners hem als meest waardevolle speler van het moment bestempelden. Dat hij als korte stop bij de besten op zijn positie behoort, is inmiddels de alom gedeelde opvatting.

Vaste hand
Zijn start bij de Yankees, vier jaar geleden, was op z'n zachtst gezegd een uitdaging. Als onderdeel van een spelersruil kwam Gregorius over van de Arizona Diamondbacks. Hij was gehaald als opvolger van Derek Jeter, de onmetelijk populaire captain die de New Yorkers in twintig seizoenen aan vijf kampioenschappen hielp.

"Dat was nogal wat," zegt David Waldstein, sinds 1997 honkbalverslaggever van The New York Times. "Ik kan niemand bedenken die in New York moeilijker te vervangen is. Jeter was een icoon in de Amerikaanse sport. De charmante, knappe leider in een team dat alleen maar won. Ik heb zelden iemand gezien die zo geliefd was. Vrouwen wilden hem, mannen wilden hem zijn."

Schoonheidsfoutjes
Toch had Waldstein vertrouwen in Gregorius, zelfs na wat schoonheidsfoutjes in zijn eerste seizoen voor de Yankees. "Ik heb altijd gedacht dat hij een goede speler zou worden," zegt de journalist, die in 2014 voor een reportage over de nieuwe aanwinst afreisde naar Curaçao.

Op het eiland waar Gregorius vanaf zijn zesde woonde, sprak Waldstein met familieleden. Hij sprak er vader Gregorius, die jaren honkbalde voor Pirates in Amsterdam, en zag de omstandigheden die de korte stop en zijn generatiegenoten vormden.

Ook Andrelton Simmons (Los Angeles Angels), Kenley Jansen (Los Angeles Dodgers), Ozzie Albies (Atlanta Braves), Jurickson Profar (Texas Rangers) en Jonathan Schoop (Baltimore Orioles) legden er de basis voor hun huidige succes in de MLB.

Waldstein: "Ik kijk graag naar het veldspel van Gregorius. Dat is niet per se spectaculair, maar hij heeft een enorm vaste hand. Hij maakt zelden fouten en je ziet dat hij veel waarde hecht aan zijn verdediging. Die jongens van Curaçao zijn allemaal geweldige veldspelers. Dat komt waarschijnlijk door de ondergrond waarop ze daar spelen. Op dat zand maakt een bal de vreemdste stuiten, heb ik gezien. Ze kunnen geweldig anticiperen."

Superatletisch
Opzien baarde Gregorius dit seizoen vooral als slagman. In die hoedanigheid had hij in de MLB nog nauwelijks naam gemaakt. Pas vorig jaar raakte hij goed op stoom met 25 homeruns; meer dan zijn voorganger Jeter er ooit in een jaar had geslagen. In de slagvolgorde van de Yankees neemt hij plaats tussen Aaron Judge, Gary Sánchez en Giancarlo Stanton, de drietrapsraket waarvan werpers dit jaar wakker liggen.

Maar in de eerste maand van dit seizoen stonden zij in de schaduw van Gregorius, al bekoelde zijn productie in de eerste weken van mei behoorlijk en kelderde zijn slaggemiddelde. Het zijn de grillen van het eindeloze, 162 wedstrijden lange honkbalseizoen, dat door Amerikanen soms een leven wordt genoemd, vol pieken en dalen.

"Hij heeft het even wat zwaarder, maar daar komt ie wel weer overheen," zegt Robert Eenhoorn, die in de jaren negentig voor de Yankees speelde. Gregorius leerde hij kennen toen hij technisch directeur was van de Nederlandse honkbalbond. Eenhoorn, tegenwoordig algemeen directeur bij voetbalclub AZ, is onder de indruk van zijn voormalige pupil.

"Ik vond hem verdedigend altijd al superatletisch," zegt hij. "Dat hij goed zou worden wist ik wel, maar dat hij deze sterrenstatus zou krijgen, had ik moeilijk kunnen voorspellen. Hij heeft nu ook de power om homeruns te slaan, waarbij het helpt dat het korte rechtsveld in Yankee Stadium gemaakt is voor linkshandigen."

Wanneer de donkerste regenwolken boven The Bronx zijn weggetrokken en het zeil en de poncho's zijn opgeborgen, melden Gregorius en zijn ploeggenoten zich voor de verlate wedstrijd tegen de Oakland A's.

Als zijn naam wordt omgeroepen, neemt Gregorius zijn pet af en zwaait hij naar het publiek. Wanneer hij in de tweede helft van de eerste inning naar de slagplaat wandelt, klinkt het rapnummer Notorious B.I.G., wat klinkt als 'Gregorius'.

Schaterlachend
Hij is populair in New York. In de metro lacht hij reizigers toe op een reclameposter voor een groot warenhuis. Hij is het uithangbord voor kledingmerk Banana Republic en op sociale media maakt zijn club gretig gebruik van zijn spontane persoonlijkheid.

Op Moederdag verschijnt Gregorius in een filmpje, waarin hij schaterlachend door het kantoor van de Yankees loopt en alle moeders onder de werknemers verrast met een bos bloemen en een knuffel.

Boegeroep
Het boegeroep waarmee hij tijdens zijn eerste seizoen in New York sporadisch werd geconfronteerd, is verstomd. "Het vergt karakter om in New York te spelen," zegt Eenhoorn. "Als je niet presteert, krijg je dat te horen, ongeacht wie je bent. Het houdt je scherp, maar het is niet voor iedereen weggelegd."

Dat Gregorius overeind bleef, verbaast Eenhoorn niet. "Hij heeft plezier in wat hij doet en dat straalt er bij hem vanaf. Hij staat positief in het leven. Dat zien de supporters ook."

De Amsterdammer heeft de heimwee naar Jeter bedwongen. Ja, de shirtjes van de voormalige nummer 2 zijn nog altijd niet te tellen op de tribunes van Yankee Stadium, maar Gregorius is begonnen aan een inhaalrace. Of hij zijn illustere voorganger zelfs kan doen vergeten? "Daarmee moet je altijd voorzichtig zijn," zegt Eenhoorn, "maar het staat als een paal boven water dat hij zijn mannetje staat."

Heiligschennis
Waldstein durft het wel aan: "Gregorius was in het begin van het seizoen beter dan Jeter ooit was," zegt de verslaggever van The New York Times. In zijn stad is die uitspraak heiligschennis, weet hij, dus al snel volgt een nuancering.

"Ik wil niet zeggen dat hij een betere carrière heeft. Om dat te evenaren heeft hij een lange weg te gaan. Een maand als april zal hij ook niet snel meer hebben, maar door de kracht die hij in zich heeft en zijn positie in de slagvolgorde, kan hij meer impact hebben dan Jeter, hoe geweldig die ook was. Goed, hij zou dit eigenlijk nog tien jaar moeten volhouden om een echte vergelijking te maken.

"Wat wel vaststaat, is dat dit Yankeesteam de komende jaren kampioen gaat worden. Zo goed zijn ze. Gregorius zal daar een groot deel van uitmaken. En zijn status zal dan exploderen."

Pirates-kind

Didi Gregorius - die officieel Mariekson heet, maar net als zijn vader Didi wordt genoemd - komt uit een echt honkbalnest. Zijn opa was een van de beste pitchers van Curaçao, waar honkbal een religie is, en zijn vader speelde jaren in de Nederlandse hoofdklasse.

Ook zijn oudere broer Johnny honkbalde professioneel. Zijn moeder, Sheritsa Stroop, was een talentvol softbalster. Toen Gregorius een kind was, speelde zijn vader bij Pirates in Amsterdam.

"Ik heb hem als kleine jongen langs de lijn een balletje zien gooien," zegt Charles Urbanus, die speelde met Gregorius senior en hem later coachte. Een ongelofelijke atleet, noemt hij zijn oud-collega.

"Hij liep als een gazelle. En met zijn grote handen en vingers was hij een heel effectieve werper. Ik kan me herinneren dat hij in die periode op zoek was naar zichzelf. Toen ik hem coachte, werkte hij voor de PTT en vroeg hij zich af of hij in Nederland wilde blijven of naar Curaçao zou gaan."

Het gezin Gregorius had het niet breed in Amsterdam en woonde zelfs een tijdje in een van de kleedkamers van Pirates. Toen Gregorius vijf jaar oud was, verhuisde hij naar Curaçao, waar hij brak met een familietraditie door geen pitcher, maar veldspeler te worden.

In 2007 werd hij opgepikt door de Cincinnati Reds, waarvoor hij in 2012 zijn debuut in de Major League Baseball maakte. Via een tussenstop bij de Arizona Cardinals belandde hij in 2015 bij de New York Yankees.

"Het is mooi om te zien hoe hij zich heeft ontwikkeld," zegt Urbanus. "Daar ben ik wel trots op. Hij heeft het helemaal gemaakt."

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden