Plus PS

'Amsterdam is mijn thuis, Ajax mijn club'

Over oud-Ajaxspits Stefan Pettersson (54) wordt met weemoed gesproken: hij was niet alleen goed, maar ook zo aardig. Nu is er een autobiografie. 'Veel herinneringen waren weggezakt.'

Pettersson viert dat hij heeft gescoord tegen PSV, 1990. Beeld Soenar Chamid/HH

Stefan Pettersson komt het café van hotel Jaz in the city in Zuidoost binnen en meteen wordt hij aangeklampt. Een Zweedse toerist herkent hem en vraagt of hij met de oudspits van Ajax op de foto mag. Pettersson poseert met de man, en maakt daarna nog een praatje. Daar neemt hij de tijd voor.

Zo is Pettersson - benaderbaar, redelijk en voorkomend. Dat was hij zelfs in de spits bij Ajax, toen hij tussen 1988 en 1994 kaatsend en koppend grote successen vierde, waaronder de winst van de Uefa Cup in 1992 - een prijs die Pettersson eerder al met IFK Göteborg had veroverd.

De sportieve hoogtepunten en ook de schaduwkanten van zijn topsportbestaan zijn vastgelegd in Pettersson, waarin de voetballer samen met journalist Mike van Damme zijn carrière op kalme toon beschouwt.

Wat deed u besluiten een boek te schrijven?
"Ik heb daar best een tijd over nagedacht toen Mike met dat voorstel kwam. Er verschijnen veel boeken over voetballers. Die zijn niet allemaal even geslaagd. Ik bedoel: zelfkritiek is bij sporters niet de beste eigenschap. Ik was trouwens ook best veel vergeten. Door mijn gesprekken met Mike ging ik weer veel herbeleven en toen dacht ik: laten we het toch maar vastleggen."

Wat kwam er zoal boven?
"Veel vreugde, toch. Het feest rond mijn afscheid ben ik bijvoorbeeld veel meer gaan waarderen. Het zat natuurlijk wel ergens in mijn hoofd, maar door flink te graven in het geheugen realiseer ik me nu pas echt hoe fantastisch dat was."

"Er gebeurde ook zo veel in die jaren bij Ajax. Het eindigde, na de komst van Louis van Gaal, met een apotheose, maar eerst was er vooral gedoe: het staafincident en de daaropvolgende uitsluiting van Europees voetbal, de Fiod-affaire. Er was voortdurend iets aan de hand."

U vertelt ook over de Amsterdamse humor. U moest daaraan nogal wennen?
"Voetbalhumor is universeel. Ik deed ook mee als ­iemands kleding werd verstopt als die speler net even ­onder de douche stond. Onderbroeken doorknippen of shirtjes in een vriezer stoppen - dat werk."

"Grappen die echt ten koste gaan van anderen vond ik ingewikkelder. Nederlanders zijn direct en hun grappen zitten vol venijn en kritiek. Als je dat niet kent, komt dat hard aan. Maar toen ik Nederland beter ging begrijpen, kon ik er smakelijk om lachen."

"Zo werd ik een keer, vlak voor een thuiswedstrijd tegen FC Den Haag, opgesloten in de wc. Zelfs met een tang kreeg materiaalman Sjakie Wolfs die deur niet meer open. Alfons Groenendijk, net als ik een speler met rossig haar, grapte al dat hij dan maar als Stefan Pettersson het veld op moest. Uiteindelijk is de wc-deur met geweld geopend. Ik scoorde die wedstrijd trouwens twee keer, en Alfons mocht nog invallen."

Uw actieve jaren waren misschien wel de laatste jaren waarin de romantiek binnen het voetbal ruim baan kreeg. Zo had u geen spelersmakelaar en waren voetballers nog enigszins trouw aan de club.
"Ik was 25 toen ik hier kwam. Nu gaan spelers al in hun pubertijd naar een andere club. Aan de andere kant: zo is het nu. Ik heb daar ook niet echt een mening over. Als spelersmakelaar adviseer ik spelers om het geduld te bewaren. Maar alles wordt anders als er een bod ligt dat eigenlijk niet te weigeren valt."

"Het leven als prof was wel overzichtelijker dan nu, denk ik. De druk van de media was minder. Er was nog geen internet. Geruchtenmachines draaiden minder snel, en de kritiek bestond uit een wekelijks rapportcijfer in Voetbal International. Nu rollen de meningen over elkaar heen. Jonge voetballers moeten sterker in hun schoenen staan dan in mijn tijd."

Uw oudste zoon Johan is toch voetballer?
"Hij is alweer 28, maar inderdaad: bij hem ging het toch al heel anders. Als hij op de bank zat, kwamen van alle kanten vragen waarom dat zo was. Het gevaar bestaat dat mensen elkaar, met al die berichten en apps op de telefoon, gek maken. Een voetballer die niet in de basis staat, moet er alles aan doen om terug te keren in die basis. Dus naar de trainer luisteren en hard werken. Daar helpt een dagelijkse stroom negativiteit niet bij."

Stefan Pettersson. Beeld Stanley Gontha/Proshots

Wat was de kritiek in uw tijd?
"Dennis Bergkamp kwam erbij. Hij scoorde veel en dat straalde op hem af. Zo werkt het nu eenmaal: wie scoort, wordt bejubeld. Dus werd er geschreven dat ik ook best wat meer doelpunten kon maken. Terwijl ik niet minder productief was dan de jaren ervoor. Als spits moet je nou eenmaal de topscorer zijn. En als je bij Ajax speelt, niet ­alleen van Ajax, maar van Nederland."

Had u daar last van?
"Ik had altijd weinig last van kritiek van buiten. Ik wist zelf al te goed wat mijn verdiensten waren, en wat mijn rol was in de ploeg. Leo Beenhakker vond op een gegeven moment ook dat mijn rendement omhoog moest. Dan heb je wel een probleem."

"Als een trainer dat in de media roept, moet je vrezen voor je plek. Vooral als je weet dat die trainer dondersgoed beseft dat je niet bent gehaald als doelpuntenmachine. Scoren was nooit mijn kracht. Ik deed het geregeld, maar in plaats van een topscorer was ik een kaatser. Ik zorgde als spits dat anderen konden scoren."

Denkt u nog vaak aan uw jaren in Amsterdam?
"Heel vaak. Ik kom hier altijd graag terug. Het is ook de stad waar ik met Lena een gezin opbouwde, waar kinderen zijn geboren. Ik ben van nature niet zo honkvast, maar in Amsterdam voel ik me wel echt thuis. Ajax voelt ook nog altijd als mijn club. In andere landen voel ik me altijd een ambassadeur van Ajax. Een Zweedse Amsterdammer."

U bent in uw boek ook openhartig over uw scheiding. Was dat moeilijk?
"Als je de keuze maakt jouw levensverhaal te vertellen, moet je ook eerlijk zijn over de mindere kanten. We keerden terug naar Göteborg, waar ik weer ging voetballen bij IFK. Die terugkeer leek soepel te gaan. Totdat Lena mij vertelde dat ze wilde scheiden. Ze vond dat we uit elkaar waren gegroeid en was verliefd geworden op een ander. Een enorme schok. We hadden drie kinderen, waren net een paar jaar getrouwd en ik hield van haar."

"Zo werd ik geconfronteerd met een situatie waarover ik geen controle had. Dat was nieuw voor mij. Ik was gewend aan structuur, aan een leven in schema's. Nu moest ik ­improviseren. Uiteindelijk gaat de tijd eroverheen. Later kon ik er zelfs met de nodige relativering naar kijken. Ik bedoel: als het weer eens over die sympathieke voetballer ging, kon ik nu zeggen dat er wel degelijk een persoon ­bestaat die Stefan Pettersson niet als de ideale man ziet."

U hervond het geluk?
"Ik heb therapie gehad om me beter te leren uiten. Maar het beste medicijn was Jennie. Liefde op het eerste ­gezicht. Zij heeft me geleerd me meer open te stellen. In 1998 zijn we getrouwd. En we kregen kinderen, die inmiddels ook alweer op eigen benen staan."

"Dat is misschien wel wat werken aan dit boek mij heeft geleerd: de tijd glipt voorbij. Het is een cliché en tegelijk heel erg waar: probeer van elke dag iets moois te maken. Want morgen kan alles anders zijn."

Stefan Pettersson en Mike van Damme: Pettersson, Ambo
Anthos, €20 euro. Zaterdag signeert Pettersson om 14.00 uur
in boekhandel Scheltema, Rokin 9.

Kamergenoot

Dennis Bergkamp: "Stefan en ik waren kamergenoten. Dan spraken we over onze vriendinnen, over zijn kinderen, de tv-series die we volgden. En we hadden het over onze team­genoten en de trainer."

"Er gebeurde genoeg tijdens de trainingen van Louis van Gaal om over na te praten. Over hoe hij reageerde op bepaalde situaties, met zijn bulderende stem. Daar konden we 's avonds echt om lachen. We filosofeerden over het spelletje, vergeleken de trainers met wie we hadden gewerkt. We kregen daardoor nog meer gevoel voor elkaar, omdat we wisten hoe we over dingen dachten."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden