Opinie

'Amsterdam is toe aan een tweede profclub'

Door de 'vervreemding' van Ajax met Amsterdam is er weer ruimte voor een kleinschalige stadsclub, schrijft Roland Oude Ophuis in een ingezonden stuk.

Het voormalige Ajaxstadion De Meer. Beeld anp

Op een herfstmiddag op 5 december 1982 beweeg ik me, met mijn broer, voor de eerste keer over de Middenweg richting stadion De Meer. Met honderden lopen we gemoedelijk, maar met ingehouden haast, over deze lommerrijke stadslaan richting het stadion. Met enige regelmaat schiet een rinkelende tram 9 vol toeschouwers voorbij. Rond het stadion worden vanuit mobiele snackbars worsten verkocht en proberen verkopers sjaaltjes en petten aan de man te brengen. In het stadion is het gezellig. Reclames die uit de speakers galmen, zijn onvervalste meezingers en tijdens de wedstrijd is er extra vermaak door kankerende en grappende Amsterdammers.

Eerder dat jaar werd de stekker uit het zieltogende FC Amsterdam getrokken. Het was duidelijk dat er in Amsterdam geen plek meer was voor een tweede profclub. Tijdens de successen van Ajax in de jaren negentig zal nauwelijks iemand over een nieuwe club hebben gefantaseerd. Ajax was destijds een club van de stad.

Nu voetbalt Ajax al bijna twintig jaar in een net-niet-voetbalstadion in een troosteloze kantorenwijk buiten de stad. Ajax werd een club van het omringende achterland en een beursgenoteerd bedrijf. Het warme gevoel dat destijds bij De Meer werd opgeroepen, heb ik aan de Arena Boulevard nooit meer ervaren. Denken aan De Meer is nostalgie. Of toch niet?

Zakgeld
Nee, zeker niet. Door de 'vervreemding' van Ajax met Amsterdam is er weer ruimte voor een kleinschalige stadsclub. Een club die midden in de maatschappij staat, sociaal bewogen is en op scholen en pleinen zichtbaar is, die betaalbare kaartjes verkoopt en waar ook de jeugd met weinig zakgeld welkom is. Een club met de ambitie in de Eredivisie te spelen en waar bezoekers onder de indruk zijn van de sfeer.

Zo'n club moet het zijn, met een stadion in of aan de rand van een wijk binnen de Ring. Een stadion dat goed bereikbaar is te voet en per fiets en ov. Probeer het je in te beelden, een stadion in de omgeving van het Westerpark, of het Science Park of aan de noordelijke IJ-oevers. Een stadion dat intiem is, met 15.000 à 20.000 plaatsen en tribunes strak aan het veld. Een stadion dat de mogelijkheid biedt voor buurtinitiatieven en stadsactiveiten waar kinderen de hele week welkom zijn. Kortom, een club als bindmiddel voor de stad.

Dagdromerij
Is dit onrealistische dagdromerij? Ik ben er van overtuigd dat het kan. Dit bewijzen ook de populaire clubs in andere grote Europese steden als Sparta (Rotterdam), Fulham FC (Londen) en het voorbeeld bij uitstek, FC St. Pauli (Hamburg). Voetbalclubs die naast grote topclubs in hun stad kunnen bestaan, een grote trouwe en geweldloze aanhang hebben en een eigen herkenbare clubcultuur. Ook de snel groeiende beweging Against Modern Football laat zien dat er behoefte is aan een ouderwets potje voetbal in een knus stadion.

En, tot slot: de gemeente Amsterdam staat welwillend tegenover een tweede profclub, zo blijkt uit een uitspraak uit 2013 van wethouder Sport Eric van der Burg: 'Dat lijkt mij heel leuk. We hebben er binnen de gemeente wel eens over gefantaseerd.'

Welke amateurclub uit de stad durft de stap aan? En welke wijk? Wat zou het geweldig zijn!


Wil je reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden